De krant, de olieboer, het schilderij en een werkelijkheid.

De krant van zeven september 2011. Een kwaliteitskrant. Zegt men. Interessante bijdragen van interessante mensen. Mijn oog valt op een bijdrage van onze eigen Nederlandse Olivier B. Bommel, voormalig handelaar in oliën en vetten en een verdienstelijke conservatief politicus uit de stal van de VVD. We zien ook zijn foto in de krant. Hij zit op een eenvoudig, doch uiterst smaakvol stoeltje achter een sober aandoende keukentafel voor een ordelijk ogende boekenkast. Hij kijkt met een zweem van ironie in de lens van de camera.
Hij wordt ondervraagd over zijn ‘magnus opus’ dat handelt over intellectuelen in de politiek. Het resultaat van het interview is niet zo belangwekkend. Men komt te praten over het populisme en de ondervraagde waagt zich zelfs aan een definitie van populisme. Het is een definitie van niks. Ondervraagde stelt ook dat het valt te betreuren als algemene ideeën in lege hoofden worden geplant en hij is eveneens van mening dat ijdel getheoretiseer van intellectuelen het zicht op de werkelijkheid blokkeert. Als voormalig handelaar in oliën en vetten weet de ondervraagde maar al te goed dat men ervaring moet hebben om te kunnen oordelen over bijzondere onderwerpen.
Wat lees ik nu eigenlijk? Ik lees dat ondervraagde zijn eigen werkelijkheid als waarheid poneert. Wat ik mis is ook maar een begin van relativeringsvermogen. Misschien is dat wel de tol die de macht eist van zelfbenoemde intellectuelen. Het maakt zo’n verdomd onbescheiden indruk, vind ik. Om over de filosofische implicaties van de uitspraken van de ondervraagde maar te zwijgen!!

In dezelfde krant schrijft een mediageile schrijver over de modieuze conceptuele schilder Mark Rothko. Hij is naar het museum gegaan om het werk van Rothko te ondergaan en beschrijft dit proces in bloemrijke grote woorden. Onze schrijver ondergaat de confrontatie met het werk van Rothko als een uiterst unieke artistieke en emotionele ervaring. De kwalificatie ‘Goed’ is daarbij een volstrekt onvoldoende omschrijving van de kwaliteit van het werk van Rothko.
Sommige mensen moeten huilen als zij bepaalde schilderijen zien. Mag dat? Natuurlijk mag dat, maar het heeft niets te maken met de artistieke waarde van een afbeelding. Het wenen wordt veeleer veroorzaakt door gemoedstoestand van de observant, zo vertelt ons de bekende kunstliefhebber meneer Henk van Os. Zo moest Henk eens smartelijk huilen bij een schilderij van twee meisjes die boeken lazen en muziek maakten. Het kwam omdat zijn verkering net was uitgeraakt.
Bij Rothko ligt dit echter anders, vertelt ons de mediageile schrijver. Het werk van Rothko heeft het intrinsieke vermogen om toeschouwers aan het wenen te brengen. Rothko laat ons de onontkoombaarheid van het Niets – ja, die hoofdletter staat er echt – zien.

En zo zien we in de krant van vandaag twee keer de beschrijving van een werkelijkheid. En het valt mij ook nu weer op dat enthousiaste en bevlogen mensen soms hun werkelijkheid als de enige ware werkelijkheid proberen te slijten. Dat is aandoenlijk, maar er schuilt ook een gevaar in. Moet ik nog meer zeggen!!!!

NB. Kent u Guy Verhofstadt? Hij was te gast bij Jelle Brandt Corstius. Hij sprak eveneens in lyrische bewoordingen over Mark Rothko. In ongeveer dezelfde bewoordingen als onze mediageile schrijver. Is dat nu toeval of is hier sprake van een geheime promo-campagne?

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 Reacties op “De krant, de olieboer, het schilderij en een werkelijkheid.

  1. Ik kan Joost Brakemans ook niet horen of lezen !!

  2. Ik wil niet negatief doen over de artistieke integriteit van Mark Rothko maar ik denk dan aan mijn hoofdleraar orgel van vroeger.
    Op latere leeftijd was hij zich nog gaan bezighouden met dodekafonie, een van zijn werken was een reeksontwikkeling in vier secties, ik heb dit op mijn eindexamen gespeeld.
    Kort voor zijn dood heb ik hem bezocht en hem gevraagd hoe hij na zoveel jaren tegenover dit soort muziek stond.
    Zijn antwoord: “je moest toch meedoen, dat heb jij toch ook gedaan”.
    En zo is het maar net.

  3. Ja, de dodekafonie!! Het leek heel wat. Theoretisch gezien dan. Maar het was en is niet om aan te horen. Misschien is muziek wel meer dan alleen techniek en gegoochel met met willekeurige reeksen van tonen binnen een bepaald cijfermatig kader. Kunst is ongrijpbaar. De ene keer denk je dat je het hebt en de andere keer is het helemaal verdwenen. En verdrink je in een ordinaire oceaan van herkenning en herinnering en zeg je dat is mooi terwijl je verstand wel beter weet. Ons past bescheidenheid en de extase van de individueel beleefde kunstuiting die altijd gevangen zit in de onneembare vesting van de subjectiviteit. Of niet soms?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s