Grilligheid.

De mantel van de alledaagsheid wordt uit de hutkoffer van de saaiheid gepakt en door Klotho, Lachesis en Atropos veranderd in een oogstrelend gewaad voor het onberekenbare en grillige noodlot.

De regen striemt bijna horizontaal door de straten. Windkracht negen. Storm uit het Noordwesten. De tengere jongensgestalte maakt zich los uit het portiek. Een tram komt gillend en vals knarsend tot stilstand bij de halte vóór in De Lairessestraat.
De jongen springt aan boord. De tram rijdt weg. De nacht in. Vóór in De Lairessestraat staat een voordeur open. Een steile trap gaat naar de eerste verdieping, waar ook weer een deur open staat. In een slaapkamer ligt een meisje op bed. Zij huilt. Zij is overstuur. Zij heeft net gehoord dat hij niet meer van haar houdt. Zij staat op. Loop naar de keuken. In de la het vlijmscherpe vleesmes dat zij nog maar twee weken geleden in Zeist gekocht hebben. Zij neemt het vlijmscherpe mes mee naar de slaapkamer. Op bed liggend snijdt zij haar polsen door. Het bloed vloeit weg . Eerst op het witte laken. Dan in het matras. En dan op de grond. Het meisje wordt wit. Zij beweegt niet meer. Zij is dood. De voordeur staat nog steeds open. Door de regen komen twee oudere mensen aanlopen. Een man en een vrouw. Zij staan even verbaasd stil bij de open voordeur. De man doet de paraplu dicht. Zij lopen naar boven. De steile trap op. Zij gaan de openstaande kamerdeur door en komen in slaapkamer. Zij zien het dode meisje. En het vele bloed. De vrouw zakt op haar knieën. De man vloekt.

De zon schijnt. Het is druk. Gezellig druk in De Lairessestraat. Een jongen op de fiets stapt af en belt aan. Hij heeft bloemen bij zich. Boven gaat een raam open. Een meisje roept iets. De jongen verdwijnt in de woning. De lange steile trap op. Boven in de slaapkamer de innige verstrengeling. Eén vlees. De loomheid erna. Het lekkere eten. Een oude man en een oude vrouw bellen aan. Hartelijke begroeting. Boven in de gezellige woonkamer. Potje koffie. Lekkere pindakoeken. En veel verhalen. Herinneringen. Het leven is goed. De toekomst lonkt.

De vervallen huizen aan De Lairessestraat hangen grauw en grijs uit het lood in een stad waar dood en verderf zijn gruwelijke sporen heeft getrokken. Dood en Verderf als gevolg van die vernietigende epidemie. Onontkoombaar. Nu bijna veertig jaar geleden. Er wonen nog een paar mensen in de stad. Vóór in de overwoekerde De Lairessestraat is een huis provisorisch tot onderdak gemaakt van twee overlevenden. Zij vormen, samen met nog vijf andere mensen, de overlevenden in een stad die eens bijna achthonderdduizend mensen telde. Het virus is al lang uitgewoed. In de stad huilen nu de wolven. Ongebreideld groen is overal. In de ruïne vóór in de De Lairessestraat houden twee oude mensen elkaar stevig vast. Het zal nu niet lang meer duren. In de verte rommelt het onweer. Verder is het stil.

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

4 Reacties op “Grilligheid.

  1. Ik ben onder de indruk van dit verhaal.
    Ik ga hier het weekend over nadenken.
    Beleefde groet

  2. De laatste alinea doet aan ‘das grüne Gesicht’ van Gustav Meyrink denken, alleen was het daar de Amsterdamse Nicolaaskerk die als laatste bleef staan.

    O ja, de lokale schikgodinnen heten Urd, Verdandi en Skuld.
    (De Grieken hebben hun eigen Moirae momenteel zelf nodig)

  3. Ik zag Raoul Heertje zijn best doen om het wijd verspreide gebrek aan authenticiteit te ontmaskeren. De mens speelt toneelstukjes. Hij put uit zijn ervaring en weet welke leugens het best werken. Hij acteert onwaarachtig. En dit alles om bij zijn medemens, bij de groep, in het gevlei te komen. Raoul krijgt daar een akelig gevoel bij. Ik ook. Het is niet voor niets dat mensen die maar heel weinig in contact staan met andere mensen, het meest authentiek overkomen. Zij hebben de onwaarachtigheid en de leugens niet nodig om zich te handhaven in de groep. Om voor vol te worden aangezien. Om belangrijk gevonden te worden. Wel vind ik het opmerkelijk dat het belangrijkste motief voor niet authentiek gedrag niet echt goed boven tafel kwam. Namelijk het motief dat verankerd ligt in de onverbiddelijke aanwezigheid van onze existentiële angst. De motieven die indirect voortkomen uit onze archaïsche reflexen. Reflexen die in de duistere krochten van ons reptielenbrein huizen en het substraat vormen op basis waarvan het dagelijkse denken en handelen gestalte krijgt. De onontkoombaarheid van die eerste beweger van alle motieven die ons aanzet tot verbeten concurrentie met onze medemens bedoeld om bezit, macht en status te oogsten teneinde de illusie te bestendigen dat je de dood buiten de deur kunt houden. Maar ja, dat wordt veel te biologisch. En te kort door de bocht.

    De ware echtheid, de nog niet door menselijke contacten besmeurde persoonlijkheid bestaat niet. Niemand is authentiek. Iedereen is in zijn denken en handelen afhankelijk van zijn medemens. Het contact met medemens breekt altijd onze authenticiteit af.

    Ik schrijf verhalen. Ik meen dat ze rechtstreeks uit mijn authentieke geest naar boven komen borrelen. Wat een misverstand!!!
    Ik ben niets meer dan het gevolg van mijn genetische aanleg, mijn opvoeding en van de invloed van mijn directe dagelijkse omgeving.
    Misschien ben ik wel alleen mijn brein!!!!

  4. De wereld is een schouwtoneel …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s