Afspraak met Nemesis.

Herinneringen vormen het cement tussen de bouwstenen van je leven.
Zo koester ik de herinneringen aan een ver verleden in een tropisch land. Met baboes en donkere meubels van teakhout. Het stille zoemen van een ventilator. Over de vloer kruipen in een wit pakje. Naar de geluiden van het oerwoud luisteren. De zomers op Buitenzorg. Mijn vader in een smetteloos wit tropen uniform. Hij was officier. Mijn moeder, een bijzonder knappe actrice zonder talent. De rust. De harmonie. En het verglijden van de tijd. Het ging allemaal zo langzaam. De dagen. Ze duurden maar eindeloos voort. Dagen gevuld met gesprekken van volwassenen die ik nog niet begreep. Het was een paradijs. Voor mij was het mijn kindertijd.
Dit alles stopte plotseling met de komst van de oorlog. Kleine vreemde soldaten gingen door de straten en over de velden. Ik herinner me de vlag. Een rode bal met lijnen die naar alle hoeken liepen. Ik zie die vlag en ik herinner me ook het schreeuwen en het schoppen en slaan. Mijn moeder en ik, met alle mensen die wij goed kenden, verhuisden naar een soort klein dorp. Allemaal houten barakken. Je kon er niet uit. Er was prikkeldraad en er liepen overal soldaten met geweren. Mijn vader moest vechten. Ik heb hem nooit meer gezien. Hij sneuvelde in de slag om de Javazee naar later bleek.
Mijn moeder werd ernstig ziek. Zij kon niet tegen de ontberingen van het kamp. Onze buurman, een enorme dierenliefhebber, werkte in het slachthuis op het kamp. Hij moest met een kleine hamer een vastgebonden waterbuffel de hersens inslaan. Zijn gezicht werd elke dag grauwer. Hij sprak niet meer.

Ik kan me nog één naam van de vijand heel goed herinneren. Katso Nakamura. Onze persoonlijke kwelgeest. Op zekere dag viel mijn moeder door ernstige verzwakking tijdens haar zware werk in de wasserij flauw. Nakamura schopte haar terwijl ze op de grond lag. En hij bespuugde haar. Ook misbruikte hij haar op de rijstwijnfeestjes als de meeste soldaten dronken waren.
Mijn moeder ging al snel dood en ik belandde onder de vleugels van mijn tante. Een oudere zus van mijn vader. Zij zorgde voor mij op een onvoorwaardelijke manier. Ik werd haar zoon.

Toen de oorlog voorbij was en ik weer terug was in Nederland, ging ik in Leiden studeren. Natuurkunde. Tijdens de weekeinden woonde ik bij mijn tante in Zeist, die daar een van de grootste villa’s bezat. Na mijn studie ging ik werken voor een groot bedrijf dat oliebronnen exploiteerde en handelde in oliën en vetten. Mijn oom zat in de directie van dat bedrijf en woonde de langste tijd van het jaar in Engeland waar onze familie ook veel landerijen en onroerend goed bezat. Via hem werd ik als manager aangesteld in het oliebedrijf.

Vanuit mijn kamer heb ik zicht op een groot deel van Tokio. In de spiegel zie ik een oudere man. Goed gesoigneerd. Ik ben hier om met de Japanse overheid afspraken te maken over olieleveranties.
Mijn koffer ligt op het hotelbed. In het zijvak zit drieduizend dollar. Ik haal het eruit.
Via de lift ga ik naar beneden en bestel bij de hotelbalie een taxi. De taxi brengt me naar een restaurant. Achter in dat restaurant zit een zware grote man. Alleen. Ik ga zitten. Geef hem de drieduizend dollar. Ik krijg een houten doos. De doos is prachtig bewerkt. Kunstig ingelegd met ebbenhout.
Ik stap weer in de wachtende taxi en geef een adres op in een buitenwijk. Bij het adres gekomen stap ik uit en vraag de chauffeur even verderop te wachten. Achter het huis forceer ik een deur en betreedt de keuken. Door een gang kom ik in het woongedeelte. Daar zit een hele oude man. Hij is blind. Ik richt mijn pistool op zijn achterhoofd en haal de trekker over. Zijn hoofd spat uit elkaar. Het lichaam valt schokkend op de grond. Ik vertrek. Loop naar de taxi en vraag de chauffeur of hij me weer terug wil brengen naar mijn hotel.

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

4 Reacties op “Afspraak met Nemesis.

  1. Even moest ik denken aan de brieven van Willem Nijholt over zijn kamptijd. Brieven die hij schrijft aan Hella Haasse; de kranten staan er bol van.

    Maar de plot van je verhaal is volstrekt niet geloofwaardig.
    Of is de misdaad al verjaard;-)

  2. Er is geen plot. Ik schrijf verhalen zonder plot. Het zijn verhalen die niet mogelijk zijn. Ze lijken op verhalen, maar het zijn eigenlijk nachtmerries. Verhalen naar de werkelijkheid spreken mij niet meer aan. De werkelijkheid heb ik inmiddels wel gezien. Het is nu tijd voor de grote deconstructie van die ene werkelijkheid. Het is tijd voor een werkelijkheid die uitwaaiert in een oneindige reeks van mogelijkheden. Alles is perceptie en zo is het maar net.
    De Gordel van Smaragd bergt veel geheimen en als je goed luistert kun je de fluisterstemmen van het verleden door de werkelijkheid van alledag horen breken. Je hoeft het dan alleen nog maar op te schrijven.
    Hoe gaat het met je studie?
    Groet.

  3. Het is juist zeer geloofwaardig dat je de beul van je moeder vermoordt als je daar de kans toe krijgt. Het liefst meerdere keren zou ik bijna zeggen. Van mij mag je de man weer laten opstaan uit zijn dood om hem opnieuw te grazen te nemen in een even droog verteld huiveringwekkend verhaal!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s