Maandelijks archief: september 2011

Onze ziekmakende preoccupatie met geld.

“Het is allemaal heel fijn, maar niet van mijn centen”. Ja, het is een economische wereld geworden, mensen. Alles draait om de centjes. Jouw sociaaleconomische positie binnen de samenleving wordt exclusief afgemeten aan de hoeveelheid centjes die je kunt genereren. En natuurlijk gaat het uiteindelijk om alle directe afgeleiden van die centjes, namelijk om macht, om respect, om aanzien, om status en om bevrediging van de hebzucht. We leven in een volledig geëconomiseerde wereld. Alles, maar dan ook letterlijk alles in deze westerse samenleving wordt gereduceerd tot geldcijfers. Het is de tijd van calculerende managers. Het is de tijd van de bedrijfskunde, van de marketing, van de kostenberekening en van de inkoop en de verkoop. Hoeveel kost dat? Nee, daar heb ik geen geld voor. Dat zou ik best willen hebben, maar ik kan het niet betalen. En zo mekkeren we maar door.

In 972 abonneerden wij ons op de Volkskrant. In die krant stond ternauwernood een halve pagina financieel nieuws. Ik vond dat prima want ik had van thuis meegekregen dat geld niet belangrijk is, mits je maar genoeg hebt om je primaire levensbehoeften te vervullen. Het leven is primair bedoeld om creatief te zijn, zo werd mij voor gehouden, om je geestelijk te verrijken op geleide van de enorme erfenis die de geschiedenis ons aan literatuur, muziek en beeldende kunst heeft nagelaten. En over geld werd niet gesproken, want over geld praten was ordinair en “not done”.

Maar tijden veranderen. De welvaart nam enorm toe. Iedereen had geld en wilde nog meer geld. Intellectuelen traden terug en bankiers, accountants en account managers namen hun plaats in. Intellectualiteit raakte in het verdomhoekje en de calculerende burger kwam uit de kast.
Het kwaliteitsonderwijs werd langzaam afgebroken ten faveure van allerlei egaliserende experimenten.
Uiteindelijk leven we nu in een samenleving die volledig wordt gedomineerd door de sociale media en zijn malle gadgets en door het onafgebroken bezig zijn met geld en alles wat met geld te maken heeft.
Er is steeds minder tijd voor bezinning. Men vliegt van hot naar her over stampvolle snelwegen en roept om het hardst dat men nog nooit zo gelukkig is geweest. Toch zou uit onderzoek blijken dat ongeveer een derde van de mensen een psychische aandoening heeft. Iedereen is moe en na twee weken werken al weer aan vakantie toe. Men wil alleen nog maar vermaakt worden en men heeft gaandeweg het creatieve vermogen verloren om zichzelf te vermaken.
Ik vind het allemaal zo paradoxaal. De Volkskrant die tegenwoordig helemaal gevuld wordt met financieel en zakelijk nieuws. Arnon Grunberg die roeptoetert dat hij een rechtgeaarde kapitalist is. En zo kan ik nog wel een tijdje door mopperen.
Ik denk dat onze enorme preoccupatie met geld, bezit, macht en status uiteindelijk onze ondergang zal betekenen. Maar dat is niet erg, want op de puinhopen van dit rare inefficiënte kapitalisme kan dan misschien nog iets moois worden gebouwd. Ik mag dan wel veel mopperen, maar diep van binnen ben ik een enorme optimist.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

13 – 09 – 2014

Het is natuurlijk wel raar, want nog maar drie jaar geleden leek alles nog prima. Maar, man, wat is het sindsdien allemaal veranderd!!!
Het begon met het faillissement van Griekenland. Daardoor gingen hele grote banken overal in Europa ook op de fles. De euro werd opgedoekt en men schakelde weer over op de gulden. De geldautomaten werden afgeschaft. Voor geld moest ik gewoon weer naar de bank. Ik kreeg niet meer dan 100 euro per week.  Dat stopte al heel snel. Daarna konden we een tijdje voedselbonnen afhalen bij de bankfilialen en hier en daar was zelfs betaling met een lokale munteenheid nog mogelijk. Maar inmiddels is dat ook al weer afgelopen en nu krijgen we niets meer!!! Amsterdam heeft maanden in brand gestaan na de heftige plunderingen en het geweld van dolgedraaide en agressieve burgers. Er vielen vele tienduizenden doden. Er is geen centraal gezag meer. Buiten Nederland schijnt het nog erger te zijn hoorden wij van een paar vluchtelingen uit Duits land die inmiddels in onze nederzetting wonen.

Wij hebben, of moet ik “hadden” zeggen, een behoorlijke hypotheek op het huis maar ik betaal al bijna een jaar geen rente meer, net zo als de meeste mensen. En er kraait geen haan naar.
Wij hebben net buiten het dorp enorme volkstuinen aangelegd. Daar werk ik zowat de hele dag. Heerlijke groenten en het lekkerste fruit!! Vlees is bijna niet meer te krijgen. De meeste koeien zijn losgelaten en zwerven nu in grote kuddes over het verwilderde land. Het autoverkeer ligt stil. Alleen hulpdiensten en de militie mogen nog spaarzaam van auto’s gebruik maken. Door de Raad van Dorpsoudsten is namelijk een burgermilitie aangesteld. Ik heb me ook als deelnemer gemeld en heb nu een levensgroot machinegeweer in huis. Als de torenklok luidt moet ik met het geweer naar het marktplein komen. Het is helaas al een paar maal tot een gewapend treffen gekomen met rondzwervende bendes dakloze plunderaars. Er waren doden te betreuren en veel gewonden. Het leven is in vrij korte tijd behoorlijk hard geworden.
Alle winkels zijn gesloten. Voor goed! Je moet zelf maar zien hoe je aan je spullen komt. Ruilen of stelen of zo! Ik probeer het nog steeds netjes te doen. Ik ruil bijvoorbeeld de groenten, het fruit en de door mijzelf gemaakte meubels voor dingen die ik nodig heb. Water verkrijg ik door een zelf bedacht ingenieus systeem. Ik heb namelijk tussen vier palen een zeil gespannen met er middenin een gat en daaronder een vat om het water op te vangen. Het is zaak het zeil goed schoon te houden. Het water wordt door mij gekookt op het houtfornuis. Elke dag ga ik het bos in om hout te kappen voor dat fornuis en voor de open haard. Tot nu toe kunnen mijn vrouw en ik ons goed redden. Maar of we de winter zullen overleven is nog maar de vraag. We hebben gehoord dat er al hele dorpen zijn verdwenen. Uitgemoord en geplunderd!
Van mijn kinderen, die allebei in Amsterdam wonen, heb ik al een half jaar niets meer gehoord. Er is geen communicatie meer mogelijk.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De slechte hond en de gebakken peren.

“Ik kom, geloof ik, net op tijd!” De oude man kijkt vanuit geknielde positie naar mij op en gooit schuldbewust de stok in de struiken. “Ik heb het wel gezien hoor”, roep ik verontwaardigd. “U wilde dat arme hondje doodslaan”.
Het diertje in kwestie bloedt uit vele wonden en kijkt mij angstig aan. De oude man drukt met één knie het frêle hondenlijfje tegen de grond en maakt met zijn rechterhand een afwerend gebaar. “Duidt u mij niet euvel, edele Heer, maar u kent het verhaal niet!” “Welk verhaal?”, vraag ik op barse toon.
“Het is niet wat het lijkt”, zegt de man weer. “U moet begrijpen dat dit een door en door slechte hond is. Een hond die het aanzien van de aarde kan veranderen. Het is een demoon . Een duivel”.
“En nu laat u die hond met rust, want anders……”, zeg ik dreigend en ik doe woedend een stap naar voren. Geschrokken laat de oude man de hond los en deinst terug. De hond staat, vreemd genoeg, ongedeerd weer stevig op zijn vier poten. Ik voel dat er iets vreemds aan de hand is. En dan zie ik het. De ogen van de hond beginnen langzaam te gloeien. Hij wordt steeds groter en verandert van vorm. Een machtig ronkend gebrul zwelt aan. Het hondenlijf metamorfoseert. Het beest wordt groter en groter en verandert in een draak. Inmiddels torent het duivelse creatuur hoog boven ons uit. Het is een monster geworden!! Het spuwt vuur uit zijn bek. Op zijn rug zijn afschuwelijke hoornige stekels verschenen en zijn enorme poten zijn geschubd en eindigen in messcherpe klauwen van wel een halve meter. De oude man en ik zetten het op een lopen. Wij voelen de adem van het loeiende vuur over onze hoofden heen zieden. De grond dreunt. Het monster achtervolgt ons. Plotseling klinkt boven al het geraas een enorme ziekmakende klap. Het gebrul giert naar een crescendo. Wij kijken om en zien dat het monster onder zijn eigen gewicht ter aarde is gestort. Het ligt stuiptrekkend, met zijn poten wild om zich heen trappend, op de grond.
Wij houden in. “Nu ziet u wat er van komt!”, roept de oude man verwijtend, “U heeft een duivel uit de hel gewekt”. Ik doe er beschaamd het zwijgen toe en kijk met grote ogen naar het bovennatuurlijke monster dat van pijn krimpend op de grond ligt. “Kijk”, schreeuw ik, “zijn buik!!!”. Zijn buik scheurt open. En inderdaad verschijnt er een rafelige scheur in het ziekelijk geaderde en met bloed besmeurde huidweefsel dat als een luchtballon de buik van de draak omspant. Ineens springt de gezwollen buik open als een zere puist die wordt uitgeknepen. Lichaamsresten en stinkende stukken rottend vlees van diverse organen vliegen ons om de oren. “Er zit wat in!!!”, gilt de oude man hevig geschrokken, terwijl hij met een bevende vinger naar het inmiddels dode monster wijst. “Er zit wat in die buik!!!!”. Het kermen en gillen van het monster wordt minder en uit de resten van wat eens een duivelse demoon was kruipen drie mensen naar hun vrijheid. Ze zijn alle drie gekleed in een driedelig maatpak met krijtstreep. Vreemd genoeg zijn ze niet besmeurd geraakt door de lillende overblijfselen van de hellehond. We moeten ze helpen, zeg ik tegen de oude man. Ik kijk nog eens beter naar de drie mannen. Ik ken ze!!! Het zijn Rutte, Verhagen en Wilders.
“Zo”, zegt Rutte, voordat ik überhaupt wat kan zeggen. “Zo, we zijn weer terug gelukkig!! Dat was een heel avontuur. Nu als de gesmeerde bliksem naar het Binnenhof om het geleerde in de praktijk te brengen. Het zijn plannen waar rechts zijn vingers bij zal aflikken”. En gedrieën snellen ze langs ons heen, springen in de gereedstaande dienstauto’s met chauffeur en stuiven plankgas weg om zo snel mogelijk hun duivelse werk weer te hervatten.
“Het is allemaal uw schuld, edele heer”, zegt de oude man. “Ik wilde die slechte hond doodslaan, maar u moest dat zo nodig verhinderen. En nu zitten we met de gebakken peren”.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De USA is verdwenen!!!!!

Nee, je krijgt het niet voor niets, zucht de groenteboer, terwijl hij mijn sperzieboontjes afweegt. U is er al vroeg bij? Ja, mompel ik, het leven gaat wel door natuurlijk. Ook ’s morgens heel vroeg, helaas!!!.
Heeft u het al gehoord?, vraagt de groenteboer. Nee, wat zou ik dan wel gehoord moeten hebben. Nou, aarzelt de groenteboer, van Amerika! Van Amerika? Wat van Amerika? vraag ik. Nou, dat Amerika is verdwenen. Verdwenen, zeg ik verbaasd, hoezo verdwenen? Het is er niet meer, fluistert de groenteboer, Waar eens Amerika lag is nu alleen nog maar water. De oceaan. Het lijkt wel of Amerika nooit heeft bestaan. Ik deins terug, waar heeft die man het in godsnaam over?
Ik pak de sperzieboontjes en de druiven en spoed me naar huis. Daar zet ik de televisie aan.
Groot nieuws!!!!!!!!!!!! Het onmogelijke is gebeurd. Amerika is verdwenen. Canada en Mexico liggen op hun oude plek. Maar daartussen is alleen maar water. De Atlantische Oceaan. Of misschien de Grote Oceaan. Alle zenders zenden uit op oorlogssterkte.
De USA verdwenen. Hoe is dit mogelijk? Waarom heeft niemand het gezien? Het ene ogenblik was het er nog en het volgende ogenblik was het er niet meer. Waar zijn alle mensen? De bergen en de prairies?
Die avond draait de wereld dol. Beurzen storten in. Bedrijven gaan failliet. En de kerken zitten vol. Dit moet een daad van God zijn. God straft Amerika voor zijn overmoed. Voor zijn bandeloosheid en zijn wreedheid.

Maar later op de avond sijpelen nog vreemdere berichten door in de media. De planeet Mars is veranderd!!! Mars heeft plotseling een dampkring gekregen. En er is water!!! Heel veel water. De hele planeet is bedekt met water. En er is een eiland gezien. Een kolossaal eiland. Het heeft exacte de vorm van de USA. Er zijn ook steden te zien. Er stromen rivieren. En aan een kant van het eiland ziet men reusachtige bergen. Met besneeuwde toppen.

Ja, er bestaat een God. Hij heeft een wonder bewerkstelligd. Het is tijd voor bescheidenheid en verwondering.

De mens vindt zichzelf eindelijk weer terug.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De krant, de olieboer, het schilderij en een werkelijkheid.

De krant van zeven september 2011. Een kwaliteitskrant. Zegt men. Interessante bijdragen van interessante mensen. Mijn oog valt op een bijdrage van onze eigen Nederlandse Olivier B. Bommel, voormalig handelaar in oliën en vetten en een verdienstelijke conservatief politicus uit de stal van de VVD. We zien ook zijn foto in de krant. Hij zit op een eenvoudig, doch uiterst smaakvol stoeltje achter een sober aandoende keukentafel voor een ordelijk ogende boekenkast. Hij kijkt met een zweem van ironie in de lens van de camera.
Hij wordt ondervraagd over zijn ‘magnus opus’ dat handelt over intellectuelen in de politiek. Het resultaat van het interview is niet zo belangwekkend. Men komt te praten over het populisme en de ondervraagde waagt zich zelfs aan een definitie van populisme. Het is een definitie van niks. Ondervraagde stelt ook dat het valt te betreuren als algemene ideeën in lege hoofden worden geplant en hij is eveneens van mening dat ijdel getheoretiseer van intellectuelen het zicht op de werkelijkheid blokkeert. Als voormalig handelaar in oliën en vetten weet de ondervraagde maar al te goed dat men ervaring moet hebben om te kunnen oordelen over bijzondere onderwerpen.
Wat lees ik nu eigenlijk? Ik lees dat ondervraagde zijn eigen werkelijkheid als waarheid poneert. Wat ik mis is ook maar een begin van relativeringsvermogen. Misschien is dat wel de tol die de macht eist van zelfbenoemde intellectuelen. Het maakt zo’n verdomd onbescheiden indruk, vind ik. Om over de filosofische implicaties van de uitspraken van de ondervraagde maar te zwijgen!!

In dezelfde krant schrijft een mediageile schrijver over de modieuze conceptuele schilder Mark Rothko. Hij is naar het museum gegaan om het werk van Rothko te ondergaan en beschrijft dit proces in bloemrijke grote woorden. Onze schrijver ondergaat de confrontatie met het werk van Rothko als een uiterst unieke artistieke en emotionele ervaring. De kwalificatie ‘Goed’ is daarbij een volstrekt onvoldoende omschrijving van de kwaliteit van het werk van Rothko.
Sommige mensen moeten huilen als zij bepaalde schilderijen zien. Mag dat? Natuurlijk mag dat, maar het heeft niets te maken met de artistieke waarde van een afbeelding. Het wenen wordt veeleer veroorzaakt door gemoedstoestand van de observant, zo vertelt ons de bekende kunstliefhebber meneer Henk van Os. Zo moest Henk eens smartelijk huilen bij een schilderij van twee meisjes die boeken lazen en muziek maakten. Het kwam omdat zijn verkering net was uitgeraakt.
Bij Rothko ligt dit echter anders, vertelt ons de mediageile schrijver. Het werk van Rothko heeft het intrinsieke vermogen om toeschouwers aan het wenen te brengen. Rothko laat ons de onontkoombaarheid van het Niets – ja, die hoofdletter staat er echt – zien.

En zo zien we in de krant van vandaag twee keer de beschrijving van een werkelijkheid. En het valt mij ook nu weer op dat enthousiaste en bevlogen mensen soms hun werkelijkheid als de enige ware werkelijkheid proberen te slijten. Dat is aandoenlijk, maar er schuilt ook een gevaar in. Moet ik nog meer zeggen!!!!

NB. Kent u Guy Verhofstadt? Hij was te gast bij Jelle Brandt Corstius. Hij sprak eveneens in lyrische bewoordingen over Mark Rothko. In ongeveer dezelfde bewoordingen als onze mediageile schrijver. Is dat nu toeval of is hier sprake van een geheime promo-campagne?

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized