Iets met wolven.

Vlinder op margriet. Wekeromse Zand. 2010

De vlinder fladdert. De mens ploetert.

Soms kan je ziel meer pijn doen dan je lichaam. De kwelling van de eenzaamheid en de uitzichtloosheid van het bestaan tast de geest aan zoals het vocht hout kan doen rotten. Langzaam maar gestaag. Het eerste wat ik ging doen is naar voedsel zoeken. Houdbaar voedsel. Dus conserven en gedroogde spullen. Ik weet dat het onomkeerbaar is. Iedereen is weg. En ik had het van tevoren kunnen weten. Maar ik heb geen acht geslagen op de voortekenen.

Er ligt een grauwsluier over de wereld. Waar eens mensen krioelden en kinderen speelden heerst nu doodse stilte. Ik zoek mijn weg in een verlaten wereld. Waarom juist ik hier nog ben weet ik niet.

Mijn voetstappen klinken hol in het grote angstaanjagende zwijgen van de verdoemde stad. De mensen zijn weg. ’s Avonds toen ik ging slapen waren zij er nog. Toen ik wakker werd waren zijn weg. Dat is nu zo’n zestien jaar geleden. Er waren eerst branden. Veel gebouwen stortten in. De natuur hernam langzaam weer wat zij in de afgelopen eeuwen aan de mens was kwijt geraakt. Overal groen. Beren, wolven en rendieren zwerven door de resten van de metropool, waardoor ik onafgebroken op mijn hoede moet zijn en mij alleen zwaar gewapend naar buiten waag. Soms, als ik langere tochten moet maken, maak ik gebruik van een gepantserde bestelwagen die oorspronkelijk voor geldtransport was bedoeld. Haha, geld, ja…..!!!! Geld is nog slechts een vage herinnering. Alles wat ik nodig heb kan ik overal zo maar pakken. Het resultaat van duizenden jaren menselijke inspanning alleen voor mij. Ik kan leven als een keizer. Maar dat doe ik niet. Ik wil het niet. Ik zwerf als een eenzame jager door de straten van de stad. Mijn conditie is uitstekend. En ziektes kan ik bestrijden met behulp van mijn ijzeren wil en de medicijnen uit een zorgvuldig door mij aangelegde voorraad.

Het weer lijkt te zijn veranderd. Het is duidelijk kouder geworden. De winters duren langer en de sneeuwval is intenser. De zomers zijn kort en hevig. De meeste tijd ben ik dan kwijt met het bewerken van mijn land. Het kweken van groenten, vruchten etc. Groenten en vruchten die ik wek om de komende lange winter door te komen. ’s Winters zit ik vast omdat de wegen dan door de grote hoeveelheid sneeuw onbegaanbaar zijn geworden.

Achter de heuvels hoor ik het huilen der wolven. De sneeuw ligt hoog. De wolven zijn hongerig. Ik scan de horizon en zie kleine zwarte stippen achter elkaar aan jagen. Richting stad. Het wordt oppassen geblazen. Ik trek me terug in het kasteel, dat ooit werd gebouwd door een eenzame zonderling. Een kasteel omringd door een diepe slotgracht. Ik kan de brug over de gracht, die mij toegang verleent tot de stad, ophalen. Maar nu nog niet. Het is nog niet nodig.

Er zijn geen mensen meer omdat ik dat wilde. Ik heb ze weg gedacht. Mijn persona is verschoven naar een aanpalend ruimtetijdcontinuüm. Zomaar. Zonder dat ik het merkte. Het ene moment nog hier. Het andere moment daar.

De wolven jagen door de verlaten besneeuwde straten van de verlaten stad. Alles is nu mogelijk. De lucht kleurt zwart en geesten uit het verleden betreden mijn werkelijkheid. Zij weven een fijn gordijn van verloren herinneringen en geselen met de knallende karwatsen van ouderwetse heimwee mijn bezwaard gemoed. Het noorderlicht danst de horlepiep en het gehuil der wolven reikt naar de allerhoogste octaven van verschrikking. Het voorspel is angstaanjagend. De ontknoping is nabij.
Ik sluit de kasteeldeur en trek mij terug in de kille ridderzaal. Ik sla de mantel van konijnenbont om mijn sidderende lichaam en weet dat er een nieuwe verschuiving op til is. Buiten het kasteel lopen de wolven te hoop. Hun gehuil gaat door merg en been. Ik stook het vuur in de enorme open haard op tot grote hoogte. De lucht lijkt te gaan trillen. Alles wordt vager. Het verdwijnt. Niets. Zwart.

Slaperig roep ik, “ja, ik kom”. Mijn vrouw heeft het ontbijt klaar. Ik doe mijn ochtendjas aan en ga naar beneden. Een vage herinnering aan een droom ebt weg. Iets met wolven.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

2 Reacties op “Iets met wolven.

  1. Het had zo maar een vervolg in het feuilleton kunnen wezen.
    Mooi geschreven, intrigerend, mijn complimenten!

  2. Sinds de oudheid weet men al dat het vooral de mens is die een wolf is voor de mens…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s