Het einde in Grenoble.

En geen steen zal op de andere blijven.

Over de bergen rolt een grommend bulderen. De wolken drijven te snel naar de andere kant van het dal. Hele rijen bomen beginnen te trillen en vallen om. In de verte zie ik de hele Auvergne omhoog komen. Alles speelt zich af als in een droom. De kantelende landmassa’s tekenen zich tot vele tientallen kilometers hoog af tegen een steeds veranderende horizon. De stem van het beest schuurt en grauwt. Het einde van de aarde wordt ingeluid. Vluchten kan niet meer. Het spel is gespeeld. Het goede wordt opgenomen. Het kwade blijft achter op de veranderde aarde. Van de zeven miljard leven er nog maar een paar.

Zo zal het gaan. Ik heb er al meer dan honderd maal over gedroomd. Het moet iets betekenen. Wanneer het precies gaat gebeuren weet ik niet, maar lang zal het niet meer duren. Het is nu onbeheersbaar geworden. Het beest is losgelaten.

Op onze vakantie in Frankrijk zitten we, voor de verandering nu eens een keer wel op een mooie en comfortabele camping. Een zgn “Camping Municipal”. Hij ligt midden in de stad. In een park. Het park wordt omzoomd door statige gebouwen. Het doet een beetje aan Zwitserland denken. Morgen breken we op en rijden we via de Alpen naar Italië. De kinderen zijn lief. We gaan vanavond eten in een van de restaurantjes die aan het grote park grenzen. Ik zit onder de luifel en lees een gazet. Mijn vrouw is met de kinderen even naar de speeltuin van de camping. Alles ademt rust.
Ik lees over vreemde natuurverschijnselen die zich voordoen over de hele wereld. Dieren die opduiken waar ze niet thuis horen. Gebieden waar het veel kouder is dan normaal, maar ook streken die getroffen worden door een ongebruikelijke verzengende hitte met de daaraan verbonden droogte. In Nederland, in de waddenzee, heeft men witte haaien zien zwemmen. En in Londen is een vlucht prachtige roze flamingo’s neergestreken. Men heeft er geen verklaring voor.
Ik leg de krant terzijde en sta op. Ik ga even de benen strekken en loop richting het centrum van Grenoble. Het is midden op de dag maar de lucht is donkergrijs doorschoten met witte vegen van wolken die zich lager bevinden en chaotisch voortgejaagd worden in oostelijke richting. Een eerste regendruppel valt op mijn rechterhand.
Ik neem mijn bril van mijn hoofd om de glazen op te poetsen. Ik kan er niet scherp meer door zien. Met mijn zakdoek wil ik mijn bril schoon maken maar ik zie opeens dat de brillenglazen helemaal niet vies of beslagen zijn. Wat is dat nou? Ik kijk op en bemerk dat ook zonder bril zich een steeds dikkere mist vormt die geleidelijk de contouren van al wat rondom mij is uitwist terwijl alles wat zich verderop bevindt langzaam in een witte rookachtige mist verdwijnt. Dit ondanks de harde wind die krachtig uit het westen blaast en mijn T-shirt doet opbollen. De verbazing over dit fenomeen doet mij onmiddellijk stilstaan. Van verre hoor ik een vreemd klagend geluid op mij af komen. De mist wordt steeds dikker. Het lijkt wel of mijn werkelijkheid verdwijnt. Sta ik nog wel in het centrum van Grenoble? De huizen aan mijn linkerzijde zijn inmiddels helemaal verdwenen. De drukke straat is ook weg. Ik bevind me in een volstrekt ondoorzichtige wereld. Ik kan het niet anders omschrijven. Een ondoorzichtige wereld. Mijn voeten rusten nergens meer op. Ik zweef als het ware in een volstrekt ondoorzichtige witwollen wolkenwereld. Het klagende geluid wordt luider. Ik kan tonen onderscheiden. Het is muziek en de klanken rangschikken zich naar de melodielijn van psalm 42. Traag en gedragen gezongen door de helderste stemmen die men zich kan voorstellen. De witte wereld licht steeds verder op.

En van het ene op het andere moment is de witte wereld verdwenen en sta ik in een reusachtig gebouw. Een gebouw van onmogelijke en niet menselijke afmetingen. De muren strekken zich over vele tientallen kilometers uit naar de horizon en het dak is zo hoog dat het een visuele inspanning vergt om de contouren ervan te onderscheiden.
In de muren bevinden zich lange spits toelopende vensters. Ze zijn nog groter dan het Vrijheidsbeeld. Er zit gekleurd glas in waardoor het licht in de kolossale ruimte een licht bruingele kleur heeft. Ik sta op een weg. De straatstenen lijken van goud te zijn. Reusachtige sierlijke gebouwen, prachtige parken en flonkerende fonteinen lijken zich als het ware op te stapelen onder het dak van die immense ruimte. Deze stad strekt zich uit zover het oog reikt. Ik moet moeite doen om niet in een shock te geraken. Om mij heen bewegen half transparante vormen hoog boven het gouden plaveisel. Wij wachten al zo lang, hoor ik zeggen. U moet weten dat de teerling is geworpen. De aarde is uitgewist. Gewogen en te licht bevonden. Zij had geen nut meer voor ons. Wij hebben één exemplaar nodig voor verder onderzoek en dat bent u. Bereid u voor op wonderen en openbaringen. Het onkenbare zal aan u onthuld worden. U zult een God zijn en aan u zal een universum worden toegewezen. Wij zullen toekijken en weer ingrijpen mocht dat nodig blijken.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

2 Reacties op “Het einde in Grenoble.

  1. Mooi geschreven verhaal.
    Moest aan het eind toch even denken aan Sartre’s ‘De teerling is geworpen’, jij ook?

  2. Filip

    Gelukkig stond je ten tijde van het gebeurde stevig met beide voeten in de lucht…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s