Mislukt.


Tussen de draaideuren van het ziekenhuis ervaar ik een moment van vluchtige gevangenschap. Het langzame sleepgeluid van de deurborstels sissen hun onverbiddelijk ritme en kribbig word ik de ontvangsthal in geschoven. Ik loop naar het bloemenwinkeltje en koop een bos rode rozen. Mijn bezoek geldt een oude zieke schrijver. Hij heeft diabetes en is aan het einde van zijn leven gekomen. In het ziekenhuis probeert men hem met kunst en vliegwerk in leven te houden. Hij vindt dat niet erg. Er is immers nog genoeg te doen en te overdenken. Hij heeft geen pijn, maar hij is moe, doodmoe.
Hij ligt op verpleegafdeling 2. Tweede verdieping helemaal achteraan op een eenpersoonskamer. Lekker rustig. Hij ligt in bed met de ogen dicht. Hij slaapt niet. Een zuster pakt de rozen aan om ze in een vaas zetten. Ik doe mijn jas uit, pak een stoel en ga naast zijn bed zitten. Hij doet zijn ogen open en zegt: “Ben je daar eindelijk. Je bent net op tijd want ik loop zo langzamerhand op mijn eind”. Zijn stem is fluweelzacht en transparant met een muzikale ondertoon. “Hoe gaat het? “, vraag ik. “Ik ga dood”, fluistert hij, “dus luister goed wat ik ga zeggen. Onder mijn bed, thuis, ligt een zwart lederen koffertje. Daar zit een boek in. Dat boek moet je lezen. Het is belangrijk”.
Ik pak zijn perkamentachtige ouwe mannenhand en zeg niets. “Ga nu”, zegt hij, “alles wat te zeggen valt hebben we al gezegd. Je weet dat ik van je hou”. “Ja, dat weet ik. Insgelijks”, antwoord ik. Ik laat zijn hand los en druk een kus op zijn voorhoofd.
In de welkomsthal neem ik nog snel een kop koffie en een opgewarmd saucijzenbroodje. Haast is nu geboden. De Tijd loopt op zijn einde en ik moet het boek nog lezen.
Onder zijn bed in de slaapkamer vind ik het boek. Thuis lees ik het. Het kost me een dag. Dus zo zit het in elkaar.  Geen pleegkind maar een vondeling. Mijn biologische vader en moeder zijn onbekend. Hij vond mij op een open plek in het bos. Hij wandelde veel en kende de bossen op zijn duimpje. De open plek was een plek waar alle vegetatie was weggebrand. In het midden van die plek stond een doos van zwart metaal. En in die doos lag ik. Naast mij in die doos bevond zich een gegraveerde zilverkleurige bal. Door het aanraken van die zilveren bal ontstond instantane telepathische communicatie over vele duizenden lichtjaren die hem leerde dat hij mij moest opvoeden en mij van alle kennis en informatie moest voorzien die hij kon bemachtigen.
Ik neem de zilveren bal in mijn hand. En zie een purperen hemel met vele manen. Ik bevind me in een cirkel van vreemde esoterische wezens. Zij vragen mijn oordeel. Ik zeg: “Het is niets. Eigenlijk niet de moeite waard”
In de kern van de aarde wordt via de tijdpoort een klein zwart gat geinplanteerd.
De aarde verdwijnt en ik neem mijn plaats in de cirkel weer in en wacht op de volgende opdracht.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 Reacties op “Mislukt.

  1. “Het is niets. Eigenlijk niet de moeite waard”

    Mooie samenvatting van het leven.

  2. Ik vind het een prachtig verhaal, maar ben het niet eens met de conclusie, al was het alleen maar vanwege de mooie natuur.

  3. Filip

    We komen uit het niets en worden terug het niets.
    Van niets komt niets zo weet de oude volkswijsheid ons al langer te vertellen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s