Het rubberen masker op de bodem van de drenkplaats van de schapen.

Rubberen duivelsmasker 2012

Met een lichte huiver begin ik aan het schrijven van dit verhaal in het besef dat het de lezer op een ongemeen intense wijze zal schokken. Wat ik nu ga vertellen werd nog door geen mensenoog waargenomen. Het is eigenlijk te angstaanjagend om aan het papier toe te vertrouwen. Maar het gaat over een zaak van leven en dood. Dus ik moet wel. Ik kan niet anders.

Het licht heeft te maken met dromerige pasteltinten van de vroege lente en hult de bossen en weiden in een mysterieus schemerig lichtgroen. Een soort groen dat eigenlijk meer naar bruinachtig goudgroen neigt. Ik betwijfel of u begrijpt wat ik bedoel.
Tegen de bosrand, die als een donkere streep als het ware gestapeld ligt op het paarse vlak der heide staan schapen elk individueel scherp wit afgetekend. Het geruis van het rukken aan de heidestruiken door veelvraterige schapenbekken bereikt nauwelijks het oor van de vroege wandelaar.
De vroege wandelaar namelijk die met de hengel over zijn schouder op weg is naar de grote zwartwaterige poel die in de omgeving bekend staat als de drenkplaats der schapen. Hij weet dat er ook menig mals visje te verschalken valt. Inmiddels drijft de dobber op het water en zit de vroege wandelaar op een visstoeltje naar de zich langzaam uitbreidende waterkringen te kijken. De stilte slechts nu en dan verbroken door de stuurse roffel van een opgewonden specht. De atmosfeer is schier paradijselijk en het heil kan niet ver af zijn.
Plots wordt de dobber ruw onder water gerukt. Daar zul je het hebben. De vroege wandelaar hanteert op vaardige wijze de hengel nu het er op aan komt. Laten vieren, weer inhalen, weer laten vieren. Een opwindend spel tussen mens en vis. Dan, plotsklaps, schiet het gewicht van de hengel alsof de vis zich heeft vrijgevochten. De hengel komt omhoog en aan het haakje hangt een onbestemd voorwerp. Druppels als flonkerdiamanten vallen in het water en de vroege wandelaar kijkt met verbazing naar zijn verschalkte prooi. Inhalen en nader bekijken. Het is een masker. Een rubberen masker. Hij kijkt nog eens goed. Alle kleuren zitten er nog op. Het is een masker dat de duivel moet voorstellen. Hij haalt het van de vishaak en legt het in de zon te drogen.
De hoorntjes liggen er wat verfomfaaid bij. Het duivelshoofd is fel rood.
De vroege wandelaar eet zijn brood en drinkt zijn koffie. Hij pakt het masker, dat inmiddels droog is en zet het op zijn hoofd. En dan voltrekt zich het wonder. Het masker smelt samen met het lichaam van de wandelaar. Het vervangt zijn eigen hoofd. De wandelaar is satan geworden. Zijn gebrul dreunt over de heide en door de bossen. De dieren des velds vluchten en beseffen dat er iets helemaal is fout gegaan. Het is niet alleen maar het hoofd van de wandelaar dat wordt vervangen, nee, het gehele lichaam van de wandelaar ondergaat een afschuwelijke metamorfose. De huid kleurt fel rood. De voeten worden stampende hoeven en vanuit zijn bilspleet groeit een keiharde scherpe pijlstaart die wild zwiepend het nabije struikgewas ranselt. De wandelaar zelf bestaat niet meer. Hij is totaal verdrongen door het personage van de satan. En daar blijft het niet bij. De satan begint te groeien. Hij rijst boven de bomen uit. Hij wordt met angstwekkende snelheid steeds groter. Zijn woeste kop reikt inmiddels tot de wolken en het gaat door. Binnen een paar seconden doorklieven zijn horens de stratosfeer en reiken zijn woeste klauwen naar de maan.
Zijn stampende hoeven teisteren de aarde. Zij verwoesten hele wereldsteden. Het supersonische gebrul bereikt een climax. Zijn geklauwde poten omvatten de aarde en proppen deze in zijn gulzige liederlijke muil. Hij vreet in een oogwenk de hele aarde op. Dan is de zon aan de beurt. Ook die moet er aan geloven en verdwijnt in de maag van Mefisto.
Uiteindelijk zuigt de duivel het hele universum naar binnen en is de werkelijkheid weer teruggebracht naar de sfeer van het onbestaanbare.

Nog duizelig van de diepe slaap waaruit ik net ben ontwaakt, wankel ik naar het venster en schuif het zware donkergroene fluwelen gordijn opzij. Ik aanschouw een prachtige zonovergoten lentemorgen en ik mompel in mijzelf dat dit is een uitgelezen dag om een visje te gaan verschalken bij de drenkplaats der schapen.

Dank u voor uw aandacht.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 Reacties op “Het rubberen masker op de bodem van de drenkplaats van de schapen.

  1. Zo komt het einde der tijden wel heel erg dichtbij … 😉

  2. Misschien kan je beter een schaap verschalken.

  3. Filip

    Her lijkt wel een metaforisch verhaal:
    De geitenbok (de duivel) verbergt zich bij de drinkplaats van de schapen (de mensheid).
    De geitenbok mag graag een schaap verleiden, telkens wanneer dit lukt onstaan chimaera – afzichtelijke monsterlijke wezens.
    Inmiddels is de aarde overbevolkt met deze duivelsgedrochren en is het armageddon onafwendbaar, satanische krachten brengen rampspoed over voormalige mensheid en de eeuwige cirkel van goed en kwaad kan opnieuw een aanvang nemen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s