Ergernis. Misschien zijn veel mensen niet eerlijk over hun geluksbeleving!

DSC_0243

Al die vragen die maar door je hoofd blijven spoken. En dan al die ergernissen!!! Nee, wacht even! “Ergernissen” is in mijn geval eigenlijk helemaal niet het goede woord. Het is meer “verwondering”. Iets heel anders dus dan “ergernis”. Het komt doordat ik, met het stijgen der jaren, jammer genoeg, steeds minder in staat ben om die goeie oude vertrouwde machteloze ergernis op te brengen. Wel kan ik me opwinden, natuurlijk. Ik kan kwaad worden over vermeend onrecht en over allerhande futiliteiten. Mijn betrokkenheid bij het wel en wee van deze aarde en bij de mensen die op deze planeet voortploeteren bezorgt mij geregeld geagiteerde gemoedstoestanden. Maar ik heb tot mijn verbazing bemerkt dat dit soort opwinding me de laatste tijd, diep van binnen, juist een aangename sensatie van potentiële creativiteit bezorgt en al helemaal geen ergernis. Deze eigenaardige sensatie spruit voornamelijk voort uit bezorgdheid en wordt bij mij kennelijk, min of meer onbewust, gekanaliseerd in de vorm van fundamentele kritiek. Kritiek op toestanden dus die de gezondheid van moeder aarde bedreigen en het “lijden” van de mens niet verminderen maar juist vergroten. Kritiek die, gezien zijn aard, natuurlijk niet anders kan zijn dan het begin van het denken over een andersoortige mens. Een beter aangepaste mens. Een pretentieuze klus. Maar het is niet anders.
Zo heb ik eindelijk, doordat ik vrijgesteld ben van inkomensvormende arbeid, de tijd gekregen om me uitgebreid over het denken en doen van mijn medemensen te verwonderen en me er dus niet meer aan te ergeren. Mijn, vooral jongere, medemensen die voortdurend kopje onder gaan in oceanen van plichten, keihard werken en losbandige feesten. Godzijdank sta ik, door eerdergenoemde volstrekt legitieme vrijstelling m.b.t. het verrichten van inkomensvormende arbeid, als onrendabele, gepensioneerde niksnut, al een hele tijd naast de samenleving in plaats van er midden in. Naast wat die neoliberale jongens onder elkaar het “echte” leven pleegt te noemen (ik zie mijn eigen positie uiteraard heel anders, maar wie ben ik?) en (gelukkig) naast dat jachtige en vermeende belangrijke leven van ploeteren, plannen en piekeren. Door mijn geisoleerde positie heb ik goed zicht op het reilen en zeilen van mijn medemensen. En als de werkelijkheid mij niet bedriegt dan bespeur ik in de harten en geesten van veel van die arme, voortkrabbelende stumpers behoorlijk wat ergernis. Echte ergernis dus. Ergernis zoals deze vroeger ook mijn deel werd. Maar wat is “ergernis” nou eigenlijk? Volgens de dikke van Dale betekent “ergeren” : “aanstoot geven, tot ontstemming of verontwaardiging prikkelen, met weerzin vervullen”.

Er zijn dus kennelijk tal van gebeurtenissen, personen of onderwerpen die de gemiddelde Nederlander tot ontstemming prikkelen en met weerzin vervullen. Het kan volgens mij bijna niet anders dan dat deze gegeneraliseerde “ergernis” de algemene geluksbeleving van al die super moderne en snelle mensen best wel behoorlijk dempt. Maar wat blijkt! Uit allerlei sociaal-psychologische onderzoeken komt naar voren dat de gemiddelde Nederlander uitzonderlijk tevreden is over zichzelf en dat die zelfgenoegzame tevredenheid hem een grote mate van geluk blijkt te schenken. Hij geeft zichzelf een hele dikke voldoende. Hij heeft zijn leven goed voor elkaar en alles verloopt voorspoedig, zelfs zo voorspoedig dat hij blijkbaar tot bijna de gelukkigste mens van de wereld gerekend mag worden. Maar waarom dan toch steeds weer die ontstemming en weerzin? Wel, die ontstemming en weerzin blijken voort te komen uit alles wat niet tot de directe leefwereld van de gelukkige gerekend kan worden, te weten de meeste van zijn medemensen, maar dan uiteraard wel met uitzondering van zijn naaste familie, want hoe zou iemand, die zo uitzonderlijk begaafd, bekwaam en gelukkig is, directe bloedbanden kunnen hebben met personen die volgens hem helemaal niet gelukkig zijn, met personen die juist ontstemming en weerzin opproepen. Nee, ook de ouders, de partner en de eventuele kinderen van onze gelukkige zijn net zo bekwaam, begaafd en gelukkig als de gebenedijde gelukkige zelf. In ieder geval veel bekwamer, begaafder en gelukkiger dan de buren, die…………!!!!!!!!! Geluk dus gehanteerd als statussymbool in een emotioneel dolgedraaide wereld. Geluk als uithangbord naar de buitenwereld. Kijk mij eens goed bezig zijn en gelukkig zijn. Natuurlijk bestaat die rare gemiddelde Nederlander helemaal niet. Als een Nederlander, officieel en in het kader van een sociologisch onderzoek, naar zijn geluksbevinding wordt gevraagd, dan vult hij de desbetreffende vragenformulieren op een voor hem zo gunstig mogelijke wijze in. Hij vermijdt zijn ellende en benadrukt de leuke dingen. Net zoals dat eigenlijk op dat gekke Facebook of op Twitter gebeurt. In een samenleving waar iedereen naar iedereen kijkt, waar glamour en glitter de boventoon voert en waar je hebt afgedaan als je ouder dan vijftig bent, is het niet verwonderlijk dat ook het persoonlijke geluk een statussymbool is geworden, dat geluk iets is geworden dat opzichtig naar buiten uitgedragen moet worden. In zo’n ambiance is het stilzwijgende de bedoeling dat het geluk van de ander minder moet lijken dan het eigen geluk is en in het verlengde van dit, door mij gepostuleerde, sociaal- psychologische fenomeen wordt ergernis en weerzin met betrekking tot het denken en handelen van de ander, de loser, als snel geboren.
Deze hele dynamiek vloeit mijns inziens indirect voort uit het moeten leven binnen een economisch systeem waar de ander wordt beschouwd als een bedreigende concurrent op een schaarse markt van begerenswaardige goederen, in plaats van als een medemens waar je op een nevenschikkende liefdevolle wijze, ook economisch, mee dient te verkeren.

Kijk, hierboven vlieg ik dus weer uit de bocht met mijn grote bek. Wie ben ik om te beweren dat mensen, die van zichzelf zeggen dat zij gelukkig zijn, eigenlijk helemaal niet zo gelukkig zijn? Wat een verduvelde arrogantie! Het zijn allemaal stelligheden. En er zijn in deze helemaal geen stelligheden. Ik ventileer slechts mijn mening, mijn perceptie. Ik onderbouw die mening wel. Dat dan weer wel, natuurlijk. Maar het is en blijft maar een mening en het heeft helemaal niets met wetenschap te maken.
Wat constateer ik dus? Ik constateer dat veel mensen, net als ik, maar een beetje uit hun nek lullen en vervolgens proberen dat gelul als waarheid en keiharde feiten te verkopen. Maar, nu ik er zo wat over nadenk, is een mening/uitspraak eigenlijk ook wel een beetje een feit. Nou ja, een feit? Meer een feitelijkheid. Een mening is meer een fenomeen. Okay, laat ik dan maar concluderen dat wetenschappelijk gezien een mening door feiten geschraagd dient te worden en dat is dan weer wel een feit.
Overigens, Einstein verkondigde met zijn specifieke en algemene relativiteitstheorie ook een hele tijd alleen maar een mening. Tot het moment dat zijn stellingen empirisch werden bewezen. Toen werden het theoriëen. Maar ook niets meer (en ook niets minder) dan dat. Meneer Popper blijft altijd over onze schouders meekijken.

Nb. Men kan zich in goede gemoede afvragen of menswetenschappen wel het predikaat wetenschap mogen dragen. Ik zelf voel me wat dat betreft meer thuis bij de “harde” wetenschap van de natuurkunde en de wiskunde, alhoewel ik me best realiseer dat ook binnen deze wetenschapsgebieden ongrijpbare zaken zoals verbeelding, creativiteit en fantasie onontbeerlijk zijn om tot zinnige theoriëen te komen. En zelfs die “harde” natuurkunde blijkt de laatste 75 jaar in toenemende mate op drijfzand (kwantummechanica) gebouwd.

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

6 Reacties op “Ergernis. Misschien zijn veel mensen niet eerlijk over hun geluksbeleving!

  1. En een kind kan nog wel begrijpen dat het mopperen, het kankeren en het boos zijn een onlosmakelijke onderdeel vormt van de dynamiek die verantwoordelijk is voor het gegeven dat de gemiddelde Nederlander van zichzelf zegt dat hij de gelukkigste mens van de wereld is. Het zou voor een Nederlander toch verschrikkelijk zijn als hij niet meer zou mogen mopperen, kankeren of boos zijn. Dat zou pas aan zijn geluk knagen!
    En dat heeft niks met statussymbolen of andere flauwekul te maken!

  2. Iedere Nederlander moet mopperen en vooral preken, het ideaal is een preekstoel per inwoner maar dat gaat niet want hout is duur.

  3. Ik ben het helemaal met je eens. Stel je toch eens voor dat de Nederlander niet meer zou klagen, kankeren of boos zou zijn. Dan zou het m.i. pas goed mis zijn. Wij mogen onze lieve heer wel op onze blote knieën danken voor het feit dat er sociale media zijn. Daar kan het gemene volk al zijn ongenoegen, zijn boosheid en zijn frustratie kwijt zonder meteen handtastelijk te worden. En die digitale sociale bliksemafleider is m.i. dan ook een belangrijke reden dat er niemand meer warm loopt om in levende lijve te demonstreren. De demonstratie als sociaal instrument om van je onvrede blijk te geven is bijna obsoleet geworden. Men blijft liever, overigens net als ikzelf, op zijn luie gat achter de computer zitten en koopt zijn opspelende geweten af door het, via de sociale media (Facebook, Twitter, Weblogs etc.) digitaal ondersteunen van allerlei liefdadigheidsacties, petities of mondiale protesten. Het menselijk denken en handelen verandert voortdurend. Het is een niet aflatende culturele evolutie eigenlijk.

    Zo lijkt die culturele evolutie in de tijd steeds weer op specifieke wijze mede onze werkelijkheid te constitueren. En wij kunnen niet veel anders dan die hele schijndynamiek gelaten ondergaan. Verleden, heden en toekomst vormen één onlosmakelijk geheel en het zelfbewustzijn is als het ware een golfbeweging van wisselende frequentie die datzelfde zelfbewustzijn de illusie van lineair verlopende tijd verleent. Kijk, nou sla ik al weer op hol en verwar me in natuurkundige theorieën. Waarom kan ik toch nooit een luchtig of guitig antwoord geven?
    Overigens ik heb in mijn werkplaats nog een heleboel hout opgeslagen. Naast het schrijven van onzin en flauwekul maak ik ook meubels. Dus een preekstoel kan er nog wel af. Misschien ga ik hem zelf wel gebruiken. Alhoewel, inmiddels is me wel duidelijk geworden dat er zoveel mensen vanaf een digitale preekstoel schreeuwen dat niemand meer wat hoort, laat staan dat men nog luistert. Je kunt beter muziek maken. Het toeval wil dat ik dat ook kan, maar dan wel op mijn eigen gebrekkige manier, desalniettemin, mijn oude oma placht vroeger al te zeggen: “Böse Menschen haben keine Lieder”. En daar troost ik me dan maar mee.

  4. “Böse Menschen haben keine Lieder”…..nou, ik heb in een lang leven als toonkunstenaar gemerkt dat ook Böse Menschen vaak Lieder hebben, m.a.w. muziek en zang zijn een enorme rijkdom maar geen garantie voor een prettig karakter.

  5. Ja, ik weet het. Maar ik leef graag, tegen beter weten in, met de illusie dat muziek in staat moet worden geacht om bij mensen met een niet zo prettig karakter de scherpe kantjes van hun frustratie en gramschap ietwat te verzachten.

  6. Filip

    De klagers hebben geen nood, de boffers – geef ze brood….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s