Een verhaal over vluchten, dwalen en vinden.

Mensen met maskers. 2013

Het leven. Bij vlagen mooi en ontroerend maar door de bank genomen toch best eentonig en saai. Mijn gemoedstoestand wisselt met de seizoenen en kan zich niet ontworstelen aan het dictaat dezer externe factoren. Ik blijf de sombere speelbal van anderen en mijn verzet wordt veelal in de kiem gesmoord door verstandige opmerkingen en gruwelijke voorbeelden. Zo ben ik wel gedwongen om een comfortabel plekje te zoeken tussen het amalgaam van opvattingen, meningen en opinies van pratende hoofden. Het meeste laat ik gelaten over me heen komen, maar soms raak ik geprikkeld en haal ik ferm uit naar de stugge en onverzettelijke bewakers van mijn gevangenis. En als de grauwsluier van alledag heel even open breekt en in een fractie van een seconde de mogelijkheden aan mij worden onthuld die dan uitnodigend en maagdelijk voor mij liggen, klinkt gelijktijdig van verre de bazuin van overmoed die mij indringend opwekt tot het onmiddellijk nemen van drastische maatregelen. Ik neem me voor om het anders te gaan doen. Vluchten is één optie. Van binnenuit naar het licht toe werken is een andere. Ik besluit te doen of mijn neus bloedt en toch te handelen. Een effectieve manier om uit de wind te blijven en tegelijk de bakens te verzetten. Ik scheep me in voor een avontuurlijke reis langs landen van weemoed en verlangen. De eerste haven is de seksuele liefde. Al vanuit de verte zie ik dat alle gebouwen langs de haven in brand staan. Op de kade liggen de lijken van egoïsme en eigenbelang. En de lucht trilt van wreedheid en angst. Wend de steven, roep ik. Maar ik kan niet voorkomen dat een vlucht van bange voorgevoelens zich in mijn onderbuik nestelt. Met trillende handen gooi ik het roer om en wend het steven. De vogels der rampspoed rusten in het want. De horizon achter ons brandt. Voor ons ligt het onbekende land der dromen. Het land van verwachtingen, hoop en harmonie.
Mijn tocht verloopt zonder al te veel commotie. Ten derde dage wordt ik een flauwe streep boven de voor mij liggende horizon gewaar. Lichtgroen. Naderbij gekomen zie ik een uitgestrekt woud. Daar boven tekenen zich vaag hoge met sneeuw bedekte bergen af tegen een dreigende lucht van grijs. Vermoeid sluit ik even de ogen. Als ik even later mijn ogen weer open zie ik dat we dichter bij de kust zijn gekomen. Op het brede strand wervelen nimfen en faunen in een bedwelmende dans rond een hoog oplaaiend vuur van passie en lust. Ik neem deel aan de dans en voel mij steeds lichter worden. De lucht lijkt te trillen. De omtrekken van de mythische wezens vervagen en maken plaats voor de donkere silhouetten van de bloeddorstige en moordlustige hellehonden uit mijn nachtmerries. Ik vlucht naar de veilige krochten van mijn obscure vaartuig. Ik nagel mij vast aan de grote mast en laat de orgie der verlorenen over mij heen komen. Het schip steunt en kraakt. De drek der krijsende wanhoop besmeurt het schoon gepoetste dek. Slechts met de moed der wanhoop kan ik mij ontworstelen een de verlokkingen der vleselijke lusten. Ik bemerk een algehele verzwakking van mijn weerstandsvermogen. En net als ik op het punt sta mij over te geven aan die gruwelijke en hedonistische braspartij, lost het helse panopticum op en bevind ik mij weer op volle zee. Ik moet nu alle hoop laten varen. Mijn verwachtingen zijn door het helse spel der infernale krachten volledig om zeep gebracht. Ik zocht harmonie en vond slechts chaos.
Stuurloos dobbert mijn schip op de uitgestrekte oceaan van mogelijkheden en werkelijkheid. Na een tijdloze periode ontwaar ik een klein eiland. Eigenlijk een eiland van niks. Een eiland met een paar kale rotsen, wat schril schreeuwende zeevogels en een verweerd huisje weggedoken in de veilige berging van een duinpan. Er voor zit een vrouwmens. Niet perfect maar wel mooi. Zij wenkt mij om met haar te komen leven. Om haar eenzaamheid te beëindigen. Ik rol mij op in haar veilige schoot en huil bittere tranen van schuld en van berouw. De werkelijkheid stolt in een leven van eenvoud en ascese. De eeuwigheid neemt een aanvang en omarmt mij als een verloren gewaande zoon. Het zoeken is beloont.

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

4 Reacties op “Een verhaal over vluchten, dwalen en vinden.

  1. Weet je, ik ben gek op barok taalgebruik. Echter, de huidige anti-intellectuele tijd heb ik niet mee. De internetgeneratie zegt: zinnen niet langer dan vijf woorden en het verhaal niet langer dan drie regels. En dan nog is het voor hen moeilijk om de aandacht vast te houden.

  2. Geboeid, wat zeg ik? Door de woorden opgezogen en meegesleurd op je omzwervingen, zit ik hier nog natrillend van zoveel opwinding.
    Wat een avontuur, zeg! Kan ik je een plezier doen met dit passende muziekje om wat bij tot rust te komen?
    http://dagendauwsnotenbalk.blogspot.be/2011/06/hause-am-see-peter-fox.html

  3. Als je door de zinnen reist wordt het onmogelijke mogelijk. Het geprangde gemoed tobt wat af en twijfelt zonder zekerheid, maar vindt uiteindelijk troost bij zoiets prozaisch als een vrouwenborst. De muziek was mij reeds bekend en benadrukt eens te meer het tragische zoeken naar vrede en veiligheid. Maar het kan allemaal nog veel slechter!

  4. Filip

    Een einde in eenvoud en ascese….
    En dat alles om te ontsnappen aan wat bij het begin vooral eentonig en saai was.
    De omzwervingen tussen het begin en einde zijn vol eigenbelang, wreedheid, angst, teleurstellende verwachtingen op hoop en harmonie die ontaarden in vreselijke vleselijke lusten en decadentie. Één grote chaos qua.
    Een betrekkelijke waarheidsgetrouwe metafoor voor het leven zelf ….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s