Hemelvaartsdag. Hoe het noodlot mij bij de kloten kreeg!!

Softly, softly

Softly, softly

 

 

Er ligt altijd wel ergens gevaar op de loer. Het leven gaat desondanks zijn gang en voert mij op vreemde paden naar onbekende doelen. Ik kan wel plannen maken, maar ingrepen van buitenaf verstoren telkens weer de geplande duurzaamheid van mijn goede voornemens. Houdt u mij ten goede, mijn ruggengraat is weliswaar sterk en mijn kin oogt behoorlijk weerbarstig en ik ben zeker niet voor een kleintje vervaard, maar desondanks boezemt het noodlot mij wel degelijk vrees in en is het een van de meest angstaanjagende metgezellen op mijn levensweg.

En zo strompel ik voort. Ik kijk links. Ik kijk rechts. Voor me. Achter me. Maar wat er onder en boven mij gebeurt weet ik niet. Dat gaat mij te ver boven mijn pet. Ik beweeg mijzelf dus bij wijze van spreken in een twee-dimensionale ruimte. De andere dimensies zijn er wel, maar ik percipieer ze niet. Ze behoren niet tot mijn werkelijkheid. En daarom gaat het dan ook geregeld mis. Vaak totaal onverwacht slaat het noodlot toe. Zo ook deze morgen.

Ik ben bezig met mijn dagelijkse beslommeringen als de sirene van het luchtalarm gaat. Geen oefening. Het is Hemelvaartsdag. Donderdag dus. Zestien uur drieënveertig. Ik snel naar buiten om te zien wat er aan de hand is. De kleur van het zwerk is diep rood geworden. Alle wolken zijn verdwenen. Uit de lucht komen vreemde gekleurde ballen vallen die geluidloos openspringen als zij de grond raken. De ballen hebben alle kleuren van de regenboog. In elke bal zit een engel. Groter dan een mens. Zij zijn stralend wit. Ook hun gezichten. Alleen hun ogen schijnen met een gouden gloed en verspreiden overal waar zij kijken een zweem van gele mist. De engelen zijn meer dan drie meter groot. Met machtige ruisende vleugels. Zij gaan de huizen langs en nemen mensen mee. Sommige mensen mogen blijven. Anderen moeten dus meekomen. Samen met de engelen varen de mensen ten hemel. Zij verdwijnen langzaam in de rode gloed die nu boven de aarde hangt.

Ik ga mijn huis weer binnen. Ik wil thuis zijn als er een engel aanbelt.

Om de tijd te doden zet ik de radio aan en hoor vrijwel meteen de stem van God. Een lieve, zachtaardige stem. Hij zegt steeds hetzelfde. Goede mensen moeten mee komen. Slechte mensen blijven achter en zullen het moeilijk gaan krijgen. Echter, voor hen is nog niet alles verloren. Als zij in staat mogen blijken de aarde weer in een paradijs te veranderen zal hij ook hen komen halen. Over een paar miljoen jaar.

God zegt niet wat goed is en wat slecht is. Maar een goed verstaander heeft genoeg aan een half woord. Het woord paradijs zegt mij genoeg.

 

Er belt geen engel aan mijn voordeur. Zij gaan mijn huis voorbij. Ik word niet meegevoerd. Ik ben dus slecht en moet afwachten wat de toekomst mij gaat brengen. Ik hoef niet lang te wachten. De aarde onder mijn voeten begint te trillen en te golven. Ik snel het huis uit. Met donderend geraas storten alle huizen in elkaar. Ik word op de schokkende grond gesmeten. De wolken zijn weer terug. Het is aardedonker geworden. Bliksem doorklieft het zwerk. Regen geselt de puinhopen. Kermend ga ik in knielende houding zitten, gooi mijn hoofd achterover en brul met getormenteerde stem mijn angst en schaamte de lucht in. Het is voorbij!

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Hemelvaartsdag. Hoe het noodlot mij bij de kloten kreeg!!

  1. Filip

    De levensweg van het personage is een lijdensweg van noodlot gevolgd door hoop die weer omslaat in noodlot. Hoop is geen eindpunt, hoop brengt uiteindelijk noodlot voort. Terwijl noodlot een eindpunt markeert….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s