Steeds maar weer dat verhaal over Job.

Repin schilderde Job en zijn schijnheilige vrienden. Goed zo, jochie!!

Repin schilderde Job en zijn schijnheilige vrienden. Goed zo, jochie!!

Als je ouders streng en belijdend gelovig zijn en ze je met de karwats der juiste religieuze bedoelingen elke zondag weer naar het gebedshuis jagen, is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om te eniger tijd die loden last van het irrationele geloof af te gooien. Kinderen maken het hun ouders graag naar de zin. Ook als de kinderen volwassen zijn. Bij het afzweren van het irrationele geloof blijft de schuld knagen. Wat zouden vader en moeder hier wel niet van zeggen?

Vooral de kinderen die gaan studeren en met “de wereld” in aanraking komen worden heen en weer geslingerd tussen de ascese en de moraliteit van het geloof en het hedonisme en het gebrek aan zelfbeheersing van de “decadente” seculiere studentenwereld. Zij ontmoeten interessante niet-gelovige mensen en maken kennis met de wetenschap die zich niet licht laat verenigen met de strenge dogma’s van de kerk.

Ik zit in de kerk. Op een harde kerkbank. Er hangt een geur van natte jassen en mest. De gemeente zingt dat het een lieve lust is. De dominee is even gaan zitten op een ongemakkelijk stoeltje dat in de preekstoel staat. Hij wist zich het voorhoofd met een witte zakdoek en bereid zich mentaal voor op de komende preek. Het zal gaan over Job. Job, de geweldenaar van God, die ondanks beproevingen van velerlei aard, toch bleef geloven in God den Here. Het wordt een soort van analogie. Maar dan toch weer net iets anders. Een verhaal dat in het hier en nu speelt, maar rechtstreeks is terug te voeren op Job. De dominee staat op nadat de laatste galmen van het hijgend hert zijn verstorven. Hij neemt een slok water en begint.

“Hij wordt geboren met een gouden lepel in zijn mond. In het kasteel waarvan de ruïnes net buiten het dorp liggen. Zijn moeder is een frivole telg uit een oud decadent grafelijk geslacht dat door intermitterende inteelt een aantal vreselijke erfelijke ziektes heeft weten te verzamelen. Zijn vader is afkomstig uit een familie van hardwerkende wagenmakers die zich elke generatie economisch verbeterde maar sociaal is blijven steken in de middeleeuwen. Zij noemen hem Boy. De beide ouders zijn door een grillige speling van het lot lid geworden van een Pinkstergemeente en vatten de religieuze taak serieus op. Elke zondag weer liedjes over de Heer zingen, veel met de armen zwaaien, gebedsgenezing en luisteren naar de voorganger, een op geld en macht beluste, seksueel gederailleerde en opgeblazen man die het bedrijven van de hypocrisie tot grote kunst heeft verheven. Boy groeit voorspoedig op en treedt op eenentwintig jarige leeftijd in de voetsporen van zijn vader als mededirecteur en partieel eigenaar van een grote keten bedrijven die handelen in auto-onderdelen. Of zoiets. Zijn zakenpartner is zijn neef Gaston, het stereotype van een manager, hebberig, keihard, fantasieloos en volstrekt egoistisch.

Tussenstuk: In het oude vervallen motel, gelegen in het niemandsland tussen hemel en hel ontmoeten God en Satan elkaar voor hun wekelijkse potje schaak en om de stand van zaken op de aarde door te nemen. Die Boy van jou, die heeft het toch maar goed, mijmert de satan.

Dat komt omdat hij zo diep gelovig is, antwoordt de Heer. Goed, oppert de satan, laten wij wedden. Ik pak Boy alles af. En we zullen zien of hij dan nog steeds zo diep gelovig blijft. Top!, zegt God. Doen we. Schaak!

Boy krijgt die vreselijke, genetisch vastgelegde, neurologische aandoening. Dankjewel moeder! Hij raakt verlamd. Rolstoelpatient. Zijn “zakenpartner” maakt, zoals van een manager valt te verwachten, misbruik van de situatie en steelt op “legale” manier het aandeel van Boy in het bedrijf. De vader en moeder van Boy sterven vlak na elkaar aan slopende ziektes. Boy zelf, geheel aan lager wal geraakt, komt in een opvangtehuis voor zwervers terecht en maakt al gauw contact met de slimme Mohammed, een devoot moslim en een toegewijd terrorist.

Mohammed zet aan Boy uiteen hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. Ze worden dikke vrienden. Boy wordt moslim en krijgt vanwege zijn afschuwelijke ziekte enige bekendheid. Ondertussen hebben Mohammed c.s. op slinkse wijze toegang gekregen tot allerlei nucleaire geheimen. Boy draait volop mee in het complot. In de kelder van een verlaten villa in het Gooi wordt een nucleaire bom in elkaar geknutseld door enkele hoogopgeleide en technisch bijzonder begaafde moslimbroeders. Boy bezit een aangepaste bestelwagen waarin hij zijn rolstoel kan vervoeren. Van deze bestelwagen maken de terroristen gebruik om de bom naar een huis in de Amsterdamse wijk “De Baarsjes” te rijden. “s Nachts wordt de bom uitgeladen en in de kelder geplaatst. Boy rijdt weer terug naar het Gooi. Die nacht krijgt hij een droom. In die droom verschijnt zijn overleden vader aan hem. Zijn vader kan met zekerheid bevestigen dat er geen sprake kan zijn van “Geloof”. Het is allemaal bedrog. Boy zweert die zelfde nacht nog elke vorm van “Geloven” af!! In de vroege ochtend wordt de nucleaire bom tot ontploffing gebracht. Een groot deel van Amsterdam wordt van de kaart geveegd. Er zijn vele honderdduizenden slachtoffers te betreuren. Het land is volledig ontredderd. Boy maakt een einde aan zijn leven. Niemand merkt het.

Eindspel: God moet zijn meerdere erkennen in de Satan. Satan toont geen triomferend gedrag. Eerder is zijn houding berustend. Voor hem zijn de gebeurtenissen vanzelfsprekend. Hij haalt zijn scherp snijdend mes der laatste dagen tevoorschijn en snijdt in een houw God de keel door. Met gebroken ogen stort God neer.

In de zon woeden nucleaire processen die tot een hoogtepunt komen waardoor de zon verandert in een rode reus. De aarde wordt verzwolgen en wat rest is een gloeiende sintel die gedoemd is om tot het einde der tijden het universum te doorkruisen”.

Diezelfde zondag nog wordt de dominee de wacht aangezegd door de kerkeraad. Maar ze zijn te laat. De dominee heeft zijn biezen reeds gepakt en is afgereisd naar Rio de Janeiro, alwaar hij tot op de dag van vandaag een liederlijk leven van seksuele ontucht en materiële onmatigheid leidt. Om hem heen zindert de zonde, maar zijn ziel is van roestvrij staal. De dominee handhaaft zich en weet zelfs nog enige vreugde uit zijn leven te persen. Alleen hij kent de waarheid. Maar hij zal zwijgen.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Steeds maar weer dat verhaal over Job.

  1. Filip

    Boy, ’t is weer eens iets anders dan Yob….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s