Hoe God uiteindelijk zijn ongelijk moest bekennen. Een min of meer stichtend verhaal.

Eigenlijk kun je Hem helemaal niet zien.

Eigenlijk kun je Hem helemaal niet zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is maar weinig waar ik zo van kan genieten als van de zekerheid dat de wereld mij met rust laat. Mij als het ware uitkotst. Die zekerheid van vrijwillig gekozen sociale uitsluiting is geworteld in het feit dat ik er Goddank in geslaagd ben om totaal niet interessant, modieus, belangrijk of anderszins aantrekkelijk over te komen bij allerlei rare, pretentieuze en pedante soortgenoten. Ik kan mij terecht beroemen op het feit dat ik er in geslaagd ben om mijn licht dermate gedimd onder de korenmaat te laten schijnen dat nog niet eens een fractie daarvan de buitenwereld beroerd. Natuurlijk, communiceer ik noodgedwongen wel met die buitenwereld. Moet ik helaas geregeld in contact staan met een keur aan slaapverwekkende medemensen. Het zij zo. Ik verricht met een low profile mijn werk als gezant in dienst van Groothertog Karel August van Sachsen-Weimar. Ik discussieer, ik debatteer en wat niet al. Maar mijn werkelijke binnenste zit hermetisch op slot en verbergt zich veilig achter de gepantserde kluisdeuren van mijn innerlijke afkeer.

Op gezette tijden roeptoeter ik vrolijk en omineus in het rond. Ik schuw de aanval niet en zo lijk ik een hele bink. Een echte kanjer. Tenminste, dat denk ik zelf. Mijn sluwe, wantrouwige en agressieve medemensen weten op grond van de door hen ontwikkelde psychologie van de koude grond natuurlijk wel beter!!! Zij ontmaskeren mij steeds weer opnieuw als de verwaten gek en de knorrige klootzak die ik in hun ogen lijk te zijn. Dat alles kan mij uiteraard niet vermurwen of tot inkeer bewegen aangezien dergelijke primitieve kwalificaties mij, tot mijn grote geruststelling, totaal niet raken.

Stekelige ironie en onverhuld sarcasme zullen al mijn woorden niet aflatend blijven doordesemen. Cynisme is mijn trouwe metgezel en velen bemerken niet eens dat ik de draak steek, dat ik mijn medemensen al lang niet meer serieus neem. Mijn evidente, onsympathieke onthechting zorgt ervoor dat mijn medemensen, wellicht uit zelfbescherming, mij ook niet serieus nemen. Ik ben een mensenhater. Een sociopathische misantroop.

Vanuit die positie sta ik in de wereld en geniet ik steeds meer van alles wat zich om mij heen aan flauwekul en vermakelijkheden afspeelt. Want het is mij gebleken dat ik uit de grondige afkeer die ik koester ten aanzien van anderen zelf heel erg veel genoegen en plezier kan putten. Ik geniet aldus met volle teugen van een rijk en gezegend leven. Een rijkdom die ik, zoveel zal u inmiddels wel duidelijk zijn, helemaal zelf heb vergaard en die ik koester als de Engelse kroonjuwelen. Ik ben beste maatjes met mijzelf en wat dat betreft kan het leven eigenlijk niet beter. Met de bemoeizucht van mijn medemens kan ik op een sociaal zeer aanvaardbare wijze omgaan. Ik kan me er, zoals reeds gezegd, somtijds behoorlijk vrolijk over maken en weer zodoende, zoveel mogelijk, de ergerniswekkende, pedanterie van mijn medemens uit mijn vaak toch al zo geprangde gemoed.

Dit alles gezegd zijnde, kon het gebeuren dat ik op de terugweg naar het hof in Weimar, geconfronteerd werd met een verschijning van gene zijde. Tezelfdertijd leek het wel of alle sluizen in de hemel simultaan waren opengezet. De regen kwam als een massief gordijn van ijskoude waterdroppels naar beneden. Vaag tekende zich voor mij, op de tot een sissende modderpoel gemetamorfoseerde zandweg, de contouren van een serafijn af. Het was een wat wazig wezen met gouden droomogen en zes reusachtige trillende vleugels van echte witte vogelveren. Het droeg een lichtgevend wit kleed waarover zich, met een soort slangachtige bewegingen, iriserende regenboogkleuren kronkelden. Niet weer, dacht ik. Niet weer een verschijning om mij tot de orde te roepen. De laatste verschijning stond mij namelijk nog maar al te goed voor de geest. Ik wilde niet weer zo’n vernedering meemaken. Met schallende stem, verwonderlijk, gezien het kleine lijfje waaruit zulk een bassende geluid toch kon worden geperst, bulderde de serafim, “Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt”. Vervolgens, iets minder luid, onderhield hij/zij mij streng ter zake van de dwalingen mijns weegs. Dat ik mijn ideeën over mijn medemensen onverwijld diende bij te stellen, want dat God, geprezen zij Zijn naam, op zo’n manier nooit adequaat contact zou kunnen leggen met Zijn, in dit ruimtetijdcontinuüm unieke, met zelfbewustzijn begiftigde, sterfelijke creaturen. Mijn medemensen dus. En of ik daarom alsjeblieft wilde luisteren. O ja, dat vergat ik helemaal te zeggen, ik ben namelijk één van de zonen van God, Schepper van hemel en aarde, die helaas voor de tweede keer op aarde moest wederkeren om te trachten Zijn ethisch en moreel volstrekt onbetrouwbare schepselen te redden uit de begerige klauwen van die akelige, perverse en diep gevallen aartsengel Lucifer.

De esoterische serafijn maande mij derhalve ten tweede male in mijn bestaan om aandachtig naar hem/haar te luisteren. Dit, terwijl de regen duidelijk in intensiteit toenam en nu zelfs zo krachtig nederdaalde dat de grond niet in staat was het hemelwater op afdoende wijze te verwerken. Het water reikte inmiddels tot mijn knieen. De lucht raakte steeds verder bezwangerd met knettersissende bliksems en oorverdovende donderslagen.

De engel, die met zijn bazuinstem ruimschoots het lawaai van het natuurgeweld overstemde, eiste dat ik die ellendige misantropie zou afleggen en dat ik het neoliberale optimisme (als je iets echt wilt dan zul je het ook bereiken!) moest omarmen. Hemelse krachten zouden mijn aardse positie gaan versterken en zouden mij tot ongekroonde keizer van de wereld maken. En aldus bekleed met wereldlijke macht zou ik op geleide van het neoliberale, vrijemarktgerichte economische systeem ieder mens op aarde welvaart en welzijn schenken. Dit zou voldoende moeten zijn om het kwade te keren en het goede voor eeuwig te laten zegevieren. Althans dat was het plan. Ik dacht er zo het mijne van. Ik was inmiddels al een tijdje onder de mensen en had er daarom niet veel fiducie in. Maar ondanks mijn bedenkingen wist ik dat ik akkoord moest gaan met het voorstel. Ik had in deze niets te kiezen. Als bij toverslag hield de regen op. Het water was weg. Ik werd even bevangen door een lichte duizeling. Een fractie van een seconde ervoer ik de onstoffelijkheid die zo typerend is voor ons soort goddelijke creaturen. Ik werd weg geslingerd door de tijd.

Licht verbaasd vond ik mijzelf terug naast mijn Bentley op een parkeerplaats langs de kant van een drukke snelweg. Mijn chauffeur vroeg me of ik weer was opgeknapt en of we onze weg konden vervolgen. We moesten immers op tijd komen voor een belangrijke vergadering met de sectiehoofden van onze multinational.

Zoals voorspeld rees ik naar grote hoogten en behoorde ik in minder dan geen tijd tot de allermachtigsten der aarde. Het was niet leuk, maar het moest.

En zo hield ik het nog duizend jaar vol. Met vallen en met opstaan. Het plan liep uiteindelijk, zoals ik al had vermoed, op niets uit. De laatste honderd jaar liepen de spanningen steeds verder op. Een wapenwedloop die zijns gelijke niet kende, was ontketend en uiteindelijk raasde het nucleaire vuur over de aarde en verdween de mens. Ik bleef alleen achter op een verschroeide planeet. En ik moet eerlijk bekennen, ik had ook niet heel erg mijn best gedaan. Ik kon het niet. Ik kon mij, als misantroop, niet goed heenzetten over de schier pathologische afkeer die ik voor mijn “medemensen” was blijven voelen.

Mijn Vader haalde me terug en moest bekennen dat hij ongelijk had gehad. Ik snapte hem wel, hij wilde altijd het goede doen en denken. Uiteindelijk breekt je dat een keer op.

Maar Hij is niet voor één gat te vangen. Ik hoor dat hij alweer bezig is met een andere planeet. Er lopen daar, naar het schijnt, al weer een soort proto-apen rond. Ik ben benieuwd. Maar ik hoop wel dat hij deze keer een van mijn broers kiest. Ik heb er voorlopig even genoeg van.

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

6 Reacties op “Hoe God uiteindelijk zijn ongelijk moest bekennen. Een min of meer stichtend verhaal.

  1. Vanmorgen vroeg een leerling om een herkansing.
    Verbaast keek hij mij aan toen ik hem uitlegde dat hij geen herkansing krijgt.

    De mensheid heeft ook maar een Aarde gekregen om te vernietigen.
    Apen hebben dat beter door.
    Zij verspillen, vernietigen en vermoorden veel minder.

    Of wij nu al te laat zijn door het vernietigen van de Aarde geeft mij soms angstdromen.

    Bezorgde groet,

    • Beste Rob,

      Het is ongetwijfeld een wetenschappelijk te toetsen gegeven dat wij, behorende tot de soort “Homo Sapiens” en hoogstwaarschijnlijk als enige soort binnen ons zonnestelsel, begiftigd zijn met een zelfbewustzijn, een complex biologisch product van honderden miljoenen jaren evolutionaire ontwikkeling. Het resultaat van een dergelijke langdurige evolutionaire ontwikkeling kan ons, als rationele wezens, eigenlijk niet anders dan bitter teleurstellen. Duidelijk is inmiddels dat wij in exponentiële mate het “slachtoffer” worden van evolutionair ontwikkelde reflexen dewelke irrationele overcompensatie van onze behoeften bevorderen. Reflexen die diep in ons “reptielenbrein” wortelen. Onze existentiële angst voor de dood en het daaruit voortvloeiende, tijdens de periode van onze evolutie ontwikkelde, “coping” – mechanisme, blijkt voor continuering van de soort niet echt ideaal te zijn. Net zoals er vele onvolkomenheden in onze puur evolutionair – biologische ontwikkeling zijn te detecteren, zo zijn er ook contraproductieve reflexen aan te wijzen op een wat abstracter niveau, te weten onze destructieve, materieel gerichte, hebzucht, onze pathologische drang naar macht en het, vaak onbewust, demoniseren van het zwakkere. Dit hele proces, samen te vatten in de verzamelterm “Condition Humaine”, levert als voorlopig resultaat een conclusie op die op zijn minst angstaanjagend is. De homo sapiens in zijn huidige hoedanigheid zal het, relatief gezien, niet erg lang meer gaan maken. Hij zal, bij gebrek aan gunstige mutaties, ten onder gaan aan een door hemzelf veroorzaakte, ingrijpend gewijzigde, leefomgeving. Het ware in dat kader bezien, de mens, als zijnde een kwaadaardige parasiet, wellicht aan te bevelen om een minder grote broek aan te trekken, en in alle bescheidenheid en schaamte een begin te maken met het redden van onze planeet. Maar ik ben bang dat ik bij onze hedonistische en nihilistische neoliberale medemensen een nul op mijn rekest ga krijgen. Er is geen gevoel van urgentie, er is geen nadruk op echte fundamentele wetenschap, en er is nog minder behoefte aan een samenleving waar binnen de mensen zich op een rationele en liefdevolle wijze tot elkaar willen verhouden. De mond verhaalt natuurlijk wel van mooie en liefdevolle zaken, maar de daden van het neoliberale monster laten toch echt iets anders zien.
      Overigens bedankt voor de, altijd weer, constructieve en betrokken reacties!!

  2. piterfries

    Juist enkele soorten grote apen moorden, net als mensen, graag hun soortgenoten uit.
    De overbevolking van deze aarde is ten dele toe te schrijven aan de westerse monotheïstische godsdiensten, waarvan de Islam is afgeleid, die seks anders dan voor voortplanting, verbieden.

    • Het uitsterven van apensoorten is toch volledig toe te schrijven aan het destructieve handelen van de mens.

      Het respect voor het eigen lichaam, leven, soortgenoten en de omgeving komt in alle monotheistische, inclusief de Islam, voor.

      Vriendelijke groet,

  3. joost tibosch sr

    Mensen hebben gelukkig ook het vermogen om werkelijkheid zo anders te denken, dat ze die anders kunnen maken. Zo ontstond in die lange mensengeschiedenis -wat wij- cultuur noemen.
    Itt dieren hebben mensen, of ze nu gelovig zijn of niet, ook ongelukkig genoeg met hun beperkt vrije willetje zelfs de mogelijkheid om werkelijjkheid,evolutie én cultuur kapot te maken, te misbruiken of te blokkeren.
    Dieren kunnen geen misbruik maken van natuur en kunnen slechts onder hun maat raken door menselijk misbruik. Mensen kunnen, vrijwillig en meegesleurd, onder hun menselijke maat raken,.. of ze zichzelf nou geweldig vinden of de mond vol hebben van een (Af)God.
    En als mensen in die doorgaande evolutie niet met elkaar verantwoord voor verdere evolutie zorgen mn door niet naar elkaar en hun menselijk geweten te luisteren, lopen ze het risico rare stemmen of alleen de echo van hun eigen stem stem te horen..

  4. Filip

    De gezant van de Groothertog heeft zich de beste optie tot zelfbehoud eigen gemaakt, hij praat mee op de maat maar denkt er het zijne van.
    Voor de toeschouwer lijkt hij gezagsgetrouw maar hij is dat maar in zoverre dat dit hem niet in het verderf dreigt te storten.
    Hij die klakkeloos het gepraat maar ook de gedachten van anderen overneemt riskeert meegesleurd te worden in de val van die anderen.
    De gezant van de Groothertog zou in dit geval net zoals de Groothertog zelf en alle andere mensen mee het slachtoffer zijn geweest van de verschroeide aarde.
    Hij die zowel in zijn ideeën als met zijn gepraat tegen de schenen van het establishment schopt wordt zelf een verschoppeling.
    De gezant van de Groothertog zou in voorkomend geval zelfs nooit gezant zijn geworden en derhalve de ontmoeting met de zoon van god hebben misgelopen. Ook dan zou hij het slachtoffer zijn geweest van de verschroeide aarde.
    Enkel als vrije geest met een scherp ontwikkeld zelfbewustzijn kon hij slagen daar waar anderen faalden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s