Er bestaan veel misverstanden rond de functie van BANKIER. Subtitel: ‘Ode aan de Bankier’.

Bankier met zijn vrouw.

Bankier met zijn vrouw.

Hoe vibreert mijn zelf gecreëerde  leefomgeving niet op het ritme van mijn uitzonderlijke psychische en fysieke perfectie, maar bovenal ook op de stuwende kracht van mijn juveniele vitaliteit. Hoe siddert mijn creatieve en originele hartstocht niet van ongebreidelde en synergetische daadkracht. Daadkracht die wortelt in de excellentie van mijn geniale, schier sacrale hoedanigheid en die zich noodwendig op grootse wijze manifesteert in dit prachtige en atletisch gebouwde corpus. Alles in mij is er op gebrand mijn evidente superioriteit steeds opnieuw te bewijzen. De onontkoombaarheid van mijn uitmuntendheid wordt keer op keer weer bevestigd als ik smekelingen en onsympathieke zwakkeren gelijk schurftige en primitieve honden van mij aftrap. Ik ben God. Ik ben het alfa en het omega. Er is niets dat mij kan deren. Alle hulde aan mij bewezen is volkomen terecht en vanzelfsprekend. Gebrek aan de mij verschuldigde eerbied wordt door mij hoogstpersoonlijk gestraft met ultieme vernedering en algehele economische vernietiging. Dergelijke ondankbare, schier blasfemische en volstrekt respectloze non-valeurs zijn het eigenlijk niet waard om te leven. Zij zullen door mij van het aangezicht der aarde verwijderd worden. Ja, mensen, u heeft het waarschijnlijk al geraden, ik ben een bankier!!!

En zie, in het donker flonkert om mijn hoofd een imponerende stralenkrans van heiligheid en perfectie. Mijn welgevormde, als uit kostbaar marmer gebeeldhouwde, voet rust op de afgebeulde ruggen der loonslaven en banale middelmatigen, voor wie mijn monetaire woord hun enige wet is.

Ik ben bankier. Ik ben onaantastbaar en schep mijn eigen wereld. Sidder, huiver en bewonder. Dat is alles wat ik van u eis. Bij uw ‘in gebreke blijven’ zal mijn wraak vreselijk zijn, zult u de diepste en donkerste krochten der anonimiteit en onbetekenendheid moeten ervaren en zult u, op geleide van mijn goddelijk gestuurde hand, moeten lijden als een konijn in de strik van een stroper.

Mijn uitzonderlijke excellentie is onweersproken. Mijn genie wekt alom bewondering en waardering. Als het mij pleziert of zo uitkomt werp ik u in de grondeloze diepte van de opperste armoede en degradeer ik u tot willoos slachtoffer van uw eigen hebzucht. U zult wenen en klagen. U zult alle duivels uit de hel vloeken. Maar u zult mij niet kunnen deren, omdat ik de Onaanraakbare ben. Ik ben het begin en het einde. Ik ben het leven en ik beslis over de dood. Ik ben een bankier.

Begrijpt u dat? U bent voor mij niets meer dan een nietige aardworm dewelke met een nonchalante en terloopse beweging van mijn voet tot stof kan worden vertrapt.

En ziet, dan is daar plots onze Joris, eigenlijk kan ik, als door God verkozen bankier, wel zeggen: ‘mijn eigen Joris’. Mijn eigen beeldschermridder die met zijn scherp geslepen tweesnijdend pennenzwaard de draak der vooroordelen te lijf gaat!!!! Hij zegt dat het allemaal best wel meevalt met die ‘monsters’ die zich schuil houden in de ingewanden van zakenbanken. De ‘monsters’ zijn niet de bankiers, maar vooral de financiële darmpoliepen, ook wel quanten geheten, die derivaten in de vorm van gebakken darmgassen produceren die, via de anus (de anus is hier dus de gemetamorfoseerde bankier), het doodzieke financiële lichaam verlaten om hun heilloze en vernietigende werk te doen. Deze pathologische flatulentie, als noodlottige voortbrenger van giftige gebakken darmdampen, veroorzaakt wereldwijd een penetrante stank die het algemene geluksgevoel van de mondiale bevolking sterk vermindert. Maar het algeheel disfunctioneren van dit totale metabolische proces kan natuurlijk niet exclusief aan de anus worden toegerekend, daar deze sterke sluitspier in feite niets anders doet dan het ordelijk faciliteren van de afgifte van allerhande stinkende afvalproducten. Het gaat derhalve niet aan om de anus i.c. de bankier voor het totaal van het disfunctionerende proces verantwoordelijk te houden. Joris verzoekt daarom buitenstaanders met gevoelige reukorganen hun vooroordelen overboord te gooien, de schellen van de ogen te nemen en de anus, de bankier dus, te zien voor wat hij werkelijk is, namelijk een banale, onwelriekende, faciliterende opening van een doodziek financieel lichaam.

Soms echter gaat Joris, en ik praat hier in mijn onaantastbare functie als bankier, veel te ver in zijn verklarende verkenning van de bankierswereld.

Bankiers zouden, net als andere mensen, sterfelijk zijn. Sterfelijk? Ik? Kom nou, gelooft u nou werkelijk dat de drager van een dergelijke stralende excellentie en van zulk een bovenmenselijke en buitensporige uitmuntendheid, sterfelijk kan zijn. Ik ben de “Master of the Universe”. Dat weet toch iedereen!! Als ik sterf, sterft het universum. Alsjeblieft zeg, Joris, blijf eens even met je beide benen op de grond!

Bovendien zouden wij, bankiers, kunnen lachen en huilen, net als andere mensen. Ik zou dus in staat moeten zijn om te lachen en te huilen, beweert Joris. Wel, dat moge misschien zo zijn, maar dan toch zeker niet ‘net als andere mensen’. Zo ik al zou willen lachen of huilen dan doe ik dat uitsluitend op mijn geheel eigen excellente en uitmuntende wijze, want, zo valt zonder veel overdrijving te stellen, als ik lach dan lacht het ganse universum en als ik huil dan huilt de hele wereld!

Tevens zou ik, volgens die dekselse Joris, en dat is misschien nog wel de kwalijkste bewering, ook ongeveinsd aardig en vriendelijk kunnen zijn. Ja, het woord ‘joviaal’ is in dat verband zelfs gevallen. Wat een ultieme belediging!! Immers, elke bankier weet tegenwoordig zo langzamerhand wel dat welgemeende onvervalste vriendelijkheid en oprechte authentieke empathie duidelijke aanwijzingen zijn voor een alles ondermijnende karakterzwakte. Ik ben natuurlijk wel een god, mensen! En dat gegeven wordt door Joris in mijn ogen toch nog te weinig benadrukt. Door zijn woorden zou men zomaar de indruk kunnen krijgen dat ik een doodgewoon mens ben.

Nota bene (voor de alle zekerheid, want je weet maar nooit met de huidige bloggers):

Ironie (uit het Grieks:  geveinsde onwetendheid) is een stijlfiguur waarbij dat wat klaarblijkelijk gezegd wordt, afwijkt van dat wat bedoeld wordt. Zodoende is ironie veelal alleen herkenbaar voor de geoefende of ingewijde verstaander. Om het verschil tussen het gezegde en het bedoelde uit te drukken, kan de ironie gebruikmaken van verschillende andere stijlfiguren, zoals sarcasme en understatement. Met gezichtsuitdrukkingen en intonatie kan de gebruiker van ironie aan de verstaander extra hints geven dat zijn uitspraak niet letterlijk bedoeld is

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

7 Reacties op “Er bestaan veel misverstanden rond de functie van BANKIER. Subtitel: ‘Ode aan de Bankier’.

  1. Te waar van woorden ……

    Bezorgde groet,

    • Beste Rob,

      Bedankt voor je reactie!
      Er dreigen grote rampen als we niet snel tot het inzicht komen dat het zo echt niet langer gaat. De hand moet aan de ploeg. De nieuwe economie moet met spoed duidelijker gestalte krijgen. Vertegenwoordigers van de oude winstgraaiers-economie en de oude achterhaalde conservatief liberale politiek moeten nu zo snel mogelijk tot inzicht worden gebracht dat er een schone taak op hen ligt te wachten die nu eens een keer niets met winst en macht te maken heeft, maar met naastenliefde en wijsheid. Gelukkig kan ik waarnemen dat er op velerlei gebieden beweging zit in de krachten die ons naar het kantelpunt moeten voeren. Vooral de levenshouding van veel twintigers geeft mij hoop op een betere toekomst. Als je “Tegenlicht” van de VPRO volgt en de vaak zeer interessante artikelen leest van “De Correspondent” dan weet je wat ik bedoel.

      Hartelijke, maar inderdaad ook bezorgde groet.

  2. ricgard kamp

    Een bankier is iemand die leningen verkoopt.

    • Goh, dat wist ik eigenlijk niet. Bedankt voor de waardevolle informatie.
      Met vriendelijke groet

      • Ironie (uit het Grieks: εἰρωνεία (eirooneia) = geveinsde onwetendheid) is een stijlfiguur waarbij dat wat klaarblijkelijk gezegd wordt, afwijkt van dat wat bedoeld wordt. Zodoende is ironie veelal alleen herkenbaar voor de geoefende of ingewijde verstaander. Om het verschil tussen het gezegde en het bedoelde uit te drukken, kan de ironie gebruikmaken van verschillende andere stijlfiguren, zoals sarcasme en understatement. Met gezichtsuitdrukkingen en intonatie kan de gebruiker van ironie aan de verstaander extra hints geven dat zijn uitspraak niet letterlijk bedoeld is

  3. Als je volslagen humorloos bent en van politiek correcte gekkigheid niet meer weet hoe stijl en stijf je moet zijn, dan ben je veelal een onuitstaanbaar mens, een verongelijkte, rancuneuze en gefrustreerde zeurkont. Als er heel veel zaken zijn die voor jou te heilig zijn om grapjes over te maken, dan heb je het aan de ene kant lekker makkelijk, want je weet zelf precies waar je aan toe bent. Je kunt dan genadeloos en ongenuanceerd iedereen veroordelen die jou politiek correcte opvattingen niet deelt. Maar daarnaast is zo’n attitude ook nog eens prettig omdat je voortdurend kan blijven roeptoeteren en doorzeuren dat je gevoelens voor de zoveelste keer al weer gekwetst zijn.
    Daarom heb ik dan ook een hartgrondige grondige hekel aan mensen die zich voortdurend gekwetst voelen, omdat dat dus heel vaak strontvervelende en uiterst intolerante mensen zijn. Mensen die voortdurend klaar staan met hun politiek correcte oordeel en die hun dood gekookte conformistische, egalitaire groepsdenken steeds maar weer anderen willen opdringen, nee, nou zeg ik het verkeerd, het is niet willen opdringen, maar het is anderen willen dwingen om net te zijn zoals zij zijn. En daar krijg ik zo’n vieze smaak van in mijn mond.
    Bovenstaande is dan ook de reden dat ik tegenwoordig steeds de betekenis van het woord ‘ironie’ vermeld om te voorkomen dat bij het minste of geringste al die schijnheilige en onsympathieke gekwetsten je voor de zoveelste keer naar de keel vliegen.
    Schelden en op de man spelen vind ik afschuwelijk. Maar met een beetje humor op fatsoenlijke wijze zeggen wat je wilt moet in een beschaafd land toch mogelijk zijn.

    Voor dat je het weet gaan ze met hun schijnheilige koppen in Nederland onze standbeelden ook van hun sokkels rammen. Eén beeldenstorm is wel genoeg vind ik

  4. Hoe groter de gangster (bankstel) , hoe sympathieker…

    Het jan geen kwaad om altijd op je hoede te zijn wanneer je een “el sympatico” op je weg tegenkomt…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s