Uit de serie absurdistische verhalen: Keiharde zelfkritiek van een interstellaire handelsreiziger in innovatieve bio-technieken.

Grote getijdenverschillen, denk ik.

Grote getijdenverschillen, denk ik.

Als ervaren interstellair reiziger heb ik altijd veel hinder gehad van mijn eigenzinnigheid. Sinds het eerste wormgat productief kon worden gemaakt in de buurt van Uranus zijn wij in staat gebleken om via zorgvuldige navigatie vele honderden bewoonbare planeten te lokaliseren en om duizenden ver verwijderde sterrenstelsels te onderzoeken. Op dit moment, het jaar onzes heren 2392, zijn we er in geslaagd om meer dan honderd terra-achtige planeten te bevolken met levensvatbare kolonies. Sommige planeten zijn ware paradijzen. Ik ben inmiddels 89 jaar oud en nog in een goede conditie. Ik doe mijn werk in de agro-business en ben een vermogend man. Maar ja, die eigenzinnigheid. Moeilijk, moeilijk. Mijn persoonlijke psychorobot raadde mij aan om alles eens op papier te zetten. Een soort biecht of getuigenis. Het zou zeer bevrijdend werken, dacht hij. Dus hieronder volgen mijn ontboezemingen door mij op ‘schrift’ gesteld tijdens de reis naar de omloopbaan om Uranus alwaar wij de overgang zullen maken naar Schaffner III, een planeet iets groter dan de aarde, maar met een iets geringere zwaartekracht. Een planeet met een wat kouder klimaat, met veel zuurstof en een altijd groene begroeiing rond zijn evenaar en uitgestrekte ijsvelden op de gematigde breedten. Er is weinig water in vloeibare vorm en het water dat er is is zoet en verdeeld over een aantal hele grote meren die rond de evenaar liggen. Onze bestemming is Nieuw Berlijn, een welvarende zelfvoorzienende kolonie van ongeveer driehonderdduizend mensen met een zeer geavanceerde technische cultuur. Ik ga daar proberen om nieuwe bio-technieken aan de man te brengen. Men kan mij gevoeglijk beschouwen als een soort dolgedraaide interstellaire handelsreiziger. De laatste tijd gaat het niet zo lekker met mij. Er zijn veel zaken die me dwars zitten. Ik weet dat ze eigenlijk niet reëel zijn. Maar ze benauwen me wel!! Daarom nu eerst mijn gênante biecht, mijn onthullend en beschamend emo-exhibitionistisch demasqué, maar u dient, voordat u zich ter lezing zet, te weten dat veel van mijn hartstocht besloten ligt in de literatuur, de taal en het taalgebruik:

“Ik constateer dat ik op de meeste mensen overkom als een kwalijke dwarsligger en een disruptieve stoorzender. Mijn aanwezigheid in een willekeurig gezelschap werkt meestal ontwrichtend en men ziet mij dan ook liever gaan dan komen. Waarom? Omdat ik mijn eigen verhaal altijd de boventoon laat voeren tenminste als men mij daartoe de ruimte laat. Daar komt nog bij dat ik een vrij penetrante en luide stem heb, die er qua volume, toonhoogte en timbre op uit lijkt te zijn om vermeende belangrijkheid en zichzelf toegedichte voortreffelijkheid van gesprekspartners op bruuske en ontluisterende wijze te negeren dan wel te minimaliseren. Daarnaast is het aandachtig en betrokken luisteren naar anderen niet mijn sterkste kant. Ondanks goede voornemens recidiveer ik zonder mankeren steeds weer naar de potsierlijk narcistische neiging om binnen een geanimeerde discussie de eigen egoverhalen op mijn geheel eigen wijze over het voetlicht te brengen. Deze verhalen bestaan meestal uit ‘van-de-hak-op-de-tak-achtig’ verwoorde, wetenschappelijke exposés over theoretische fysica of over door mij ontdekte geopolitieke bewegingen binnen de geschiedenis. En steeds weer blijken het onderwerpen te zijn die, te oordelen naar de uiterst verveelde houding van mijn toehoorders, voor hen kennelijk niet bijster interessant zijn. Een houding die, op zijn beurt, hoogstwaarschijnlijk weer zijn oorzaak vindt in het feit dat de meeste discussiepartners slechts geïnteresseerd zijn in eigen verhalen of slechts in onderwerpen die geheel of zijdelings op de eigen persoon betrekking hebben. Meestal betreft het dan zeurend geneuzel dat, het moet toch even gezegd worden, net zo vervelend, zo niet nog vervelender is dan mijn eigen saaie hak-op-de-tak-achtige blaaskaakgeloei. Kortom: ik slaag er steeds weer in, om potentieel interessante en door mijzelf, op enthousiaste wijze, aangesneden gespreksonderwerpen uiteindelijk effectief te smoren onder de verstikkende ego-deken van mijn persoonlijke anekdotes en aanmatigende beweringen.

In feite ben ik dus de zoveelste primitieve platschedel die onophoudelijk informatie wil verstrekken waar niemand op zit te wachten . Ik wil verhalen vertellen, maar ik ben niet bij machte om mijn toehoorders te boeien. Tijdens de, door dit jammerlijke falen afgedwongen, geestelijke retraite, zwerf ik dan maar, bij gebrek aan beter, door de doolhoven mijn eigen geest en verzin ik de gekste dingen. Maar in de wereld van de menselijke interactie ben ik blind en doof. In die ambiance ben ik helemaal niemand, ben ik niet boeiend en zou men mij zelfs een uiterst irritante ‘quantité négligable’ kunnen noemen. Ik voel mij als een slecht getrainde Mexicaanse hond. Ik beschik best wel over wat wetenschappelijke kennis. Ik kan verbanden leggen. Maar ik overdrijf. De gerechtvaardigde angst voor mijn medemensen maakt dat ik steeds meer overdrijf, dat ik opschep en mijzelf, volstrekt ten detrimente van mijn geloofwaardigheid, als brulbrallende blaaskaak manifesteer. Ik beweer en beargumenteer met grote bombastische en pompeuze gebaren en met stellige woorden. Mijn persistentie bij het etaleren van eigendunk en mijn schaamteloze verkondiging van, voor anderen, irrelevante en niet te verifiëren enormiteiten, is uitgegroeid tot een van mijn specialiteiten.

Maar als je jezelf op die uitgesproken wijze wenst te presenteren dan kan het niet anders zijn dan dat zoiets ten koste van jezelf gaat. Als je, in weerwil van je ver dragende en onsympathieke schreeuwstem, in die vijandige en angstaanjagende gesprekken toch wat liefdevolle bescherming of een beetje waardering probeert te bemachtigen, dan kom je van een koude kermis thuis. Want het is juist binnen een dergelijk kwaadaardige krachtenveld dat de, door rancune en frustratie vergiftigde, cynische toehoorders, sarcastisch, smalend en op neerbuigende wijze de oppervlakkige twijfelende schreeuwer met het zwaard der ironie afslachten.

Bovengenoemde inadequate en potsierlijke presentatie van je eigen persoon is er, volgens de ijzersterke wetten van de sociale interactie en metacommunicatie, eenduidig de oorzaak van dat jouw toch al wankelende, negatieve zelfbeeld onder de cynische, smalende en sarcastische mokerslagen van sterkere, arrogantere en intelligentere karakters, tot het grove gruis van leugens en incoherente onzin wordt verpulverd, zijnde de diffuse en toxische grondstof waaruit jouw woorden nou eenmaal altijd lijken te bestaan.

Daarom zou ik me eigenlijk geleidelijk moeten terugtrekken van alle door mensen bewoonde werelden. De onverdraaglijke en onsympathieke oppervlakkigheid van mijn afstotende egocentrische persoonlijkheid dwingt mij tot het overwegen van dit soort drastische maatregelen.

Eén ding in deze is mij echter tot troost, namelijk de constatering en wetenschappelijk te bewijzen stelling dat ik goddank niet de enige persoon op alle bewoonbare werelden ben met een oppervlakkige, egoïstische en super materialistische persoonlijkheidsstructuur. Sterker nog, betrouwbare statistieken laten zien dat meer dan 90% van de totale mensheid met deze uiterst negatieve eigenschappen is behept. Er is gelukkig wel een duidelijk verschil tussen mij en al die anderen. Aan mij is namelijk op geleide van onbarmhartige zelfanalyse en grondig introspectief onderzoek van mijn persoonlijkheidsstructuur een groot en wijds zelfinzicht ten deel gevallen met behulp waarvan het mij gegeven is om mijn eigen extreme onbelangrijkheid, mijn alledaagse en sterk ik-gerichte attitude te kunnen onderkennen c.q. te willen evalueren. Wat dat betreft ben ik, denk ik, wel min of meer een witte raaf, want dit inzicht is bij veel anderen, wegens het ontbreken van voldoende introspectief vermogen, niet eens rudimentair aanwezig. De meeste mensen die ik ken zijn zeer bekommerd om de indruk die zij op anderen maken. Derhalve hebben zij zichzelf noodgedwongen opgetuigd met de opzichtige parafernalia van de (misplaatste) eigendunk. De meeste mensen, zo leert mij de ervaring, zijn er ten stelligste van overtuigd dat hun, in werkelijkheid uiterst nietige mus, een machtige en dominante adelaar is. Wat dit aangaat zit ik dus, gedwongen door mijn kritisch introspectief vermogen, toch wel duidelijk anders in elkaar en onderscheid ik me hierin godzijdank van mijn vaak zo extreem geborneerde medemens. Deze constatering mijnerzijds laat niet na mij steeds weer grote vreugde te schenken. En trots natuurlijk. Staat u mij toe om nog maar weer eens een door de eeuwen heen tot op het bot afgekloven cliché uit de kast te trekken: ‘Als je niet van jezelf houdt, dan kun je ook niet van een ander of van de werelden houden’. Ja mensen, in weerwil van al mijn inktzwarte eigenschappen heb ik mijzelf en dus ook u lief, ondanks mijn sterke vermoedens dat u op zulk een affectie, na lezing dezes, waarschijnlijk niet zit te wachten.

Het is mij een behoefte geworden om diepgaand na te denken over mijn overtuigingen en mijn daaruit voortvloeiende handelingen.

Ik heb twee opties. Doorgaan met de flauwekul, of mij geheel terugtrekken uit de wereld van schijnheiligheid en zelfverheffing. Een wereld, waarin de meesten van mijn medemensen, naar ik elke dag weer moet constateren, kennelijk kritiekloos geloven. Zij raken blijkbaar nooit uitgekeken op hun eigen voortreffelijkheid.

Dat andere mensen ook heel vervelend en oninteressant zijn vergoed natuurlijk wel veel. Het maakt mijn leven een beetje draaglijker. Gedeelde smart is immers halve smart. Maar leuk is anders.

Er moet dus wat gebeuren!

Okay, u heeft daarnet een ietwat vervreemdende biecht gelezen. Dat is wat de oneindige en ledige ruimte met je kan doen! En eigenlijk, nu ik het weer lees, is het best wel een ergerniswekkend en verontrustend bericht. Geschreven toen ik, voor de zoveelste keer op een interstellaire reis, weer eens een fikse aanval van weltschmerz had. Het lijkt een eerlijk verhaal, maar ik laat stiekem een heel scala aan feiten en gemoedstoestanden weg. Dus, helemaal eerlijk was ik nou ook weer niet. Daarom allereerst even iets over de vorm van het bovenstaand artikel.

Het is een bijzonder pompeus, bombastisch en verward geschreven exposé als je het tenminste legt langs de meetlat van de taalopvattingen anno 2392. Ik construeer immers idioot lange zinnen met bijzinnen en wat niet al. Al met al vreselijk ouderwets en totaal overbodig volgens de moderne lezer van de 24ste eeuw. En in dat verband hoef ik alleen maar te verwijzen naar de romans van veel bekende Russische schrijvers uit de bloeiperiode van de Russische literatuur omstreeks de tweede helft van de 19de eeuw en, natuurlijk niet te vergeten, naar de wereldberoemde auteurs uit de Nederlandse literaire bloeiperiode van de laat eenentwintigste eeuw. Over bloemrijke taal gesproken! Voor het merendeel van de huidige hippe en trendgevoelige mensen vormt het werk van de oude 19de eeuwse Russische literatoren en de suffe breedsprakige taal in de boeken van de latere Nederlanders een doodsaaie en onvoorstelbaar ondoelmatige ‘woordenbrij’ die al helemaal niet overeenkomt met de eigentijdse, ietwat primitief simpele opvatting over wat literatuur anno 2392 dient te zijn. Ik daarentegen, als notoire dwarsligger en culturele stoorzender, ben gek op die ouderwetse, gedateerde en eeuwenoude woordvaardigheid die er op perfecte wijze in slaagt om met barok gebruik van de bouwstenen der taal op gedegen en schier ambachtelijke wijze iets moois en ontroerends te creëren. Daarbij zij aangetekend dat bij mij stijl, formulering en artistiek gebruik van de taal prevaleert boven de inhoud van een essay of roman. Net als een beeldhouwer uit een ruw stuk marmer een prachtige en verfijnde sculptuur kan maken zo probeer ik zelf ook uit een hoeveelheid woorden een mooie zin of een sfeerbeeld te scheppen. Ik hecht dus ook zeer veel waarde aan ambachtelijkheid bij het construeren van verhalen. En zo’n geneigdheid staat tegenwoordig, zoals reeds eerder gezegd, in de ogen van veel moderne mensen gelijk aan vloeken in de kerk. Het lijkt erop dat er steeds minder mensen zijn die nog echt waarde hechten aan de kwaliteit van het taalgebruik (de stijl, de formulering, de grammatica etc). Bijna iedereen is met het nuttigheidsvirus besmet geraakt. Dit betekent voor de taal: super korte zinnen, eenvoudig woordgebruik, absoluut verbod op gebruik van bijvoeglijke voornaamwoorden, vermijden van ‘moeilijke’ woorden, geen omhaal van woorden, volstrekte ondergeschiktheid van de grammaticale juistheid aan de duidelijkheid, de betekenis van het geschrevene

De verzakelijking, de totale robotisering van de planeet aarde en de kolonisatie van honderden exoplaneten vereist een steeds grotere doelmatigheid. Ook als het om taalgebruik gaat. De voortdurend groter wordende kaste van calculerende anti-intellectuele taalbarbaren die zich al eeuwenlang laaft aan de hersenspoelende marketing van betweterige meten-is-weten-managers (onze huidige bestuursrobots) komt deze taalverarming goed van pas want het maakt dat zij hun boodschap, hoe krom het taalgebruik ook is, overal in het ons bekende universum kort en duidelijk kunnen overbrengen. Spelfouten en stijlfouten zijn niet langer belangrijk meer. De ziekelijke technocratische drang naar vereenvoudiging en debilisering van de taal heeft inmiddels dus al meer dan twee eeuwen zijn verwoestend werk gedaan in de wereld van de literatuur. Het taalgebruik wordt op bijna exponentiële wijze versimpeld en ondergeschikt gemaakt aan de inhoud van het verhaal of het bericht. Al is het taalgebruik nog zo krom en primitief, als de inhoud maar lekker spannend en helder wordt gecommuniceerd. Dit streven lijkt het nieuwe ideaal van de moderne literatuur te zijn. Geen overbodige, ouderwetse formuleringen of stijlvormen meer, maar het lekker eenvoudig weglezende Inter-Engels van de taalbarbaar. Geen woord teveel!

Ik, als liefhebber van mooi en juist taalgebruik, reageer daarop met overdrijving. Ik hanteer het wapen van de provocatie en ga derhalve van de weeromstuit overdreven veel adjectieven gebruiken, maak expres ingewikkelde lange zinnen en probeer anderszins manieren uit om de moderne lezer te sarren en te ergeren. Maar het is een strijd tegen windmolens en gelijk Don Quichotte (wie kent hem anno 2392 nog?) wordt ik door dit schaduwgevecht het onderwerp van spot en hoon.

Tot zover dus mijn kritiek op de taalkundige vormgeving van wat men tegenwoordig literatuur durft te noemen.

Over inhoud van discussies, debatten en verhalen wil ik ook nog iets zeggen. Ik hecht eraan mede te delen dat ik in het contact met anderen eigenlijk nooit echt geboeid raak door persoonlijke verhalen of oppervlakkige, doorzeurende lulkoek. Mijn gespreksonderwerpen moeten enige diepgang hebben en, als het maar even mogelijk is, toch wel gebaseerd zijn op een minimum aan wetenschappelijke argumentatie. Praatjes over persoonlijke ditjes en datjes, over koetjes en kalfjes probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Maar ben ik eenmaal verzeild geraakt in een interessant gesprek dan kan het voorkomen dat ik uit puur enthousiasme de ander in de reden val, luid ga spreken en met mijn armen ga wapperen. En dat is natuurlijk niet zo mooi. Dat is zelfs beschamend. Ik wil namelijk coûte que coûte mijn zegje doen en wens kennelijk niet op mijn beurt wachten. Het is een ergerlijke karakterfout die niet meer valt te herstellen. Zelfs niet met relativerend zelfinzicht”.

En zo geviel het dat ik, een ordinaire, geborneerde nouveau-riche en platte handelaar in nieuwe biotechnieken, op 12 februari van het jaar onzes heren 2392 aan boord van Hare Majesteits Discovery XI door een uitgelezen gezelschap bekende schrijvers – de jaarlijkse culturele afvaardiging uit Eurazië uitgenodigd door de literaire salons van Nieuw Berlijn – op een bijzonder snaakse wijze in het ootje wordt genomen. Ik was, in de comfortabele luxueuze lounge van het kilometerslange ruimteschip, net goed op gang gekomen met mijn niet aflatende klaagzang over alles wat in mijn ogen niet deugde toen men het moment achtte gekomen om een punt te zetten achter mijn niet aflatende, licht agressieve, edoch slaapverwekkende tirades. Het moet een vooropgezet plan zijn geweest!! Mijn reputatie was mij blijkbaar vooruit gesneld. Dat kan bijna niet anders.

Met zijn allen komen ze op mij af. Reflexmatig blijf ik nog doorkwaken over kommer en kwel, over mijn ergernissen en over allerlei universele zwarigheden. Maar men grijpt mij kordaat vast en knevelt mij op vrij hardhandige wijze, waardoor mijn blaaskakerij abrupt verwordt tot dof gebrom en gesteun. Het literaire gezelschap plaats mij onder de stiltekap en gaat in een kring om mij heen zitten. Ik bereid me op het allerergste voor. Ik kan hen nog wel verstaan, maar zij kunnen mij niet meer horen. En wat ik vrees gebeurt; zij beginnen een koetjes en kalfjes-marathon die 48 uur moet gaan duren. Ik ben gedwongen te luisteren, of ik nu wil of niet. Aan mij trekken urenlange verhalen voorbij over opa’s, oma’s, kleinkinderen, echtscheidingen, abortussen, vakanties, voetbalvechten, huisdieren en wat niet al aan onbenulligheden en flauwekul. Ik krijg, nadat ik zo’n twaalf uur onafgebroken oppervlakkige ditjes en datjes heb moeten aanhoren, felle wegtrekkers. Het is me teveel geworden. Ik begin te hallucineren, sla echte wartaal uit en kom terecht in een ernstige acute psychose. Met behulp van Zweedse onrustbanden moet ik in bedwang worden gehouden. Het uitgelezen gezelschap literaire schrijvers lacht zich een kriek, en men spreekt onder elkaar van een bijzonder goed geslaagde grap.

In Nieuw Berlijn wordt ik onmiddellijk opgenomen op de psychiatrische afdeling van het algemene ziekenhuis aldaar en intensief met elektroshocks behandeld. Langzaam wordt ik weer mezelf en na vele maanden kan ik mijn arbeid geleidelijk weer ter hand nemen. Ik doe in Nieuw Berlijn, ondanks die wrede onderbreking, toch erg goede zaken. En ja, ik moet er nog wel eens aan denken als ik een goed boek lees.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Uit de serie absurdistische verhalen: Keiharde zelfkritiek van een interstellaire handelsreiziger in innovatieve bio-technieken.

  1. Werkelijk heerlijk om te lezen….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s