De verschijning in de seringenboom.

Red Baron. 2015

Dit gebeurde eind augustus 1953:

Jonathan Eisenmann was net thuis van ‘boodschappen doen’ toen hij in zijn keurig onderhouden tuin een eigenaardig soort diertje zag hangen aan het vogelvoederhuisje dat ooit door hem aan één van de stammetjes van de seringenboom werd vastgenageld als vriendelijk en bezorgd gebaar naar al die kleine en vertederende zangvogels die zijn tuin frequenteerden. Het wezentje was niet groter dan zijn pink, had menselijke handjes en had zichtbaar moeite om zich te blijven vastklampen aan het korte dunne stokje waarop normaal de gevederde vriendjes zaten als zij zaad uit het silootje wilden pikken. Het hoofdje van het diertje vertoonde tot zijn verbijstering menselijke trekken. Het werd getooid door iets wat leek op zo’n ouderwetse lederen vliegeniershelm, maar dan heel erg klein. Zijn kleertjes bestonden uit een felblauw mini-overalletje en aan zijn pootjes droeg het piepkleine, glimmende, zwarte laarsjes. Om zijn linkerarmpje had het miniwezentje een zwarte band met een fel rood rond vlak waarop twee identieke zwarte runentekentjes waren afgebeeld. Iets boven het vogelhuisje zag hij iets in de boom hangen. Bij nadere beschouwing bleken dit de resten van een deerlijk gehavend vliegtuigje te zijn met een afgebroken rechtervleugel en een bekraste en gebutst rompje.

Het manneke schreeuwde zo luid als het kon. Desondanks hoorde Eisenmann niet meer dan een vaag gepiep dat tussen het opgewonden gekwetter van zijn gevederde vriendjes nauwelijks was te onderscheiden. Voorover buigend trachtte hij te horen wat het ventje zei. “Verdammt noch mal”, schreeuwde het kereltje, “Mach mir mal los. Ich bin so eben abgestürzt. Mach mal schnell, du grosse stinkende Dreckschwanz!!” Op de HBS had Eisenmann wel wat Duits gehad dus begreep hij min of meer wat het vliegeniertje hem toeschreeuwde, maar bovenal werd hij het meest getroffen door de onverschrokken agressiviteit van de gillende miniatuurnazi.

Het terrarium!!, bedacht hij. Het terrarium waarin hij voor de oorlog salamanders en andere slootbewoners opsloot om ze nader te bestuderen. Dat kwam nu mooi van pas. Hij beende naar het schuurtje, na eerst het heftig scheldende minimannetje met de pincetgreep te hebben vastgepakt. Het manneke bleef zich als een bezetene spartelend verzetten en schold hem nog steeds de huid vol. In het brein van Eisenmann rijpte een plan. Met een hand vatte hij het terrarium dat op de werkbank stond en schoof het naar het midden. Langzaam liet hij het mannetje erin zakken. Op de bodem van het terrarium begon het ventje driftig rond te rennen. Zo nu en dan stond het stil en schopte tegen het dikke glas. Zijn onafgebroken woordenstroom had een ietwat holle, iets lagere klank gekregen door geluidsweerkaatsing van het glas. Eisenmann schoof het gammele, nog niet gerepareerde, Thonetstoeltje aan en bleef op zijn gemak naar de lawaaischopper zitten kijken. Nu probeerde het manneke weer tegen de dikke glaswand op te springen, maar deze was meer dan 75 centimer hoog en derhalve een onoverkoombaar obstakel. De weg naar zijn vrijheid was effectief geblokkeerd. Ja, neergestort in een reuzenwereld. Afkomstig, waarschijnlijk, uit de krochten van een nationaal socialistische dimensie, die door een wrede speling der natuurwetten een fractie van een seconde synchroon liep met het universum van Eisenmann. Een plan rijpte in het hoofd van de vermoeide joodse man. Hij keek nog eens zorgvuldig of het mannetje geen mogelijkheden tot ontsnappen had en liep vervolgens de schuur uit en zijn huis weer binnen. Hij had een krant bewaard. Een krant waarin een foto van een concentratiekamp stond afgebeeld. Auschwitz. Er stond ook een foto in van de stapels lijken van joodse mensen die de duivel niet meer had kunnen verbranden in zijn ovens. Hij pakte de krant uit de onderste lade van zijn oude eikenhouten bureau en sloeg hem open. Ja, daar waren de foto’s. Zijn ogen vulden zich langzaam met tranen. Zijn leven was voorbij. Hij had de hel overleefd, maar zijn leven was voorbij. Hij voelde niets meer. Hij bestond alleen nog. Maar toch die tranen, nu. Dat kwam door de hernieuwde confrontatie met de duivel, al was die duivel dit keer nog zo klein. Hij legde de krant weer weg. Zijn handen trilden. Met een onbeholpen gebaar veegde hij zijn tranen weg en vloekte een keer hartgrondig. Hij liep weer naar buiten. Hij moest tot rust komen en zou straks opnieuw kijken. Het was niet makkelijk. Door de geopende schuurdeur klonk gedempt het Duitse geschreeuw van het mannetje. Hij zou hem dood kunnen maken. Zo’n klein mannetje. Waarom niet?

Eerst een sigaret. Hij blies de sigarettenrook omhoog, de lucht in. Dan ging hij het schuurtje weer in. Zijn wangen waren bol van de verzamelde sigarettenrook. Met zijn hoofd vlak boven het terrarium blies hij de rook weer uit. Het mannetje schreeuwde even nog harder, maar begon vervolgens te hoesten en klapte dubbel van benauwdheid. Eisenmann moest lachen.

In de krant stond dus een afbeelding van een barak. Precies zo’n barak als waarin hij twee jaar had moeten verblijven in Auschwitz. In de schuur had hij nog hout. Mooi hout. Triplex en reeds geschuurde kleine balkjes die hij bedoeld had om een besteklade van te maken.

In het terrarium was het stil geworden. Het mannetje lag op de harde vloer van glas te slapen. Eisenmann zette wat water en een stukje brood in het terrarium. Ook had hij een grote ijzeren vingerhoed erin gezet die het mannetje als latrine kon gebruiken. Een washandje kon dienen als slaapplek. Hij nam het hout mee naar binnen, ging aan de keukentafel zitten en begon te knutselen. Hij gebruikte de figuurzaak en de lijm en bouwde de barak zo natuurgetrouw na. De deuren konden echt open en er zaten ramen in. De dagen gingen voorbij. De mininazi hield zich koest en maakte gebruik van de faciliteiten die hem door Eisenmann waren geboden. Het water in het schaaltje werd elke dag ververst en zo nu en dan kreek het ventje wat kleine stukjes fruit en reepjes slagersham.

Het barakje was klaar. Eisenmann zette het in het terrarium en legde een plank met gaten over de bovenkant van de glazen bak om te voorkomen dat de mininazi zou ontsnappen. Hij had een houten doosje gemaakt waarin het mannetje kon slapen. Ook had hij een tafeltje gemaakt met riempjes, waarop hij de kleine nazi kon vastbinden. De eerste maand liet hij het ventje met rust en hield hij zich bezig met het repareren van het vliegtuigje waarin het kereltje had gezeten toen hij verongelukte in de tuin.

Tijdens het loofhuttenfeest begon hij met zijn plan. De mininazi werd op het tafeltje vastgebonden en Eisenmann stak de bunsenbrander op de werkbank aan. Het brandende gas siste en loeide als vuur uit de hel. Een naald werd door Eisenmann in het heetste deel van de vlam gehouden en de punt begon al snel te gloeien. Eisenmann werkte zo dat het ventje alles kon zien wat hij deed.

Alras gilde de mininazi als een mager varkentje. Eisenmann hield de naald boven het buikje en deed verder niets. “Sag das es dich bereut” waren de eerste woorden die Eisenmann tegen het kereltje sprak sinds hij het manneke in zijn tuin had ontdekt. Het ventje gilde nog harder en riep: “Was soll diese quatsch bedeuten? Lass mich gefalligst in Ruhe. Das dürfen Sie mir nicht antun!”

Eisenmann prikte voorzichtig door het blauwe overalletje. Er kringelde wat rook omhoog en er verspreidde zich een lichte geur van aangebrand vlees. Het mannetje gilde als een mager speenvarken. “Sag das es dich bereut”, herhaalde Eisenmann. Het mannetje, door de felle verscheurende pijn bijna krankzinnig geworden riep: “Jawohl, jawohl, Ich bereue alles” Eisenmann haalde de naald weg en zei: “Morgen mag je weg. Ik heb je vliegtuig gemaakt. Het kan weer vliegen”.

Het ventje leed die nacht veel pijn door de diepe brandwond in zijn buik. Hij draaide om en om op zijn washandje en kreeg de ene nachtmerrie na de andere.

In het huis haalde Eisenmann zijn jachtgeweer uit de kast, maakte het schoon en stopte er twee hagelpatronen in en zette het vervolgens achter de keukendeur, klaar voor gebruik.

De volgende ochtend plaatste hij de mininazi in zijn opgelapte vliegtuigje, kreeg het motortje weer aan de gang en gooide het vliegtuigje vervolgens de lucht in. Eerst dreigde het vliegtuigje weer neer te storten, maar vlak boven de grond kreeg het voldoende momentum om uit een vrille te geraken en schoot het bijna loodrecht de lucht in. Al gauw zat het op zo’n vijftien meter hoogte. Op twintig meter, zomaar uit het niets begon de werkelijkheid te schuiven en ontstond een onstabiel wormgat met blauw knetterende, elektrisch geladen randen. Een opening naar die andere werkelijkheid. Het vliegtuigje schoot er op af. Inmiddels had Eisenmann zijn jachtgeweer geschouderd en haalde het vliegtuigje, toen het nog maar een paar meter van het wormgat was verwijderd, met een welgemikt schot neer. De resten dwarrelden naar de grond, het wormgat sloot zich weer. Eisenman begon te zoeken. Na enige tijd slaakte hij een zucht van opluchting. Hij zag het hoofdje van de mininazi in het gras liggen. Het was door een hagelkorrel op effectieve wijze van het rompje gescheiden.

Met het hoofdje tussen duim en wijsvinger geklemd liep Eisenmann de keuken weer in. Achter in de keukenkast bewaarde hij een zorgvuldig bewerkt kristallen flesje met een vrij ruime opening waarop een prachtig geciseleerde zilveren schroefdop past. In het gootsteenkastje stond een vergeten fles met een waterige oplossing van ethylalcohol (70%). Hij goot een beetje van het sterke water over in het kristallenflesje. Vervolgens liet hij het nazi-hoofdje in de vloeistof zakken, draaide de zilveren schroefdop er weer op en zette het flesje op het Kabinet naast het kleine glas-in-loodraam. De foto met de afbeelding van het concentratiekamp en de stapels lijken knipte hij uit de krant, plaatste haar in een kostbare zilveren lijst en zette deze ook op het kabinet, naast het op sterk water staande nazi-hoofdje. In de kantlijn van de foto had hij met potlood geschreven: “Is dit een mens?”

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s