Tagarchief: fatsoen

Volks.

Bevroren voetpad.

Kleine gletscher.

Smeltende waterval.

Meneer Aarsman is fotodetective. Zo wordt hij tenminste genoemd door die leuke vlotte Tv-presentator die zo snel van een autocue kan lezen.
Meneer Aarsman heeft onlangs een interview in het Volkskrantmagazine gegeven. Er waren vroeger dingen, zo zei hij daar, die hij volks vond. En die bekentenis bracht op zijn beurt weer zeer oude herinneringen bij mij boven. Herinneringen aan mijn opa. Maar dan moet ik wel even wat uitleggen. Mijn biologische vader is namelijk in de oorlog om het leven gekomen. Mijn moeder moest derhalve de kost gaan verdienen. Het waren de jaren veertig van de vorige eeuw, dus nog geen sociale vangnetten van vadertje Drees. En ik werd opgevoed door mijn oma en opa in Breda. Mijn opa vertelde mij wat volks was. Hij noemde dat ook wel ordinair! Maar nog vaker vertelde hij mij wat niet volks was. Hoe het hoorde dus. Ik mocht niet schreeuwen of heel erg hard praten. Ik moest met mes en vork eten. Met het servet op schoot. Ik had een eigen servetring waar mijn servet in opgerolde toestand precies in paste. Altijd u zeggen tegen oudere mensen. Pas iets zeggen als volwassen mensen waren uitgepraat. Niet praten over allerlei lichaamsfuncties. Geen dialect spreken! In mijn geval dus niet met een zachte G praten. Niet huilen. Ik moest een flinke vent zijn en flinke jongens huilen niet. En er moest al op jonge leeftijd hard gewerkt worden in huis. Eigen kamer schoon houden. Meehelpen met de afwas. Persoonlijke hygiëne was ook zeer belangrijk. Ik moest mij elke dag aan de wastafel van top tot teen wassen met koud water. Warm water was voor watjes! Ook de geheime delen. Elke dag een verschoning. Op dat punt liep ik kennelijk behoorlijk voor op mijn vriendjes want zij kregen meestal maar één maal per week een verschoning en gingen ook maar één maal per week in bad.

Er waren vanzelfsprekende zaken! Ik mocht niet omgaan met kinderen die volks waren! En wat volkse kinderen waren kon volgens mijn opa afgeleid worden van de straat waar zij woonden en het beroep van hun vader. Ook had hij liever niet dat ik te veel omging met katholieken. Mijn opa sprak vaak over de vervloekte paapse mis. Ik wist niet wat hij daar nou precies mee bedoelde. Maar dat het niet best was begreep ik bliksems goed.

Voor zover ik kan nagaan, heb ik er geen ernstige trauma’s aan over gehouden. Vreemd genoeg vind ik het nog steeds moeilijk om op eigen kracht aan te geven wat ik zelf nou eigenlijk onder het begrip “volks” versta op die uiterst zeldzame momenten dat dit onderwerp in een gesprek aan de orde komt. In feite val ik dan nog steeds terug op al die zaken die mijn opa “volks” en dus ordinair, vond. Maar doe dat niet van harte.

Nog meer herinneringen komen nu boven.

Zo leerde ik al vroeg een paar woordjes Frans ( merde, méchant, charogne etc.) , omdat mijn opa, die deze taal uitstekend beheerste, mij dikwijls driftig vermanend in het Frans toesprak. Want het was natuurlijk wel een beetje een eigenaardige man. Een dergelijke zedenpreek in de Franse taal eindigde altijd met dezelfde, in het Nederlands uitgesproken, zin: “Je staat op de nominatie!”. Ik wist dat dat inhield dat ik op mijn tellen moest passen. Bij een volgende overtreding zou ik in de donkere kelder worden opgesloten, alwaar mijn oma mij dan na ongeveer een minuut weer uithaalde, mijn opa kwaad toevoegende dat hij, als hij zoiets meende te moeten doen, eigenlijk zelf in die donkere kelder thuis hoorde. Ik was het op dat punt altijd met haar eens.

Maar terug komende op het begrip “volks”; “volks” was volgens mijn opa onder andere:
-gebrek aan goede manieren en juiste omgangsvormen. Geen kennis van de etiquette.
-gebrek aan zelfbeheersing. Niet in staat zijn om emoties op rationele wijze te kanaliseren.
-gebrek aan persoonlijke hygiëne.
-gebrek aan orde en netheid in het algemeen.
-gebrek aan ruggengraat en doorzettingsvermogen.

Zoals u zelf kunt constateren is het in deze moderne tijd een volstrekt achterhaald lijstje geworden. Het modernistische en progressieve volksdeel durft al lang niet meer de nadruk te leggen op bovengenoemde “achterhaalde” eigenschappen om vooral maar niet voor ouderwetse moraalridder uitgemaakt te worden. In onze moderne samenleving moet eigenlijk alles kunnen tenzij het expliciet bij wet verboden is.
Het begrip “volks” wordt bijna niet meer gebruikt. Het begrip had vroeger en tegenwoordig al helemaal een uiterst negatieve connotatie. Na de materiële en intellectuele emancipatie van de arbeider, de kleine man en de dagloner is het begrip “volks” volledig in onbruik geraakt. De grote groep mensen die tegenwoordig qua opleiding en inkomen geacht wordt te behoren tot de onderste laag van de samenleving wordt in navolging van de etikettering door meneer Fortuyn gewoonlijk “onderklasse” genoemd.
Er zijn ook wel politici die om hun moverende populistische redenen de term “het volk” gebruiken en die pretenderen exact te weten wat dat “volk” allemaal wil. Maar dat heeft dan weer niets met het begrip “volks” te maken. Deze hele materie ligt wel, zoals ik inmiddels heb begrepen, uiterst gevoelig voor heel veel mensen. Men kan nog steeds in grote toorn ontsteken als dit onderwerp ter sprake komt. Maar waarom dat precies zo is, is me nog steeds niet helemaal duidelijk geworden. Het zal hoogstwaarschijnlijk wel op de een of andere manier verband houden met een soort moeilijke schaamte.
Ook worden de “regels en voorschriften” die mijn opa destijds nog van cruciaal belang achtte voor mijn opvoeding tegenwoordig door de meeste mensen ook daadwerkelijk steeds minder belangrijk gevonden. En dat is, vind ik, duidelijk te merken in onze huidige samenleving.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Er is van alles mis met het kapitalisme.

Er is van alles mis met het kapitalisme. Allereerst zij opgemerkt dat kapitalisme eigenlijk geen “isme” is in de zin van socialisme, communisme en anarchisme. Kapitalisme is min of meer de economische uitdrukking van de donkere kant van de mens. Het sluit naadloos aan bij de hebzucht, de machtswellust en de niet aflatende jacht op respect, ontzag en status. Kortom het kapitalisme is de economische vertaling van de menselijke hoedanigheid. Een hoedanigheid die mede op grond van de evolutietheorie verklaard wordt. Oude evolutionaire mechanismen, die eens de mens als zoogdier een voorsprong gaven ten opzichte van de andere zoogdieren/concurrenten, zorgen er in toenemende mate voor dat het gemiddelde menselijke denken en handelen op economisch gebied meer en meer contraproductieve facetten krijgt voor zover het gaat om het evolutionaire proces dat het voortbestaan van de homo sapiens typeert in wisselwerking met een, door toedoen van diezelfde mens zo ingrijpend en irreversibel wijzigende, leefomgeving. Wat eens evolutionair onmisbaar was in de ontwikkeling van de homo sapiens gaat zich steeds meer tegen hem keren. Ik doel hier met name op het agressieve en dominante macho-gedrag dat in een samenleving van jagers en verzamelaars een absolute voorwaarde was voor de mens om te overleven. Doordat de mens en zijn voorlopers honderdduizenden jaren moesten leven als jagers en verzamelaars is het daarbij horende gedrag onlosmakelijk verbonden met de contemporaine menselijke hoedanigheid. Je zou bijna kunnen zeggen dat het in ons reptielenbrein verankerd ligt.

Dit macho-mechanisme krijgt zijn vertaling in de top van het vrije bedrijf en definieert als het ware het kapitalisme. Het recht van de sterkste wordt daar nog in archaïsche termen vertaald conform de volstrekt achterhaalde mens-onvriendelijke “filosofie” van Herbert Spencer (Brits socioloog, filosoof en antropoloog 1820-1903). Herbert Spencer was de oorspronkelijke bedenker van de term: “Survival of the fittest” (Principles of Biology 1864). Hij bedacht het sociaal-darwinisme waarin hij het evolutionaire beginsel van “The Survival of the Fittest” uiterst selectief toepaste op de menselijke samenleving. Een prachtigvoorbeeld van “Wishful Thinking” tot uitdrukking gebracht middels een aan pseudo-wetenschap grenzende terminologie. Een regelrechte dwaalleer en totaal niet in overeenstemming met de veel wetenschappelijker doordachte evolutietheorie van Wallace en Darwin.
In een steeds geweldlozer en rationeler wordende samenleving die inmiddels zo complex is dat het zelfs voor een goed opgeleide persoon niet echt makkelijk is om alle “Ins and Outs” van een dergelijke maatschappijte bevatten, kan het toegeven aan en het bestendigen van dat contraproductieve archaïsche macho-gedrag de bijl betekenen aan de wortels van diezelfde geweldloze en rationele samenleving. Als gevolg van dit schadelijke evolutionaire relict kan zelfs het voortbestaan van de mens als soort in gevaar worden gebracht.
Het is daarom hoog tijd dat we diep gaan nadenken over de voorwaarden voor een duurzame en liefdevolle samenleving. Om te beginnen zullen wij de loeiende driftmotoren, die de neo-liberale variant van het kapitalisme aandrijven, moeten uitschakelen. Dus meer zelfbeheersing, versobering, bescheidenheid en ruggengraat. Ga er maar aanstaan!!!

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized