Tagarchief: Narcist

Aan jezelf werken. De tragiek van een lichte narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Lichtflits knal en litteken.

De Bliksemboom

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik slachtoffer was en nog steeds ben van een uitzonderlijk beschermende opvoeding. Er was bij ons thuis altijd voldoende geld. Ik kreeg de liefde die nodig was om als evenwichtig mens aan het grote-mensen-leven te beginnen en ik werd in staat gesteld mijn talenten te ontplooien op school en later op een universiteit. De mij omringende opvoeders waren van een conservatief intellectueel liberale signatuur. Men had het gedachtegoed van de vrijdenker hoog in het vaandel en trachtte dat ook op mij over te brengen. Het feit dat ik in mijn pubertijd naar de, in mijn kringen absoluut verderfelijke, politieke linkerkant afgleed was het bewijs dat mijn opvoeding zijn vruchten had af geworpen. In een roes van romantiek verheerlijkte ik alles wat arbeider was. Ik fantaseerde ruwe bolsters en blanke pitten. Ik werd een kritiekloos voorstander van het zogenaamde gezonde boerenverstand waarover in arbeiderskringen zo hoog werd gegeven. De tijdsgeest werkte in mijn voordeel. Het was alles “Love and Peace” wat de klok sloeg. Er waren sit-ins en vluchten naar het paradijs van de Lage Landen. Maar van werkelijk contact met de door mij geïdealiseerde arbeidersklasse was nog totaal geen sprake geweest. Tijdens mijn studie kwam ik erachter dat er meer nodig is dan een romantisch gemoed om een politieke weg te kiezen. Ik studeerde en las me helemaal suf. Bovendien ging ik vrijwilligerswerk doen. Ik ging arbeidsongeschikte mensen bijstaan die door de bevoegde instanties weer geschikt werden bevonden om aan het werk te gaan, het daarmede niet eens waren en geen geld hadden om een advocaat te betalen. U begrijpt het al. Ik hielp ze gratis. Voor nop. Jarenlang verdiepte ik me in ziektegeschiedenissen, beperkingenlijsten, beschrijvende rapporten, arbeidskundige rapporten, medische rapporten, specialistische rapporten, rapporten van getuige-deskundigen en beschikkingen en uitspraken van de Raad van Beroep en de Centrale Raad van Beroep. Ik schreef de klaagschriften en de beroepsschriften voor al die arme donders die niet het geld of de kennis bezaten om het zelf te doen.
En langzaam gingen mij de ogen open. Geleidelijk begon de waarheid tot mij door te dringen. Het zal tussen mijn dertigste en veertigste levensjaar zijn geweest dat ik ernstig begon te twijfelen aan al die met de mond beleden goede bedoelingen van authentieke arbeiders, van betrouwbare uitkeringsinstanties, van deskundige artsen, van onpartijdige rechters en van alle lieve en aardige mensen in het algemeen. Beetje bij beetje kwam ik erachter dat er ontzettend veel ruwe bolsters waren en maar verdomd weinig blanke pitten. Mijn mensbeeld begon te kantelen. In mijn beoordeling van mijn medemens liet ik mij steeds vaker leiden door koel cynisme en een diep wantrouwen. Ik voelde mij meer en meer verraden en bedrogen door de mij omringende mensen.
En zo kon ik uiteindelijk die mantel van zweverige romantiek en totaal misplaatste naastenliefde afleggen en kon ik alsnog, met aanzienlijke vertraging, de wereld van de echte volwassenen betreden. Een grimmige, chagrijnige en brute wereld van eigenbelang, machtsspelletjes en statusjagerij, bevolkt door rare alfa-mannetjes en hebberige geldwolven. Door mijn licht narcistische aard werd ik aanvankelijk diep gekwetst in mijn gevoelens en hopeloos teleurgesteld in mijn veel te hoge verwachtingen van mijn medemensen. De wereld bleek totaal anders dan ik me had voorgesteld. De wereld had niets te maken met geborgenheid, met liefde en met altruïsme. Het ging om uitdagingen, om competitie, om altijd de beste willen zijn ten koste van anderen, om steeds meer willen hebben, om nooit genoeg, om afgedwongen respect en om de jacht op bezit. Het ging om rabiate slechtheid, om list en bedrog en om het rücksichtslos najagen van eigenbelang.
Ja, ik sloeg door. Ik bemerkte dat ik langzamerhand een hekel begon te krijgen aan mijn medemens. Een hekel die begon te lijken op regelrechte afkeer. Dat was het moment dat ik besefte dat mijn opvoeding mij in toenemende mate parten ging spelen. Reden waarom ik diep en lang ging nadenken en vervolgens al meteen tot de conclusie kwam dat ik natuurlijk niet zo ontzettend moest generaliseren. Okay, er waren heel veel minder leuke mensen dan ik had gedacht, maar die constatering nam niet weg dat er nog altijd behoorlijk wat leuke en lieve mensen waren. En dat niet alleen. Ik was er zelf ook nog. Ik was niet geheel ontevreden over mijn eigen persoon.
En zo kon ik op geheel eigen wijze mijn persoonlijkheid verder uitbouwen aan de hand van een vooraf door mij zelf opgestelde “blueprint”.
Harder, wijzer, rationeler, ironisch, meer humor en wetenschappelijker. Veel wetenschappelijker. Niet alles meer voor zoete koek slikken! Nooit meer redeneren vanuit de onderbuik al lijkt dat nog zo aanlokkelijk. Permanente zelfreflectie. Detectie van vooroordelen. Trachten mijn medemens niet te overschatten (en dat is een behoorlijk pittige opgave, want de meeste mensen, zo leert mij de ervaring, doen zich tegenwoordig veel beter voor dan ze werkelijk zijn in het kader van de nieuwe onbescheidenheid en de modieuze extreme exaltatie van het onaantastbare zelf). Al met al probeer ik meer afstand tot de wereld te bewaren. Pure zelfbescherming.
In de praktijk betekent het proces inzake versteviging van mijn persoonlijkheid voor mij nog meer studie inzake onderwerpen die mij meer dan gemiddeld interesseren. Elke dag muziek maken. En eindeloze wandelingen in de natuur. Maar ook schrijven, heel veel schrijven. Schrijf alles maar van je af, jongen. Het komt allemaal wel goed!!

NB. Dat van die arbeiders, wat ik schreef over die ruwe bolsters en zo, dat is dus wel min of meer de waarheid gebleken. Natuurlijk zijn er allerlei sociologische processen te duiden, maar het komt er gewoon op neer dat de, vooral qua opleiding, ongeëmancipeerde arbeider is gaan behoren tot de sterk gemankeerde lagere middenklasse en de totaal ontwortelde en van alle fatsoen vervreemde onderklasse. Zij vormen het residu van het vroegere vooroorlogse niet geëmancipeerde lompenproletariaat.
Hier vinden we de gemankeerde, gefrustreerde, rancuneuze en totaal onverantwoordelijke mensen terug. De slecht opgeleide stemmers op de PVV, die zich helemaal niets meer gelegen laten liggen aan de samenleving, die maar blijven doorzeuren en klagen en die uiteindelijk het begin van het einde zullen betekenen voor de rust en het welzijn in Nederland. Deze apolitieke anti-intellectuele zielenpoten geloven in een willekeurige verzameling van paradoxale leugenachtige “waarheden”. “Waarheden”, die op den duur, onvermijdelijk, ook hun eigen ondergang zullen betekenen.
In de gelederen van die groep huist zoveel kwaadaardigheid en haat dat ik er kippenvel van krijg. Om electorale redenen wordt er heel voorzichtig met dat soort mensen om gesprongen. Zij verbieden anderen wat zij voor zichzelf met onsympathieke en luide stem opeisen. Mijn voorgevoel bedroog me twintig jaar geleden niet toen ik voor het eerst de haat, de agressiviteit en de slechtheid van deze mensen al aan den lijve ondervond. Sindsdien is het alleen maar erger geworden.

Advertenties

12 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized