Maandelijks archief: juni 2014

VOETBAL IN DE KELDER.

Voetbal De val. 2014

Ik hoorde dat er ergens een zogenaamd wereldkampioenschap voetballen plaatsvindt. Een willekeurige kennis die ik in mijn kelder tegen kwam zei mij dienaangaande dat hij totaal niet geïnteresseerd was in getatoeëerde neanderthalers. Pardon!, sprak ik, zo spreekt men toch niet over zijn medemens. Laten we het leuk houden. Ik heb anderen, insiders, wel eens horen spreken van verwende voetbalmiljonairs. Is dat misschien iets? En zo kwamen we in het schemerdonker van het spaars verlichte, immens grote, gewelf onder mijn buitenhuis te spreken over het belang van geld. Mijn kennis zei dat geld altijd gelukkig maakt. Nee, zei ik, volgens mij verwoord jij dat cliché niet goed, je moet zeggen, “geld is niet belangrijk maar je moet er wel genoeg van hebben”. En dan moet je, als je dat hebt gezegd, er veelbetekenend bij kijken en er een beetje schamper bij lachen, niet teveel, want dat is ook weer niet goed. In ieder geval moet je de indruk geven dat je niets om geld geeft maar het natuurlijk wel nodig hebt om allerlei leuke dingen te doen. Een mannetje van de wereld dus, met grifformeerde ouders en een dito opvoeding. Zoiets! En ga vooral in op historische context! Bedenk in dat verband dat paupers, mensen zonder geld dus, volgens nieuwe rijken erg jaloers moeten zijn omdat arme mensen eigenlijk zelf ook wel veel geld willen hebben. Nou, dat hebben ze lekker niet dus. Dan hadden ze zelf maar harder (keihard!!) moeten werken. En wat is er nou niet leuker dan heel rijk zijn en zeker weten dat iedereen, die niet zo rijk is, jaloers is, maar dan ook werkelijk heel enorm jaloers. Prachtig toch! Mijn taal werd verwarder en verwarder en vooral onsamenhangender. Ik riep: “Nederlanders zijn de vervelendste mensen van Europa. En ook de bangste mensen. En de gierigste. Zo staat het geschreven”. Het duizelde me door alle implicaties en kromgetrokken hyperbolen. Afijn, u weet precies waar ik het over heb als het over geld gaat. U bent ook nazaat van de uitvinders van het koperdraad.

Zo kabbelde die verbale flauwekul nog een poosje voort. Op een gegeven ogenblik werd ik het zat en heb de willekeurige kennis toch maar uit mijn kelder verjaagd. Ondanks de snelheid van mijn handelen zag die kennis in de gauwigheid toch nog kans om een hele kostbare fles wijn mee te ritsen. Een Henry Jayer Richebourg Grands Cru, Cote de Nuits. Nou vraag ik je. Ik riep hem na: let op de fruitige afdronk en het volle bouquet!!! Hij stak zijn duim omhoog.

Ik liep naar de voortuin en stak het voorjaarsgroene biljart-gazon over om aan de rand van de tuinvijver na te gaan denken over het fenomeen voetbal. Langzaam sukkelde ik in slaap. Ik zag cijfers in een voor mij willekeurige volgorde. Cijfers die door een voetbalgeweer werden afgevuurd op een rafelige eigen-land-eerst leeuw met een sjofel bruin juichpak aan! Wat me bijbleef was de cijfercombinatie 666. In mijn droom zag ik horden mensen over grensland ploeteren. Ik zag mensen creperen. Verdrinken. Een klein jongetje van drie jaar lag bewegingloos op het strand. Dood. En eigenlijk kon het in Nederland niemand wat schelen. Ik kon het geheel niet echt goed duiden, maar eigenaardig was het wel. Voetbal, hoe kom ik er in godsnaam bij. 666!!!

Toen ik weer in mijn bibliotheek zat en me laafde aan een Grand cru Chateau Mouton – Rothschild beseft ik dat ik een visioen had gehad. Een visioen van een land vol met mensen die zich niet realiseerden dat ze eigenlijk al vanaf de Tweede Wereldoorlog fascist waren en er met volle teugen van genoten. Ze mopperden, ze klaagden, ze hadden het eigenlijk best goed, maar ze wilden meer, steeds meer. En dat was maar voor enkelen weggelegd. Dus raakten ze gefrustreerd, ze werden rancuneus, ze werden afgunstig en ze gooiden de fascistische kont tegen de krib. En ze zochten vijanden, ze zochten zondebokken, ze zochten mensen die nog zwakker dan zijzelf waren. En zij vonden dat die mensen gewoon dood moesten. Want je bent fascist of je bent het niet.

Inmiddels, ‘as we speak’, vindt in de hemel overleg plaats of wellicht nu het moment daar is om het hele land zonder mankeren af te zinken in de Noordzee. De fascisten in Oostenrijk en Denemarken staan al klaar om het karwei te gaan klaren. Het wachten is nog op de duim naar beneden van God.

En weer schrok ik wakker. Gelukkig het was maar een droom. Ik nam nog een teugje van de wijn en pakte mijn boek.

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

“Oorlog en Terpentijn”. Een boek waar je nog lang over nadenkt.

Le soldat G. Trines dans la briqueterie  de Ramscapelle

Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans is eigenlijk een indrukwekkend boek. Het is 2014 en honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon op 28 juli 1914. Deze oorlog vormt het hoofdthema van dit boek. De schrijver heeft het geschreven aan de hand van de dagboekaantekeningen van zijn grootvader die de wederwaardigheden weergeven van zijn vroege jeugd in Gent en de afschuwelijke dingen die hij meemaakte gedurende de Grote Oorlog. De schrijver zelf maakt in het derde deel van het boek een persoonlijk gekleurde reconstructie van het leven van zijn grootvader na de oorlog. Het deel over de oorlog wordt in de ik-vorm geschreven en is voor mij het meest indrukwekkend in zijn weergave van de verschrikkelijkheden van deze oorlog. Een oorlog als een monsterlijke machine die miljoenen jonge mannen verpletterd, verminkt en vermoord. Nog geen honderd jaar geleden kon het in Europa kennelijk gebeuren dat op instigatie van een stelletje decadente gezagsdragers, eigenlijk zonder een echt duidelijk aanwijsbare onderliggende reden, een massaslachting plaats vond. Alleen hierom is het streven naar een verenigd Europa al gerechtvaardigd. Maar dit uiteraard terzijde.

Het boek is mooi geschreven, vooral daar waar Hertmans zelf de pen voert (het middengedeelte van het boek is min of meer een door de schrijver aangepaste weergave van de dagboeken van zijn grootvader). Hij is niet wars van poetische beschrijvingen en ontroerend geschreven persoonlijke ontboezemingen. De door de schrijver prachtig omschreven werkelijkheid doet echter niets af aan de soms gruwelijk oprijzende wreedheid van diezelfde realiteit waarin geweld, dood en ontberingen de toon zetten.

Ook zet dit boek weer aan tot nadenken. Hoe is het toch mogelijk dat mensen die in vredestijd normale, eerzame, vredelievende en zachtaardige personen zijn, in oorlogstijd veranderen in gewelddadige, wrede en hardvochtige moordmachines. Dat zij op bevel gaan doden, verminken en vernielen en dat gedurende de oorlog in feite bijna niemand, ook van de non-combattanten, vraagtekens zet bij een dergelijk decadent, irrationeel en bloeddorstig gedrag. In tegendeel, als je het nut van dit dood en verderf zaaiende gedrag aan de orde stelt of zelfs maar durft te bekritiseren, dan wordt je door de bloeddorstige primitieve horden als deserteur of landverrader afgeserveerd. Ook nu nog, 100 jaar na zo’n massaslachting, wordt overal ter wereld oorlog gevoerd, omdat gezaghebbers in de vorm van zich “natuurlijke leiders” noemende gekken of door krankzinnige religies verblinde irrationele fanaten, vinden dat er gemoord moet worden en hun wilszwakke aanhangers misbruiken om de meest beestachtige en wrede gruweldaden te plegen.

De hoofdpersoon in dit boek, de grootvader van Hertmans, is het zoveelste sprekende voorbeeld van een eenvoudige man, die als slachtoffer van historisch gegroeide omstandigheden, tijdelijk verandert in een primitieve, voor zijn leven vechtende, dolgedraaide frontsoldaat. De schrijver toont, misschien zelfs ongewild, dat rabiate slechtheid en het normale rustige leven in vredestijd slechts gescheiden worden door een heel dun laagje beschaving. Oorlog wordt geïnstigeerd door abjecte en infame oorlogshitsers met hun eigen, vaak economische, agenda en hun oorlog wordt voor hen in de praktijk altijd weer uitgevochten door al die miljoenen domme mensenschapen die zich, om hun moverende redenen (nationalisme, hebzucht, godsdienst, xenofobie, angst, ressentiment, rancune, maar ook pure slechtheid) maar al te graag laten opjutten om een gedemoniseerde vijand een lesje te leren.

Hertmans legt dit mechanisme op een prachtige wijze bloot in zijn boek.

Ik voel meer voor de mening van dokter Swaab ( “Wij zijn ons brein”) dan dat ik overtuigd wordt door de verhullende bewering van Hannah Arendt (de banaliteit van het kwaad). De omstandigheden bepalen niet alleen of iemand slecht is of wordt. Er zullen mijns inziens altijd mensen zijn die, ongeacht de omstandigheden, liefdeloos zijn. En deze eigenschap kan in een oorlog uitstekend van pas komen, zoals de geschiedenis al vele malen heeft bewezen.

Oorlog en Terpentijn zit qua tijdsopvolging logisch in elkaar. Het eerste deel beschrijft de jeugd van het hoofdpersonage. Het tweede deel gaat over de ontluisterende wederwaardigheden van het hoofdpersonage tijdens de Eerste Wereldoorlog en is in de ik-vorm geschreven. Het derde deel gaat over het leven van de hoofdfiguur na de oorlog. Ik vind het derde gedeelte overigens wel het minst.

Het boek is naar mijn mening niet echt vernieuwend. Het bewandelt de normale literaire paden en roept door zijn vorm of inhoud nergens echt verwondering op.

Wel wordt ik geraakt door de prachtig geschreven melancholische en somtijds zeer schokkende inhoud, raak ik ontsteld door de baarlijke hel die oorlog heet en door de schildering van de ontmenselijking die het automatische gevolg is van zo’n oorlog. Het hoofdpersonage is een gemankeerde kunstschilder (een kopiist) en deze artistieke bezigheid staat in schril contrast met zijn leven gedurende de oorlog. Zoiets heeft op mij een vervreemdende uitwerking

Of het boek een waarheidsgetrouwe weergave is van het leven van de grootvader van Hertmans is natuurlijk nooit zeker. Veel is geschreven aan de hand van dagboeknotities. In hoeverre zijn dergelijke notities een getrouwe weergave van de realiteit? Alles is perceptie! Een absolute waarheid bestaat niet. De werkelijkheid, de waarheid is eigenlijk de som van alle percepties van alle wereldburgers, dus van 7 miljard mensen. Of er echt sprake is van een buiten het menselijke bewustzijn bestaand “Ding an Sich” is natuurlijk altijd dubieus. Laat onverlet dat de meeste mensen er vast van overtuigd zijn dat zij de waarheid (hun waarheid) in pacht te hebben. Zelf maak ik er dan altijd de kanttekening bij dat zo’n waarheid slechts één waarheid betreft uit zeven miljard waarheden. Over het begrip waarheid en over het begrip ” Feit” is het laatste nog niet gezegd. Duidelijk is dat dit boek geen roman is, maar eigenlijk een soort non-fictie boek, een biografisch geschrift over de opa van Hertmans. Het is in feite een persoonlijke inkleuring van een stuk geschiedenis met de beste bedoelingen.

Zo het boek al een boodschap heeft, zou deze kunnen luiden dat oorlog krankzinnig is en dat liefde, plichtsbetrachting en loyaliteit het leven voldoende inhoud kunnen geven. Opvallend is ook hoe goed de schrijver de gestage veranderingen in waarden en normen gedurende het leven van het hoofdpersonage in beeld brengt. Dit geldt met name voor zijn weergave van de tijd voor de Eerste Wereldoorlog. Hoe de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog de mensheid weer met beide benen op de grond zet als het gaat om de kwaliteit en de ethische integriteit van de “condition humaine”. Duidelijk blijkt voor de zoveelste keer dat de mens steeds weer tot al het slechte in staat is en dat de Tweede Wereldoorlog hiervan nog eens een afschuwelijke bevestiging is.

Het hoofdpersonage dat twee wereldoorlogen doormaakt en zijn innig geliefde en nog zeer jonge verloofde al heel vroeg aan de Spaanse griep verliest, is, in mijn ogen, een tragische persoon.

Deze tragiek had wat hartstochtelijker op papier mogen worden gezet, wat mij betreft. Mijn lichte kritiek is dat de schrijver iets teveel op afstand blijft. Maar ondanks dat is het boek een aanrader. Ik heb het met heel veel plezier en bewogenheid gelezen. Het boek geeft veel stof tot denken.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Mijn droom over een ideale wereld. Een avontuurlijke tocht op de luchtfiets.

Land van Kokanje. Pieter Bruegel de Oude. 2014

Al eerder schreef ik over mijn ideale wereld. Dat gebeurde zo’n beetje uit de losse hand waarbij ik volledig voorbij ging aan de notie dat het begrip “ideaal” wel een heel erg subjectief en willekeurig begrip is. Vraag aan duizend mensen wat zij een ideale wereld vinden en zij zullen alle duizend een verschillend antwoord geven. Het is in mijn ogen totaal onmogelijk om een objectief beeld van een ideale wereld te schetsen. Ik zal daarom nog een keer duidelijk maken wat IK een ideale wereld vind, met volledig voorbijgaan aan wat anderen mogelijk een ideale wereld zouden vinden. Want wat anderen een ideale wereld vinden vind ik in deze volstrekt irrelevant. Laat er geen misverstand over bestaan: messianisme of bekeringsdrift is mij in deze geheel vreemd. Ik sta er zelfs zeer vijandig tegenover omdat bekeringsdrift totaal niet strookt met mijn idee van “de werkelijk vrije mens”, van de echte authentieke, autonome persoonlijkheid.

Een ideale wereld is in mijn ogen een wereld waarin alle denken en handelen erop is gericht om menselijk lijden te voorkomen of te neutraliseren. “Lijden” is, in mijn ogen, een puur individuele zaak. Collectief “lijden” is een afgeleide van individueel “lijden” en daarom voor mijn redenering in feite irrelevant. In een ideale wereld moet individueel “lijden” herkend en erkend worden. Deze herkenning en erkenning moeten als vanzelfsprekend voortvloeien uit een solide verankerde, geïnternaliseerde empathie. Het denken en handelen dat in het verlengde ligt van deze empathie dient in zeer hoge mate belangeloos te zijn en dus, zoals reeds gezegd, als het ware voort te spruiten uit een voedingsbodem van liefde, persoonlijke betrokkenheid en waarachtig gevoeld erbarmen.

In het licht van de ons omringende werkelijkheid, in het licht van de rauwe brute wreedheid van deze wereld en de onbeschrijflijke, vaak religieus geïnstigeerde, gewelddadigheid, komen deze woorden lachwekkend en potsierlijk over. In een wereld waar wreedheid, xenofobie, ziekelijke hebzucht, angst en agressie om de voorrang strijden zijn woorden van relativering en liefde net zo vervreemdend als de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt.

Wij leven momenteel nog steeds in een wereld waar geldzucht, perfide economische systemen, egoisme, kwaadaardige wantrouwende wederkerigheid en ziekelijke statusjacht de intermenselijke relaties bepalen. Er moet dus heel wat veranderen willen wij in een wereld terecht komen die ik mijn ideale wereld kan noemen.

Wat nodig is is een gemiddeld IQ van 150 voor de wereldbevolking en een gemiddelde persoonlijkheidsstructuur die geheel en uitsluitend is gebaseerd op liefde en belangeloosheid. Meneer Darwin zou zich in zijn graf omdraaien als hij deze “softe” onzin zou lezen. Zo’n samenleving staat mijlenver ver af van de kille evolutionaire begrippen “Survival of the Fittest” en “The Struggle for Life”.

Een wereld, zoals ik hem voor ogen heb zal er dus nooit komen, omdat deze totaal in strijd met datgene wat onze evolutie tot nu toe heeft laten zien. De wetenschap weerlegt dus mijn idee voor een ideale wereld. Maar ik laat mij niet uit het veld slaan door dergelijke details, ik blijf er ferm op los fantaseren.

Hoe zou mijn ideale wereld er nu daadwerkelijk uitzien? Welaan, hieronder een, qua belangrijkheid, volstrekt willekeurige, limitatieve opsomming:

  1. Veel minder mensen. Nu telt de wereld ongeveer 7 miljard mensen. Ik denk dat 1 miljard meer dan genoeg is. Minder milieuverontreining. Meer ruimte om te leven. Goed voor het ruimteschip Aarde.

  2. Geen steden. Steden brengen niet meteen het beste naar boven in de mens. De stad bevordert anonimiteit, desolate eenzaamheid, criminaliteit en bijna algehele vervreemding. Dus: geleidelijke trek van de stad naar het platteland en vorming van kleine gemeenschappen van op en bij elkaar betrokken mensen.

  3. Toepassing van alle moderne technische mogelijkheden om kleinschaligheid te bevorderen en massacultuur te ontmoedigen.

  4. Infrastructuur volledig inpassen in het natuurlijke landschap. Goederenvervoer zoveel mogelijk ondergronds. Personenvervoer zoveel mogelijk individueel, electrisch, geluidloos en veel sneller en onzichtbaar geintegreerd in het landschap. Energievoorziening uitsluitend op basis van de wind, de zon en het water. Zo kleinschalig als maar technisch mogelijk is.

  5. Zoals reeds gezegd, streven naar kleine gemeenschappen. Maximaal 200 mensen (zijnde het aantal mensen wat één persoon zo ongeveer maximaal echt kan kennen wat betreft afkomst, geschiedenis, hoedanigheid etc. )

  6. Zoveel mogelijk zelfvoorzienendheid. Wat binnen de gemeenschap zelf kan worden gemaakt en verbouwd heeft voorrang. Productie uiteraard wel met behulp van de allermodernste technische hulpmiddelen.

  7. Communicatie met de hele wereld door middel van de meest geavanceerde technische communicatie apparatuur teneinde te komen tot een onafgebroken uitwisseling van kennis en vaardigheden

  8. Centraal te regelen: Back-up systemen die moeten produceren wat kleinschalig niet kan worden geproduceerd. Back-up systemen voor noodgevallen als de productie van de kleinschalige gemeenschappen uitvalt. Universiteiten en hogescholen. Ziekenhuizen met deskundige specialisten.

  9. Onderwijs gericht op toegepaste wetenschap, onderwijs en vorming primair gericht op volledige fysieke en psychische zelfstandigheid.

  10. Hoofddoel der kleinschalige gemeenschappen: persoonlijke ontwikkeling en ontplooing van artistieke talenten. Leven voor de kunst en wetenschap.

  11. Absolute vrijheid om te zeggen en te doen wat men goed dunkt. Kleine gemeenschappen bepalen in onderling overleg en met behulp van directe democratie de prioriteiten, de verdeling van taken naar kennis, deskundigheid en vaardigheid en de zorg voor de zieken en behoeftigen.

  12. Werken is een middel met als doel de ontplooing en ontwikkeling van de individuele mens op cultureel en wetenschappelijk gebied.

  13. Bestuur, indien mogelijk, altijd op basis van directe democratie. Wat plaatselijk geregeld, gemaakt kan worden niet centraal regelen. Gezag alleen op basis van deskundigheid, empathie en redelijkheid.

  14. Afschaffing van geld en van het winstprincipe.

Zoals gezegd slechts een limitatieve opsomming. De nu nog als los zand aan elkaar hangende punten dienen binnen een inspirerend kader tot een uitdagend (mag dat?) plan te worden samen gesmeed zodat de wereld weer een paar duizend jaar vooruit kan. Ons leven is veel te mooi en te kostbaar om het te laten verkwanselen door domheid, hebzucht, agressie en liefdeloosheid.

Een bovenomschreven wereld is een fantasiewereld die werkelijkheid kan worden als iedereen dit zou willen en kunnen. Ik ben bang dat ik de enige ben die dit wil en niet eens “kan”. De rest van de wereld lacht zich, begrijpelijkerwijs,  een kriek en gaat weer over tot de orde van de dag, te weten het langzaam ten gronde richten van deze zo prachtige planeet.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Geen meneer van Woerkom aub!!!!

ANWB schildje. 2014

 

 

 

 

Een zekere meneer van Woerkom is kennelijk door alle politieke partijen aangewezen als de meest geschikte kandidaat voor de functie van Nationale Ombudsman. Meneer van Woerkom is jarenlang direkteur geweest van de ANWB, net als de BOVAG, een lobbyclub voor automobilisten. Ook is hij actief lid van de VVD.

Ik vind de keuze voor meneer van Woerkom geen gelukkige keuze. Eigenlijk helemaal geen goede keuze. Iemand die zijn hele leven partij heeft getrokken voor de automobilist in het algemeen, en de autofanaat in het bijzonder, zit naar mijn mening aan het verkeerde eind van het politieke spectrum als het gaat om het beschermen van (zwakke) burgers tegen eventueel machtsmisbruik van de (sterke) staat. Meneer van Woerkom is gewend om andersom te redeneren. Hij heeft zijn hele leven eigenlijk de sterken (verenigd in de ANWB en de VVD)  beschermd tegen de “onredelijkheid” van al dat afgunstige linkse rapalje. Zijn uitspraak over een Marokkaanse taxichauffeur is hier in feite een symtoom van. Ik heb nog steeds die uiterst beschaafde en steeds weer redelijke meneer Brenninkmeijer op mijn netvlies. Dat vond ik een goede Nationale Ombudsman. Bij hem kreeg ik geen gevoel van vooringenomenheid of ongenuanceerde zakelijke hardheid. Zoek in godsnaam iemand zoals meneer Brenninkmeijer voor deze functie. En laat meneer van Woerkom bij de Shell of bij Unilever gaan werken. Daar is hij meer op zijn plaats en kan hij voor zijn baas heel veel centjes verdienen.

Dus geen meneer van Woerkom aub!!! (Niet dat er ook maar iemand luistert naar mijn politieke gekraai, maar dat geeft niet want met deze bijdrage was ik in ieder geval in staat om mijn bezwaarde gemoed te luchten!!!)

 

Nb. Ik kan er overigens met mijn gezonde verstand niet bij dat blijkbaar alle politieke partijen voor meneer van Woerkom hebben gekozen. Soms snap ik er niets meer van, van dat rare politieke circus!

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized