Maandelijks archief: februari 2012

Hoe zit dat toch met Griekenland?

Geld wat stom is maakt recht wat krom is!

Wat is toch de achtergrond van dat aanhoudende gezeur over Griekenland en de Europese Monetaire Unie? Ik ga proberen, als volslagen leek op economisch gebied, de hoofdzaken dienaangaande voor mijzelf op een rijtje te krijgen. Dus geen ingewikkelde verhalen alsjeblieft.

De toelating van Griekenland tot de euro werd mogelijk gemaakt doordat met al dan niet gevraagde hulp van Goldman Sachs financiële gegevens werden verdraaid en vervalst. Gegevens die nodig waren om te bezien of Griekenland wel voldeed aan de criteria voor toetreding. Boekhoudkundige gegevens die met behulp van GS kennelijk op frauduleuze wijze pasklaar werden gemaakt. Griekenland was en is, zoals de dagelijkse praktijk uitwijst, nog steeds een corrupt land met een uiterst slechte belastingmoraal. Het land is onderdeel van het mediterrane economische achterstandsgebied. Griekenland heeft een overheid met torenhoge schulden. De belastingopbrengst is chronisch te gering om de rente van die schulden te betalen. De rijken in Griekenland betalen nauwelijks of geen belasting. De sociale voorzieningen staan niet in verhouding tot de inkomsten van het land. Dat moest dus op een gegeven moment wel verkeerd gaan. De banken die Griekenland steeds geld leenden kunnen uiteindelijk natuurlijk fluiten naar hun centen. Wel proberen zij via hun natuurlijke bondgenoten t.w. de rechtse regeringen binnen de Europese Unie nog een deel van hun centen terug te krijgen door Griekenland economisch en politiek flink onder druk te zetten. Griekenland wordt door hen gedwongen om ingrijpend en draconisch te bezuinigen. Het land moet de weelderige sociale voorzieningen afbreken. De Grieken moeten harder en langer gaan werken voor veel minder geld. De overheid moet kleiner gemaakt worden door de meeste overheidsdiensten te verkopen, te privatiseren. En, last but not least, de belastinginning moet grondig hervormd worden. Kortom, Griekenland wordt de duimschroeven aangedraaid door zijn onverbiddelijke en hebzuchtige schuldeisers: de banken. De extreme bezuinigingsmaatregelen, indirect opgelegd door de in de EU verenigde politieke stromannen van de grote internationale banken, zorgen ervoor dat de al geringe productiviteit van de Griekse economie een absolute ondergrens nadert. Als die grens wordt overschreden is Griekenland failliet. Dan houdt het land daadwerkelijk op met betalen.
Fraude en corruptie in samenwerking met grote internationaal opererende banken zorgden er destijds voor dat Griekenland de euro mocht invoeren. Tien jaar lang konden zij als euroland naar hartenlust lenen binnen Europa om hun overheidstekorten te betalen. Internationale banken waren, verblind door winstbejag, maar al te graag bereid het benodigde geld te fourneren. Nu kan Griekenland zelfs de rente van zijn schulden niet meer betalen en wordt er door de EU periodiek honderden miljarden euro’s (belastinggeld!!!) overgemaakt om dit toch nog (gedeeltelijk) mogelijk te maken. Geld dat vrijwel ogenblikkelijk weer wordt doorgesluisd naar de grote internationale schuldeisers. De banken dus.
De internationale bankwereld heeft er dus belang bij dat Griekenland economisch helemaal wordt uitgeknepen. Zij willen hun geld terug. En die banken worden daarbij geholpen door hun natuurlijke politieke vrienden ter rechterzijde.

Voor iedereen met een beetje verstand moet het toch duidelijk zijn dat dergelijke ingrijpende bezuinigingen de economie van Griekenland steeds verder kapot maken. De EU is op de verkeerde weg!! De oplossing is dat Griekenland gewoon failliet gaat, dus ophoudt te betalen, uit de euro stapt en de drachme weer invoert. Dat zal, na een korte en hevige pijn, de Griekse economie een behoorlijke boost geven. De concurrentiepositie van Griekenland zal snel verbeteren. Het zal de moeite gaan lonen om een exportindustrie te gaan opbouwen en het toerisme zal bloeien als nooit te voren. En…….Griekenland kan in alle rust een terugbetalingsregeling organiseren die zich over tientallen jaren zal moeten uitstrekken om te voorkomen dat het land economisch naar de gallemiezen gaat.

“Als je het onderste uit de kan wil hebben, krijg je het deksel op de neus”.

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Over positief pessimisme en destructief optimisme.

En hij kan ook nog heel hard brullen!

Er zijn punten van ergernis. Eigenlijk heel veel punten van ergernis, tenminste als je bereid bent om moeite te doen tijdens je leven alert en betrokken te zijn. De oorzaak van alle ergernis is meestal gelegen in het ontbreken van consequente rechtvaardigheid, het verdampen van empathie, het naar binnen richten van de blik en het verruwen van omgangsvormen. Om er dus maar een paar te noemen!!! Dit alles heeft dan per definitie weer te maken met het onwrikbare gegeven van de menselijke hoedanigheid (la condition humaine).
Oftewel, zo zit een mens nou eenmaal in elkaar!! Maar ook het feit dat men in Nederland sinds de jaren zestig van de vorige eeuw niet langer meer door het solide hekwerk van de verzuiling wordt belemmerd in zijn individuele sociaal-economische ontwikkeling speelt een grote rol bij het zich langzaam ontwikkelen van een breed gevoelde kwaadheid op alles en nog wat. Vogels van diverse intellectuele pluimage en maatschappelijke komaf konden elkaar na de jaren zestig overal ontmoeten binnen een grotendeels geëgaliseerde samenleving, zodat de aan deze “vermenging” inherente ergernis, woede en afgunst sedert die tijd steeds groter konden worden. Een dubbeltje kan in zo’n sociaal grotendeels gelijk gemaakte samenleving gelukkig ook een kwartje worden, maar gebeurt dat niet dan kun je altijd anderen de schuld geven, hetgeen dan ook op grote schaal werd gedaan!

De mens is van nature hebzuchtig en kan de onlustgevoelens die met deze hoedanigheid samenhangen maar ten dele neutraliseren door zijn verstand te gebruiken. De geschiedenis leert ons dat we wat dat betreft al ver zijn gekomen, maar het kan nog steeds beter en de een is er beter toe in staat dan de ander. Ik ben er van overtuigd dat de westerse mens zo’n driehonderd jaar geleden, bij het begin van de industriële revolutie, een economische weg is gaan bewandelen die mogelijk op dat moment een prachtige ontsnapping bood aan de toen bestaande sociaaleconomische problemen maar die hem gaandeweg op steeds grotere obstakels deed stuiten tijdens zijn “zoektocht” naar uitdagingen en kansen. Uitdagingen en kansen die de mens nou eenmaal nodig heeft om zich op ethisch gebied zo goed mogelijk te bekwamen. Gedurende dit hele proces kreeg de westerse mens het op materieel gebied weliswaar steeds beter. Op geestelijk gebied, echter, werd geen gelijke tred gehouden met deze progressie. Hij werd mentaal steeds steviger vastgeketend aan zijn materiële verlangens. Het “reptielenbrein” bleek in zijn algemeenheid nog steeds veel sterker dan de neocortex. Voor de goede orde: Het reptielenbrein is de oudste laag in onze hersenen. Het reptielenbrein is verantwoordelijk voor onze primaire overlevingsdrang. De neocortex is de evolutionair jongste laag van het brein. In vergelijking met andere zoogdieren is deze laag bij de mens het meest ontwikkeld. De neocortex is vooral verantwoordelijk voor het bewust verwerken van informatie en stelt ons in staat om rationeel te redeneren. Ik zeg dit even om misverstanden te voorkomen.

Inmiddels is de geest van vooral de westerse mens onder de steeds toenemende invloed van de moderne, op de commercie gebaseerde, media meer en meer verknoopt geraakt met zijn tomeloze bezitsdrang – ook wel hebzucht genoemd – zodat momenteel echt wel van verslaving kan worden gesproken. De moderne mens is voor een groot deel vervreemd van zijn basisbehoeften (lichamelijke en geestelijke autonomie, autarkie, solidariteit, empathie, duurzaamheid, natuur, voldoende territorium etc.) En dat gaat op den duur knellen. Dat geeft stress. Stress die we steeds vaker in alle geledingen van onze samenleving tegenkomen. Stress als een schadelijke stof die het lichaam langzaam maar zeker vergiftigd. Vooral door de langdurige en massale blootstelling aan dit langzaam werkend gif in de vorm van allerlei overbodige en kennelijk zeer moeilijk te verenigen levenstaken gaat het aldus getergde individu langzaam ten gronde aan ontevredenheid en geestelijke armoede. Er is geen harmonie, er is geen vrede, er is geen zelfreflectie, maar bovenal is er geen verinnerlijkte soberheid, geen ascese. En dat doet de gemiddelde westerse mens de das om. Hij crepeert als het ware in een gouden paleis. Hij maakt zichzelf wijs dat hij tevreden is, maar de “objectieve” werkelijkheid van zijn leven laat duidelijk iets anders zien, zodat er in mijn ogen eerder gesproken kan worden van een soort vervreemdende pseudo-tevredenheid. Ik ben best wel tevreden maar toch erg boos. Zoiets!!

Ik ben van mening dat zo’n zelfgenoegzame pseudo-tevredenheid vermeden dient te worden en ik doel daarbij dan op die typische modern-modieuze neoliberale tevredenheid die zich maar al te vaak manifesteert in een beangstigende, maar vooral ook zeer irritante vorm van egoïstisch optimisme en de daarmede gepaard gaande oppervlakkige, hedonistische en anti-intellectuele gemoedsgesteldheid. Aan dat soort verhullend nihilisme hebben we niets als het gaat om de het in stand houden van de soort.

De wereld is mijns inziens het best geholpen met kritische, licht pessimistische probleemoplossers. Met betrokken mensen die de problemen van deze wereld wel serieus nemen en ze niet meteen vertalen in alles verlammende schuldvragen, persoonlijke aanvallen of commerciële mogelijkheden. Het destructieve narcisme dat deze westerse samenleving zo genadeloos teistert moet teruggedrongen worden. De verwende antisociale enkeling moet uit het probleem gehaald worden. Het wordt met name tijd dat er voor wetenschap een veel prominenter plaats wordt ingeruimd bij het formuleren van oplossingen voor urgente maatschappelijke problemen. Het wordt tijd dat de politiek op geleide van solide wetenschappelijke inzichten eindelijk eens prioriteiten gaat stellen in plaats van steeds weer te buigen voor allerlei populistische onzinargumenten. En het wordt zeker tijd dat die vermaledijde megalomane en immorele enkeling nu eindelijk eens een toontje lager gaat zingen, het liefst door zich, op basis van in zijn geest voortschrijdend inzicht, alsnog te metamorfoseren tot een betrokken, solidair, ethisch en empathisch individu. Kan dat? Natuurlijk niet. Maar het is wel leuk om erover te dromen.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Hoe onbeschoft en onfatsoenlijk mag je zijn in de verbeten jacht op steeds hogere kijkcijfers.

Een bloem in de Alpen.

Soms overschrijdt het getoonde op de verrekijk alle grenzen van betamelijkheid en fatsoen. Het is werkelijk niet te geloven wat men aan het kijkersvolk meent te moeten tonen om te bewerkstelligen dat die vermaledijde kijkcijfers maar omhoog gaan. Het is een schier constante evocatie van pure onbeschoftheid, rellerigheid en sensatiezucht. Vaak zit ik met plaatsvervangende schaamte en gekromde tenen te kijken naar die trendgevoelige, ijdele en megalomane anchormannen. Ook hier zal wel weer gelden dat het sterke schouders moeten zijn die de weelde van de pluimstrijkerij kunnen dragen. Maar het kwaad is, vooral bij de commerciële omroepen, ook heel vaak gelegen in het format van het programma.

Van beide soorten fatsoensoverschrijding geef ik een recent voorbeeld.

– Het interview van v. Nieuwkerk met Martijn van Dam.

– Het programma op een van de RTL- tv-zenders waar men meent ongevraagd bezoekers van de afdeling spoedeisende hulp te moeten filmen en af te luisteren.

Je hoeft toch geen schijnheilige of een van de werkelijkheid losgezongen moraalridder te zijn om op basis van je eigen verinnerlijkte fatsoensnormen te constateren dat sommige programma’s op de verrekijk de grenzen van betamelijkheid ver overschrijden.
Moet je dan alles maar leuk, modern en uitdagend blijven vinden om erbij te horen? Wordt er nou nooit eens een grens bereikt?

En ja, uiteraard zit er een knop op de tv! Maar dat lost het maatschappelijke probleem van de steeds verder oprukkende hufterigheid natuurlijk niet op. Verwijzing naar die knop is slechts een goedkope en makkelijke manier van belanghebbenden om andersdenkenden in deze monddood te maken.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Altijd oorlog.

Wachten op de lente.

“Het wordt me niet gemakkelijk gemaakt”, zucht de man terwijl hij over het zoveelste uitgebrande autowrak klimt. In de verte is vaag kanonvuur te horen. Het wordt avond en de schemering waarschuwt de man voor de nacht. Hij gaat even met zijn rug tegen een half ingestorte muur zitten, doet zijn rugzak af en pakt zijn broodtrommel en veldfles. Het kleinere doosje met druiven laat hij nog even zitten. Met een donderend giergillend geweld komt een jachtbommenwerper over die zijn napalmbommen een kleine 400 meter verder afwerpt. Een briesend en grommend gordijn van ziedende vlammen en roetzwarte rook onttrekt de horizon aan het gezicht. “Allemachtig”, klaagt de man, “Het is goed raak vanavond”.
Vanachter een deels verschroeide heg komt de buurman aanlopen. “Dat scheelde niet veel” zegt hij. “Dat kun je wel zeggen, ja”, bevestigt de man.
Ze kijken met zijn tweeën naar de lucht. In de verte wordt het kanonvuur luider. “Het lijkt wel of het dichterbij komt”, zegt de buurman. “Ik denk dat de wind gedraaid is. Dan hoor je het altijd beter”, antwoordt de man. “Hoe lang vechten ze nu al?”, vraagt de buurman. “Ik weet van mijn opa dat ze voor de tweede openbaring al aan het vechten waren en dat is zo’n negentig jaar geleden” zegt de man. “Maar kom, ik ga er weer eens vandoor. Ik moet nog een flinke afstand afleggen vannacht” “Je weet waar je het voor doet”, roept de buurman hem achterna. “Volgende week is het jullie beurt”, antwoordt de man. Hij haalt zijn volautomatische machinegeweer tevoorschijn en mikt op een snel naderende scooter. Hij geeft een salvo af en de scooter ontploft in volle vaart. De bereider wordt afgeworpen en belandt op een paar meter afstand van de man. “Nou, dat begint al lekker. Een duvelstoejager op het dievenpad. Toe maar jongens” Hij schiet nog een salvo in het stervende lichaam van de duvelstoejager. “Zo, die zegt niks meer”
Hij kijkt achterom en ziet de puinhopen van die eens zo gezellige en gemoedelijke Vinex-wijk. De buurman is inmiddels weer verdwenen. Hij woont met zijn gezin tussen de puinhopen van het slagveld, net als de meeste mensen op deze planeet. Zij hebben er genoeg voor betaald.
De man versnelt zijn pas. Hij wil over vijf uur aankomen bij de uitgang. Nog een weekend en dan is zijn vakantie weer voorbij. Op de kapot geschoten snelweg moet hij om de uitgebrande autowrakken heen manoeuvreren. Hij loopt richting het front, dat zo’n vijftien kilometer verder ligt. Boven het kanongebulder is ook het gegil van de stalinorgels te horen. Een snel aanzwellend gieren waarschuwt de man die in een reflex dekking zoekt. Achter hem ontploffen een aantal zware granaten. Hij hoort het sissende fluiten van de granaatscherven. Hij moet nog acht kilometer lopen voor hij bij de ingang is. Het zal niet makkelijk worden. De duvelstoejagers hebben net deze nacht uitgekozen voor een offensief. In de verte ziet hij parachutisten neerkomen. De gebouwen langs de kapotgeschoten snelweg staan in brand. Al tientallen jaren. De man hoort een langzaam aanzwellend laag grommend gebrul en ziet een aantal ouderwetse motorfietsen op zich af komen. Hij blijft in dekking. Het zijn ongeveer twintig duvelstoejagers. De aanblik van de wanstaltige lichamen die het resultaat lijken te zijn van een kruising tussen mensen, varkens en wolven, boezemt hem angst in. Alhoewel hij moet toegeven dat hij ook iets van een aangename opwinding voelt. Eén duvelstoejager kijkt in de richting van zijn schuilplaats. De man ziet een gruwelijk hoofd met een afzichtelijke varkenssnuit, lange slagtanden en roodgloeiende kleine ogen. Op de kop van het beest staat een Duitse helm. Het draagt een mouwloos lederen vest dat is behangen met gedroogde mensenhoofden. Over zijn schouder hangt een machinegeweer. Het onderlijf van het beestmens is onbedekt en torst een grotesk en abnormaal groot geslachtsdeel. De troep motormonsters is binnen een paar seconden voorbij. De man blijft nog even liggen en kijkt naar de absoluut zwarte hemel, waarin een abnormaal grote pokdalige maan hangt die een ziekelijk grijsachtig licht verspreidt. Hij gaat verder.
Na een uur begint hij de plek van zijn bestemming te ontwaren. Een matzwarte kubus met ribben van 15 meter. Een veilige haven door God zelf gebouwd. Op de bovenkant van de kubus zit een transitiemeester. Zijn enorme witte vleugels houdt hij uitgestrekt alsof hij ze wil laten drogen in het kwaadaardige maanlicht. Op een sierlijke slanke nek bevindt zich een hoofd met edele trekken. Het naakte lijf is parelwit en volledig geslachtsloos. Het wezen deelt de code mede aan de man. De man loopt door de wand van de kubus en komt in een enorme ruimte, een immense zaal waarvan het plafond zo hoog is dat deze zich bijna aan het zicht onttrekt. De tegenoverliggende wand is zo ver verwijderd dat hij niet meer te zien is. Het is druk in de zaal. Allemaal reizigers.
De man visualiseert zijn slaapkamer en fluistert de code. Het volgende ogenblik zit hij aan zijn bureau. Onder aan de trap roept een vrouwenstem. “De thee staat klaar. Kom je beneden”.
Hij loopt de trap af de huiskamer in. Zijn vrouw heeft voor de gezelligheid een paar kaarsen aangestoken. “Zullen we straks naar “The Voice” kijken”, vraagt zij. “Ja, leuk”, antwoordt hij, “ik ben benieuwd of Niels het haalt”.
“Hebben de kinderen nog gebeld?”.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Volks.

Bevroren voetpad.

Kleine gletscher.

Smeltende waterval.

Meneer Aarsman is fotodetective. Zo wordt hij tenminste genoemd door die leuke vlotte Tv-presentator die zo snel van een autocue kan lezen.
Meneer Aarsman heeft onlangs een interview in het Volkskrantmagazine gegeven. Er waren vroeger dingen, zo zei hij daar, die hij volks vond. En die bekentenis bracht op zijn beurt weer zeer oude herinneringen bij mij boven. Herinneringen aan mijn opa. Maar dan moet ik wel even wat uitleggen. Mijn biologische vader is namelijk in de oorlog om het leven gekomen. Mijn moeder moest derhalve de kost gaan verdienen. Het waren de jaren veertig van de vorige eeuw, dus nog geen sociale vangnetten van vadertje Drees. En ik werd opgevoed door mijn oma en opa in Breda. Mijn opa vertelde mij wat volks was. Hij noemde dat ook wel ordinair! Maar nog vaker vertelde hij mij wat niet volks was. Hoe het hoorde dus. Ik mocht niet schreeuwen of heel erg hard praten. Ik moest met mes en vork eten. Met het servet op schoot. Ik had een eigen servetring waar mijn servet in opgerolde toestand precies in paste. Altijd u zeggen tegen oudere mensen. Pas iets zeggen als volwassen mensen waren uitgepraat. Niet praten over allerlei lichaamsfuncties. Geen dialect spreken! In mijn geval dus niet met een zachte G praten. Niet huilen. Ik moest een flinke vent zijn en flinke jongens huilen niet. En er moest al op jonge leeftijd hard gewerkt worden in huis. Eigen kamer schoon houden. Meehelpen met de afwas. Persoonlijke hygiëne was ook zeer belangrijk. Ik moest mij elke dag aan de wastafel van top tot teen wassen met koud water. Warm water was voor watjes! Ook de geheime delen. Elke dag een verschoning. Op dat punt liep ik kennelijk behoorlijk voor op mijn vriendjes want zij kregen meestal maar één maal per week een verschoning en gingen ook maar één maal per week in bad.

Er waren vanzelfsprekende zaken! Ik mocht niet omgaan met kinderen die volks waren! En wat volkse kinderen waren kon volgens mijn opa afgeleid worden van de straat waar zij woonden en het beroep van hun vader. Ook had hij liever niet dat ik te veel omging met katholieken. Mijn opa sprak vaak over de vervloekte paapse mis. Ik wist niet wat hij daar nou precies mee bedoelde. Maar dat het niet best was begreep ik bliksems goed.

Voor zover ik kan nagaan, heb ik er geen ernstige trauma’s aan over gehouden. Vreemd genoeg vind ik het nog steeds moeilijk om op eigen kracht aan te geven wat ik zelf nou eigenlijk onder het begrip “volks” versta op die uiterst zeldzame momenten dat dit onderwerp in een gesprek aan de orde komt. In feite val ik dan nog steeds terug op al die zaken die mijn opa “volks” en dus ordinair, vond. Maar doe dat niet van harte.

Nog meer herinneringen komen nu boven.

Zo leerde ik al vroeg een paar woordjes Frans ( merde, méchant, charogne etc.) , omdat mijn opa, die deze taal uitstekend beheerste, mij dikwijls driftig vermanend in het Frans toesprak. Want het was natuurlijk wel een beetje een eigenaardige man. Een dergelijke zedenpreek in de Franse taal eindigde altijd met dezelfde, in het Nederlands uitgesproken, zin: “Je staat op de nominatie!”. Ik wist dat dat inhield dat ik op mijn tellen moest passen. Bij een volgende overtreding zou ik in de donkere kelder worden opgesloten, alwaar mijn oma mij dan na ongeveer een minuut weer uithaalde, mijn opa kwaad toevoegende dat hij, als hij zoiets meende te moeten doen, eigenlijk zelf in die donkere kelder thuis hoorde. Ik was het op dat punt altijd met haar eens.

Maar terug komende op het begrip “volks”; “volks” was volgens mijn opa onder andere:
-gebrek aan goede manieren en juiste omgangsvormen. Geen kennis van de etiquette.
-gebrek aan zelfbeheersing. Niet in staat zijn om emoties op rationele wijze te kanaliseren.
-gebrek aan persoonlijke hygiëne.
-gebrek aan orde en netheid in het algemeen.
-gebrek aan ruggengraat en doorzettingsvermogen.

Zoals u zelf kunt constateren is het in deze moderne tijd een volstrekt achterhaald lijstje geworden. Het modernistische en progressieve volksdeel durft al lang niet meer de nadruk te leggen op bovengenoemde “achterhaalde” eigenschappen om vooral maar niet voor ouderwetse moraalridder uitgemaakt te worden. In onze moderne samenleving moet eigenlijk alles kunnen tenzij het expliciet bij wet verboden is.
Het begrip “volks” wordt bijna niet meer gebruikt. Het begrip had vroeger en tegenwoordig al helemaal een uiterst negatieve connotatie. Na de materiële en intellectuele emancipatie van de arbeider, de kleine man en de dagloner is het begrip “volks” volledig in onbruik geraakt. De grote groep mensen die tegenwoordig qua opleiding en inkomen geacht wordt te behoren tot de onderste laag van de samenleving wordt in navolging van de etikettering door meneer Fortuyn gewoonlijk “onderklasse” genoemd.
Er zijn ook wel politici die om hun moverende populistische redenen de term “het volk” gebruiken en die pretenderen exact te weten wat dat “volk” allemaal wil. Maar dat heeft dan weer niets met het begrip “volks” te maken. Deze hele materie ligt wel, zoals ik inmiddels heb begrepen, uiterst gevoelig voor heel veel mensen. Men kan nog steeds in grote toorn ontsteken als dit onderwerp ter sprake komt. Maar waarom dat precies zo is, is me nog steeds niet helemaal duidelijk geworden. Het zal hoogstwaarschijnlijk wel op de een of andere manier verband houden met een soort moeilijke schaamte.
Ook worden de “regels en voorschriften” die mijn opa destijds nog van cruciaal belang achtte voor mijn opvoeding tegenwoordig door de meeste mensen ook daadwerkelijk steeds minder belangrijk gevonden. En dat is, vind ik, duidelijk te merken in onze huidige samenleving.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Hulporganisatie Oxfam Novib rapporteert over de stand van zaken. Ik schrik er steeds weer van.

De geschiedenis van de schaats.

Hieronder volgt een bericht van de hulporganisatie Oxfam Novib. Het gaat nog niet echt lekker met de wereld. Hoe zou dat toch komen?

“DEN HAAG – De wereld is slecht in staat hulp te geven bij meerdere grote rampen tegelijk. De Verenigde Naties bieden daarvoor te weinig consistent leiderschap, stelt hulporganisatie Oxfam Novib dinsdag in een rapport.
Foto: AFP

De humanitaire hulpverleners moeten daarom meer geld opzij leggen voor rampen en vaker lokale organisaties inschakelen.

Vooral in 2010 werd de wereld overspoeld met crises, zoals de aardbeving en cholera in Haïti en de overstroming in Pakistan. In 2011 sloegen de hulpclubs alweer alarm, ditmaal over de hongersnood in de Hoorn van Afrika. ”Bij veel rampen was de hulp te laat en te klein”, stelt Oxfam Novib.

De vrees is dat het aantal humanitaire rampen toeneemt door de klimaatverandering. Extremer weer leidt tot meer rampen zoals overstromingen of langdurige droogtes. Tussen 1970 en 2000 is het droge deel van de aarde verdubbeld. Miljoenen mensen verhuizen bovendien naar de kwetsbare gebieden, wegens de overbevolking elders.

Spanningsgebieden

Tegelijkertijd zijn er vele spanningsgebieden in de wereld. Weinig landen slagen erin om conflicten te beëindigen. In de laatste 5 jaar zijn slechts 2 van de top-20 ontvangers van humanitaire hulp erin geslaagd de alarmfase te ontstijgen.

Momenteel leven 1,5 miljard mensen in spanningsgebieden. Dat aantal zal nog toenemen, vreest Oxfam Novib, wegens de groeiende strijd om energie, voeding en water.

Hulpcapaciteit

Oxfam Novib ziet dat de hulpcapaciteit wel toeneemt, maar nog niet genoeg. Alleen al in 2010 stierven 300.000 mensen door natuurrampen. ”Hoewel het geen doorsnee-jaar was, toont het wel hoeveel voortgang er nog gemaakt moet worden”, aldus het rapport.

De hulporganisatie merkt dat er meer mogelijk is door vaker samen te werken met lokale organisaties.

In Somaliland steunde Oxfam een plaatselijke groep die bewoners hielp met het bouwen van kleine dammen, waardoor het water minder snel wegstroomde. Dat werkt vaak beter dan grote eigen hulpacties opzetten, aldus het rapport.”

De urgentie is groot. De prikkel om structureel te veranderen blijkbaar erg klein. En de toekomst gaat er daardoor steeds akeliger uitzien. Door de wetenschap zijn reeds vele uitvindingen gedaan die bij implementatie de wereld zouden kunnen veranderen in een paradijs (kijk maar eens op TED) Blijkbaar zijn er krachten werkzaam die er geen belang bij hebben deze implementatie te prioriteren. Dat valt te betreuren.

Zo, direct lekker wandelen. Filmcamera mee en fototoestel. De jacht op de mooie plaatjes is weer geopend. Vanochtend wees de buitenthermometer min 13,4 graden op de schaal van meneer Celsius aan. Het is koud!!!

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Onder meer over Arnon Grunberg en zijn stukjes in de Volkskrant.

Dat was ik niet!!

De Vieze Kok.

De stukjes van meneer Arnon Grunberg op de voorpagina van de Volkskrant lees ik altijd. Meneer Arnon is een soort messias. Hij laat voortdurend weten hoe hij over de meest verschillende zaken denkt. Dat herken ik. Ik doe dat ook! Het heeft iets te maken met een lichte vorm van exhibitionisme. In mijn familie komen veel van dat soort zelfbenoemde messiassen voor. Ooms, tantes, neven en nichten die de onbedwingbare behoefte gevoelen om anderen mee te delen hoe het leven eigenlijk in elkaar zit en wat er zoal niet gedaan dient te worden om dat leven te verbeteren. Ik ben dus ook besmet met het messiasvirus. Het is lastig. Zo’n opdringerige natuur. Op een gegeven moment ga je toch een beetje genoeg krijgen van jezelf, van al dat ijdele geschrijf en van al die prrrrrrachtige natuurfoto’s. Waarom kan ik zaken niet gewoon dicht bij me houden? Enkel en alleen voor mijzelf. Waarom wil ik toch steeds anderen mee laten delen in dingen die ik maak, denk of doe? Okay, een mens is een sociaal wezen en kan daarom niet zonder andere mensen. Blijkbaar. Maar de ziekelijke neiging om mijzelf voortdurend op facebook, OBA, Hyves etc. te manifesteren, zou dat nou echt niet een beetje minder kunnen? Mogelijk zou ik me eens wat meer moeten verdiepen in mijn eigen onbescheiden handel en wandel en zou ik me misschien wat minder moeten bezig houden met een ander. Dat moet toch kunnen, zonder dat ik meteen een of andere rare kluizenaar wordt.
Wat mij opvalt is dat mensen de laatste twintig jaar sowieso een stuk onbescheidener zijn geworden. Is U dat ook niet opgevallen? Zij scheppen, zonder enige gêne, op over hun vaak toch middelmatige talenten en vaardigheden. Kennelijk werkt deze “strategie” wel want de onbescheidenheid lijkt steeds pregnanter aanwezig te zijn in het huidige intermenselijke verkeer. Het is blijkbaar een nuttige strategie. Maar ik dwaal weer enorm af!!

Arnon Grunberg dus – want over hem wilde ik het eigenlijk hebben – verbaast mij steeds meer als ik de “ethische” inhoud van zijn columns afzet tegen de aanvankelijke indruk die ik, na lezing van verschillende van zijn romans, van zijn “moraliteit” had. Er valt een duidelijk “Leitmotiv” in zijn persoonlijkheid te ontdekken. Dat wil zeggen zijn persoonlijkheid zoals ik deze steeds beter uit zijn stukjes in de krant heb leren kennen. Hij heeft zich, naar mijn mening, overduidelijk het mensbeeld van de “New Yorker” eigen gemaakt. Net als Heleen Mees. Hij gelooft in de zegeningen van het kapitalisme en heeft een bloedhekel aan alles wat met “…ismen” te maken heeft. Vooral idealisme moet het bij hem ontgelden. Dat kan worden verklaard door de herinnering aan de monsterlijke wreedheden die zijn joodse familie in het recente verleden heeft moeten ervaren van dit soort “…ismen” Daarom ergert hij zich ook groen en geel aan alles wat ook maar een beetje naar socialisme riekt.
Arnon zelf zou ik willen omschrijven als een sterk seksueel gedreven mens (zijn instemming met veel van wat meneer Freud bedacht heeft steekt hij niet onder stoelen of banken). Hij herkent en erkent de seksuele component van de menselijke hoedanigheid als het substraat op basis waarvan ons dagelijkse leven vorm krijgt. Hij is de immorele anarchist in hart en nieren. Hij is de echte New Yorker. Hij is de hedonistische en amorele grachtengordelbewoner in het kwadraat.

Maar laten we eerlijk wezen, in feite kun je ook geen andere kant op in deze, alle menselijke verhoudingen beheersende,  super materialistische en uiterst commerciële maatschappij. Door in deze westerse samenleving te worden geboren en op te groeien wordt het je als schrijver wel heel erg moeilijk gemaakt om te kunnen en te willen afwijken van die stereotype hedonistische, amorele, liberale “mir nichts, dir nichts” – houding. Als je je kostje moet kopen met schrijven kun je voor de vorm nog wat ethisch sputteren langs de zijlijn, maar het echte keiharde, niets en niemand ontziende spel om de knikkers wordt door jou net zo serieus gespeeld als door alle andere hebzuchtige hedonisten. Zo nu en dan geef je wat geld aan de zwakkeren en klaar is kees. Geweten gesust. Je kunt weer verder.
En meneer Arnon Grunberg lijkt mij zo’n persoon. In feite niets bijzonders dus. Slechts meer van hetzelfde.
Het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen.

NB. Dagelijks zwerf ik over de Ginkelse heide en nog nooit ben ik een plaggenhut tegen gekomen waarin betrokken en kritische mensen huizen die er ten diepste van overtuigd zijn dat deze orde hun orde niet is. Je zou er bijna cynisch van worden!

Wel kom ik elke dag mensen tegen die het debiteren van jij-bakken als het ware in de mond bestorven ligt. Dat dan weer wel natuurlijk. Gelukkig maar, zou ik bijna zeggen.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized