Maandelijks archief: november 2014

Wijze raad van meneer Boeddha voor al die heetgebakerde kaaskoppen.

Het zelf is verdwenen waar de lach is verschenen.

Het zelf verdwijnt daar waar de echte lach verschijnt.

Het zijn verwarrende tijden. De posities verharden.

Ayn Rand (de kampioene van de dissidenten-rancune)wordt van stal gehaald om aankomende, jonge, hoogopgeleide, naar macht en rijkdom snakkende, ondernemers een ethische aanvaardbaar lijkende smoes te verschaffen met behulp waarvan ze hun diep gevoelde egoïsme en rabiate hebzucht voor de buitenwereld kunnen rechtvaardigen.

Jordan Ross Belfort, beter bekend als ‘The Wolf of Wallstreet’ wordt in dit land door duizenden studenten bejubeld, terwijl hij eigenlijk niets meer of minder is dan een afschuwelijke, onbeschaafde en ordinaire crimineel, die gewoon in de gevangenis thuis hoort.

Een fascistoïde, islamofobe politieke beweging verzamelt in de peilingen 26 zetels en zou daarmede de grootste politieke partij van Nederland worden. Een politieke beweging met een racistisch gedachtegoed dat blijkbaar door meer dan 60% van de Nederlandse bevolking wordt onderschreven.

Psychisch gestoorde, volstrekt dolgedraaide godsdienstwaanzinnigen die in het buitenland een Kalifaat en bijbehorende sharia met wapens gaan ondersteunen en er niet voor terugdeinzen om andersdenkenden gewoon de strot af te snijden.

Een van beide kanten op zeer onsympathieke wijze gevoerde polemiek over, godbetert, zwarte piet en zijn aanklevende omstreden geschiedenis.

Turkije die meent dat wij, Nederlanders, racistisch zijn en discrimineren.

En zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan.

Ik ging bij meneer Boeddha te rade. Die wist wel een oplossing. Elke Nederlander zou elke dag verplicht moeten worden om met zijn blote billen gedurende een stief kwartiertje in een teil met ijskoud water te zitten. Daar koelt men goed van af. Het is een probaat middel en wordt in de boeddhistische kloosters, hoog in de Himalaya, geregeld toegepast om ongezeglijke monniken weer in het gareel te krijgen. En humor, zei meneer Boeddha, hebben jullie wel eens aan humor gedacht?

Ik kom zelf eigenlijk niet veel verder dan zingen. Gewoon een kerstliedje zingen. Zingt u mee als u uw billen heeft afgedroogd?

 

Advertenties

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Er was eens een Fransman die Thomas Piketty heette.

Rijken en vermogenden.

Rijken en vermogenden.

 

 

Er is een Fransman en die heet Piketty. Die brave man heeft een boek van meer dan 700 bladzijden geschreven over economie. Hij beweert iets. Hij beweert dat rijken, mensen met grote vermogens, steeds rijker zullen worden en dat de armen arm zullen blijven, misschien wel nog armer worden dan ze nu al zijn. U snapt het al. Al die prietpraat over zwakkeren en armen valt niet in goede aarde bij die rijken. Bij die vermogenden. Ik heb het boekwerk van die Fransman nog niet gelezen. Maar om die reactie van de vermogenden en grootindustriëlen te doorgronden hoef je het boek, volgens mij, niet eens gelezen te hebben. Steeds wanneer anderen dreigen zich te gaan vergrijpen aan de vermogens van de rijken volgt een soort geconditioneerde reflex. Afblijven!!! Uitingen van hebzucht en schraapzucht, hoe sympathiek verpakt in pseudo-beschaafde drogredenen, herken je meteen. Ik heb die dikke pil natuurlijk al wel aangeschaft, maar het ligt op mijn bureau te wachten tot ik zin heb om het te lezen.

De rijken vinden dat zij hun “moeizaam” verkregen rijkdom niet moeten delen met de armen. De meeste rijken willen wel een heel klein beetje delen, maar er zijn er ook die helemaal niet willen delen. Zij hebben namelijk keihard gewerkt voor al dat geld, voor al die macht en voor die flonkerende sociale status. Dat bezit en die macht laten ze niet afpakken door laagopgeleide paupers die thuis lui op de bank zitten en nog te beroerd zijn om de ene voet voor de andere te zetten. Dat is zo’n beetje, grofweg gezegd, de algemene opvatting van die rijken. Dat is hun waarheid die zij mij steeds ongevraagd toeschreeuwen. Blijf met je poten van ons geld af. Zorg zelf maar dat je rijk, machtig en beroemd wordt.

Rijk kun je alleen worden binnen een daartoe geëigend economisch systeem. Het beste systeem is dan het neoliberale kapitalistische systeem. Het systeem dat naadloos aansluit op de hebzucht van de gemiddelde mens. Als je niets doet om die hebzucht binnen de perken te houden dan worden de mensen elkaar tot bloeddorstige, verscheurende, hongerige wolven.

Je kunt op je vingers natellen dat hebzuchtige rijken en dito armen veel kritiek hebben op die arme Fransman. Hij lijkt wel de wedergeboorte van Karl Marx, roepen ze. Wat een enge man. En wat een enge ideeën. Wat heeft die man een eng boek geschreven!!

Ja, ik ga dat boek binnenkort kritisch lezen. Kijken wie er nou eigenlijk gelijk heeft. Over één ding heb ik nu al een goed gevoel, namelijk dat het opdelen van groepen mensen in links en rechts steeds ouderwetser wordt. Het onderscheid dat nu steeds prominenter wordt gemaakt is het verschil tussen een hoge of een lage opleiding, of tussen liefdevol fatsoen en rabiaat onbarmhartig egoïsme. Het ligt aan je genetische aanleg, je opvoeding en de invloed van je directe leefomgeving in welke categorie je jezelf wilt indelen.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

“Twee Wegen” van Per Petterson. Gedachten.

Er komt wel heel erg veel op ons af.

Er komt wel heel erg veel op ons af.

Waarschijnlijk zijn de meeste mensen het er wel over eens dat Rembrandt van Rijn een creatieve, geniale en uiterst ambachtelijke kunstschilder was. Zijn opvatting over clair-obscur is wereldberoemd geworden. Zijn schilderijen zijn, hoe je het ook wendt of keert, een streling voor het oog. Rembrandt steekt met kop en schouders uit boven de gemiddelde schilder van de gouden eeuw. Wel zijn er schilders uit die periode die het genie van Rembrandt benaderen, zoals Johannes Vermeer, Frans Hals, Jan Steen etc. En natuurlijk zijn er altijd mensen die Rembrandt een grote knoeier vinden, maar met die mensen houden we ons nu even niet bezig.

Vervolgens zou ik een verbinding naar de literatuur willen maken. In de geschiedenis van de literatuur zijn, mijns inziens, maar heel weinig schrijvers aan te wijzen die qua inzicht, creativiteit, vernieuwing en meesterschap zijn te vergelijken met dat authentieke, vernieuwende en scheppende niveau van Rembrandt. Je hebt bijvoorbeeld Vladimir Vladimirovitsj Nabokov, Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj, Fjodor Michajlovitsj Dostojewski en nog enkele anderen. Het blijft een selecte beperkte groep van literaire genieën. En in feite slaat het nergens op want het aardige van zo’n limitatieve opsomming is dat ze volstrekt subjectief is. Het gaat alleen maar over mijn eigen artistieke smaak, over wat ik mooi of interessant vind en dat is, per definitie, alleen van belang voor mijzelf. Wat ik prachtig vindt, kan een ander als je reinste vuilnis beschouwen. Discussies over persoonlijke smaak zijn bijna altijd nutteloos en, soms zelfs, volstrekt wezenloos. Daarentegen kunnen lezingen (monologen), voordrachten met lichtbeelden of documentaires van gezaghebbende kunstkenners natuurlijk wel buitengemeen nuttig en interessant zijn. Zelf weet ik eigenlijk niets van kunst of literatuur. Ik lees alleen heel veel. En over de boeken die ik lees schrijf ik stukjes, persoonlijk gekleurde recensies. Door een lichte kortsluiting in mijn bedrading, door een gebrek aan zelfbeheersing, kan ik kennelijk niet anders dan al die vervreemdende stukjes op mijn blog of op mijn Facebookpagina te zetten. Niemand bij zijn volle verstand die ze ooit leest, maar blijkbaar houdt mij dat niet tegen. Het is allemaal sterker dan ik zelf ben. Het heeft ongetwijfeld te maken met een stuitend gebrek aan ruggengraat, met een schier pathologische drang tot exhibitionisme. Bij mij is overduidelijk sprake van een krankzinnige ambivalentie. Eigenlijk wil ik het niet, maar doe ik het toch. De sociale media provoceren kennelijk het exhibitionisme in de mens, zijn onsympathieke ijdeltuiterij en zijn egoïstische borstklopperij. Er is waarschijnlijk sprake van een echte verslaving!Zouden er medicijnen zijn voor zo’n endemische, psychische afwijking? Zou ik er nog van kunnen en willen afkicken? Kijk ik er misschien te calvinistisch tegenaan? Waarom kan ik niet al mijn flauwekul gewoon opschrijven en het daar dan bij laten?

Eigenlijk weet ik drommels goed waarom ik gebruik maak van blog of Facebook. Ik ben besmet met het messiasvirus. Ik wil een boodschap verbreiden. En dat is best wel pathetisch en tragisch. Maar het is niet anders. Mijn niet te onderdrukken drang om te waarschuwen en te informeren. En, potsierlijk genoeg,  maak ik mijzelf daarbij wijs dat deze ‘roeping’ het puur persoonlijke overstijgt. Veel gekker kan het niet worden.

Maar ik dwaal, zoals gewoonlijk, weer vreselijk af!

En dan is daar plotseling Per Petterson. Als een stralende komeet aan een dreigende, betrekkende schrijvershemel. De Noor, die samen met meneer Knausgård , het Noorse literaire landschap verfraait.

Die Petterson schrijft over twee vrienden. Twee door hun jeugd getraumatiseerde vrienden. Vroeger deelden zij lief en leed. Vervolgens verliezen zij elkaar gedurende vijfendertig jaar uit het oog en bij toeval ontmoeten zij elkaar weer. Een ingrijpende, edoch voor beiden behoorlijk teleurstellende, gebeurtenis. Ik ga de inhoud hier echter niet vertellen. Want die vind ik eigenlijk niet eens zo belangrijk. Het gaat mij bij dit boek vooral om de sfeer, de schrijfstijl en de eeuwige Scandinavische beklemming. Het niet los kunnen komen van het lijden. Het diep doorvoelen van het leven, maar er niets over los willen of zelfs kunnen laten. Het begrip “binnenvetter” krijgt bij die sonore, introverte Noren een heel andere dimensie. Het spreekt mij, als lawaai-papegaai en klappernoot wel aan. Dat stilzwijgen. Die echte, doorleefde stilte. En als je goed luistert dan kun je die stilte zelfs horen. Je hebt ook het gemaniëreerde stil-zijn van gewichtige mensen. Het stil-zijn als “gimmick” dus; als instrument om macht uit te oefenen Dat is niet echte stil-zijn. Dat is gemaakt, gekunsteld stil zijn. Dat is het stilzwijgen dat de gedachte van “stille wateren hebben diepe gronden” moet oproepen. Het is het stil-zijn waar gemankeerde alfa-mannetjes zich wel van bedienen als zij gewichtig willen overkomen. Zij hopen dan dat de omstanders zullen denken: “Hij zegt niet veel, maar als hij wat zegt dan is het ook meteen raak”. U kent ze wel, die dikdoeners en betweterige blaaskaken, die steeds weer bewondering en respect willen oogsten.

Nee, zo is meneer Petterson niet. Hij maakt van de stilte een boek. Een indrukwekkend boek. De inhoud is niet belangrijk, het prachtige taalgebruik, de gewoonheid en het verstilde onuitgesproken verdriet zijn dat echter des te meer. Ik prefereer echtheid, tenminste voor zover echte echtheid echt mogelijk is, verre boven al dat banale, conformistische, groepsgerichte gekakel en geklepper van al die semi-literaire kwebbeldozen en gewichtig doende, pseudo-intellectuele snobs. (Waarom ik nou weer zoiets onvriendelijks moet schrijven weet ik zelf ook niet goed. Je maakt er in ieder geval geen vrienden mee. Maar het is me kennelijk een behoefte).

“Twee Wegen” is teder, gevoelvol en melancholisch geschreven. Het is een esthetisch genot. De moraliteit van de hoofdpersonages is niet erg opzienbarend, maar geheel in lijn met hun directe leefomstandigheden, zij handelen, ethisch gezien, naar bevind van zaken. Gedreven door liefde, of vaker, door gebrek aan liefde.

De gebeurtenissen in het boek worden, naar mijn opvatting, qua tijd en plaats nogal chaotisch beschreven. Dat is in het begin hinderlijk, maar je wendt er snel genoeg aan. Logisch is het allemaal wel, alhoewel je je kunt afvragen hoeveel logica of rationaliteit er eigenlijk in een “normaal”, gemiddeld leven zitten. De werkelijkheid is vaak meer bizar dan onze wildste fantasieën. En dat geldt ook voor de inhoud van dit prachtige boek.

Het boek raakt mij wel, vooral door de verborgen, weggestopte en gesmoorde emoties van de hoofdpersonages. Er wordt veel niet gezegd, veel gedachten en overwegingen die, ondanks de stilte, wel een duidelijke invloed uitoefenen op het leven van de personages. Het verhaal gaat over gewone normale mensen in uitzonderlijke situaties en is als zodanig behoorlijk realistisch.

Ik vind de stijl en de formulering bijzonder goed, het boek is, voor zover ik dat kan beoordelen, uitstekend vertaald door Marin Mars, waarvoor hulde.

“Twee Wegen” is typisch een boek dat je na een paar jaar nog eens moet lezen. Mensen die veel van taal en van goed geschreven proza houden kunnen hun hart ophalen. Ben je gek op super spannende thrillers dan moet je het boek niet lezen. Het is wel spannend, maar op een heel andere dan de gebruikelijke manier.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

“Bonita Avenue” van Peter Buwalda. Een mening.

DSC_2023 DSC_2024

 

Het is al weer een tijdje geleden (ongeveer drie jaar) dat ik het boek van ene Peter Buwalda las. Het boek heet “Bonita Avenue”. En zoals gewoonlijk had ik, ook toen weer, mijn mening over schrijfstijl en inhoud met ballpoint op een lege bladzijde achterin het boek geschreven.

Ik weet nog dat ik het boek destijds met horten en stoten heb gelezen omdat ik het niet interessant of spannend vond. Na drie jaar ga ik me nu aan de hand van mijn aantekeningen proberen te herinneren wat ik nog weet van het boek. Ik vond het in ieder geval geen bijzonder boek. Dit in tegenstelling tot bijna alle andere mensen die dit boek toen hadden gelezen. Zij waren er lyrisch over en verkondigden met grote stelligheid het genie van deze fantastische schrijver.

Om een of andere reden, het is iets wat ik moeilijk kan duiden, had ik die gevoelens van bewondering en dat kritiekloze enthousiasme helemaal niet. Ik vond het helemaal geen goed boek.

Ik vond het eigenlijk best wel een naar en negatief boek. De persoonsbeschrijvingen en de uitgebreid weergegeven gedachten van de hoofdpersonages konden mij niet boeien. Het kostte me moeite om me te concentreren. Ik zal even op een rijtje zetten wat ik toen niet leuk vond aan dit boek:

Onsympathieke hoofdpersonages.

Niet prettig om te lezen. Somber. Uitzichtloos.

Teveel sprongen in tijd en plaats. Verwarrend en lastig om te lezen.

Ik kan geen duidelijk ethisch ijkpunt in het boek vinden. Geen moraliteit. Slechts hedonistisch nihilisme vermengd met zielloos materialisme. En dan ook nog die afschuwelijke ordinaire  jacht naar macht en aanzien. Ik vind een beetje stijl en een vleugje positivisme eigenlijk wel een voorwaarde om een boek voor mij  plezierig te doen zijn.

De plot is uiterst onwaarschijnlijk. Op het gekunstelde af.

Naar mijn mening is er veel te veel “glamour and glitter” in het boek gestopt en dat stoort me. Het maakt een gemaniëreerde, geforceerd modieuze en banale indruk. Die “gekunsteldheid” vind ik eigenlijk best wel bijzonder onsympathiek.

De inhoud vind ik banaal, plat en vlak en de schrijfstijl is, denk ik, net niet goed genoeg om de tand des tijds te doorstaan.

Dit alles was mijn mening op 22-01-2012. Bijna drie jaar geleden dus. Het geheel is inmiddels behoorlijk in mijn herinnering begraven. Maar met een goede mentale spa spit ik net zo lang in mijn herinnering tot ik er weer iets coherents over kan zeggen.

Wat kan ik mij nu nog herinneren van dit boek? Bar weinig. Ik weet nog dat het boek mij vreselijk ergerde omdat het zo gekunsteld en modieus is geschreven. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat het destijds door bijna iedereen zo sterk werd bejubeld. De volstrekt immorele hedonistische sfeer die het boek uitademt en die naadloos in overeenstemming is met de huidige tijdgeest, maakt dat het boek, commercieel gezien, puur goud was en mogelijk nog steeds is. Welke oppervlakkige gelukszoeker, i.c. de gemiddelde Nederlander dus, wil nou niet gaarne in een veel bejubeld en trendy boek zijn eigen immorele hedonisme, zijn eigen hebzucht en machtswellust, bevestigd zien?

Wat vind ik nou wel goed aan dit boek?

De schrijver gebruikt veel metaforen en dat doet hij op een vaak prachtige wijze. Ik hou daarvan, mits die metaforen niet al te overdadig of artificieel worden aangewend. Ik vermoed echter dat het nu net deze stijlfiguur is die veel modieuze en trendy mensen de stuipen op het lijf jaagt. Maar ho stop!!

Ik ga nu eerst even afdwalen door een onbelangrijke, en hier wellicht volstrekt misplaatste, mening te berde brengen:

“De taal van de huidige tijd is kort, bondig, compact en uiterst eenvoudig. Dus, bijvoorbeeld, niet meer dan vijf woorden in een zin. Geen bijzinnen. Geen bijvoeglijke naamwoorden. En de inhoud moet exact zijn. Dat is het digitale dictum. Hou het kort. Tijd is geld. Als je het niet in een kort berichtje van max. 140 tekens kunt zeggen, dan is de boodschap kennelijk niet relevant. Managers moeten met een oogopslag kunnen weten wat er aan de hand is. Dus alstublieft niet uitweiden en niet zeuren. Deze algemene en door velen gedeelde manager-achtige opvatting sluipt uiteraard ook de literatuur binnen. Bovendien, en dat is volgens mij ook behoorlijk relevant, willen mensen zich gaarne kunnen vereenzelvigen met de hoofdpersonages van een roman. Zij willen in dit huidige tijdsgewricht ook intelligent, rijk, mooi en machtswellustig zijn. In ieder geval streven veel mensen er in hun dagelijkse leven naar om ooit eens te gaan samenvallen met rijkdom, intelligentie en machtswellust. En, uiteraard, willen zij ook graag over seks lezen. Als een boek dicht bij deze primitieve, diepgewortelde emoties blijft en niet te cerebraal wordt en als het kort, bondig en compact is geschreven is succes eigenlijk al verzekerd. Een boek moet dus niet verzanden in wat deze zakelijke en calculerende consumenten “een zinloze woordenbrij” noemen. Als je een maximum van 140 tekens voldoende vindt om je diepste gedachten te verwoorden dan is een volgeschreven A-4 tje al heel snel een zinloze woordenbrij” en aan een echt boek begin je al helemaal niet tenzij het een cursusboek is dat je helaas wel moet lezen om hoger te komen op de maatschappelijke ladder” Het heeft allemaal met concentratie te maken, met evenwichtigheid en met doorzettingsvermogen.

Bonita Avenue voldoet dus niet helemaal aan genoemde eisen van beknoptheid, compactheid en simpelheid. Het boek  is namelijk niet echt kort, bondig en compact geschreven en er komen nog al wat metaforen in voor. Dat gegeven alleen al, is dus kennelijk voor de meeste mensen reden om het boek als literair meesterwerk te betitelen.

Inderdaad, tijden veranderen, maar ik betreur toch de huidige afwezigheid in Nederland van echt grote schrijvers, zoals daar vroeger waren Hermans, Gerard Reve, Vestdijk, Borderwijk, van Elschot. Alleen Thomas Rosenboom en Nico Dijkshoorn (in potentie) komen misschien in de buurt.

Tegenwoordig klooit men maar wat aan. Ik krijg de indruk dat de meeste schrijvers veeleer gebrand zijn op de zgn. secundaire schrijverswinst zoals roem, rijkdom, een hedonistisch leven en prijzen winnen en dat het schrijven zo langzaam een bijzaak is geworden. Schrijven is tegenwoordig een echt commercieel beroep geworden, met de inherente onsympathieke marketing en de onvermijdelijke hedendaagse borstklopperij.

Bonita Avenue is niet verrassend. De immoraliteit van de personages valt op. Ik vind het boek niet logisch in elkaar zitten, omdat ik de plot te onwerkelijk vind. Teveel toevalligheden, teveel moderniteit etc. Het boek zorgt zeker niet voor vernieuwing. Het is een echt mainstream-boek geschreven voor hele gewone en alledaagse mensen. De droom van elke uitgever en opgewonden talkshowhost. Dat zijn dan ook de mensen die het boek prachtig vinden. Wat dat betreft heeft het boek precies zijn doelgroep gevonden. Het boek heeft mij niet geraakt, veeleer voelde ik een afkeer met betrekking tot al die verborgen “glamour en glitter” die in het boek, desalniettemin, veelvuldig de toon zet.

Ik vind het boek niet geloofwaardig. Teveel rare helden en anti-helden. Te weinig “normale” personen met alledaagse gedachten en beslommeringen. Het lijkt alsof het boek is geschreven door een schrijver die zich blind staart op de geneugten die hij kennelijk symptomatisch acht voor een bepaalde intellectuele en sociaal-economische klasse. Hij blijft er in het boek a.h.w. van buitenaf tegenaan kijken. Het boek heeft geen enkele boodschap, integendeel, de schrijver lijkt zijn postmoderne stinkende best te doen om er geen boodschap in te verwerken. En toch heb ik er een boodschap uitgehaald. Namelijk een cliché van wereldformaat: “Geld maakt niet gelukkig”. Een cliché waar een heleboel puur materialistisch ingestelde paupers veel voldoening uit kunnen putten en die zich veelal manifesteert binnen een gemoedstoestand die het midden houdt tussen leedvermaak en afgunst op afstand. De rijke stinkers zijn meestal al goed op de hoogte van dit fenomeen, omdat zij het intermitterend aan de lijve meemaken.

Kortom, ik vind het boek Bonita Avenue geen plezierig boek.

Natuurlijk zal ik nooit schrijven dat Bonita Avenue geen goed boek is. Want wie ben ik om daar over te oordelen. “Ieder zijn meug”, zei mijn oma altijd. Het kan er bij mij ook nooit goed in dat sommige recensenten een boek beoordelen op een stellende, semi-objectieve wijze. Zij schrijven vaak dat een boek niet goed is. Maar wie zijn zij dan wel om dat voor de hele wereld te kunnen beoordelen. Natuurlijk, literatuurkritiek zal wel een specialisatie binnen het vakgebied van de Nederlandse Letteren zijn en zal daarom wel een fundament hebben van regels en richtlijnen. Voldoet een boek niet aan deze regels en richtlijnen dan is het volgens de afgestudeerde literatuurcriticus geen goed boek. Of zoiets. Dus ik kan me de stelligheid van die recensenten wel voorstellen. Maar ik ben het er, mocht het inderdaad zo zijn, niet mee eens.

Een boek lezen is een persoonlijke zaak. En wat iemand vervolgens van zo’n boek vindt is ook een subjectieve kwestie. De een vindt het boek fantastisch, de ander vindt het afschuwelijke prullenboel.

Of je het mooi vindt hangt mijns inziens helemaal af van je persoonlijkheidsstructuur. Een persoonlijkheidsstructuur die de resultante is van genetische aanleg en omgevingsfactoren. Naar mijn mening zijn er potentieel net zo veel literatuurcritici als er lezers zijn van boeken. Elk oordeel is van waarde en dient gewogen te worden met behulp van de wetenschappelijke methode en de emotionele intuïtie die zo belangrijk is bij de beoordeling van kunst.

Ik denk dat je bij beoordeling van kunst voorzichtig moet zijn met algemene oordelen (ook met wetenschappelijke oordelen), maar vrijuit moet kunnen en willen spreken over je eigen gewogen oordeel.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De vervlechting van “nature” en “nurture” in het leven van Commodus.

We zijn op de goede weg. Meer onderzoek is nodig!

We zijn op de goede weg. Meer onderzoek is nodig!

 

 

In een vorige bijdrage werd uiteengezet wat de moeilijkheden zijn als we een waarheidsgetrouw beeld willen verwerven met betrekking tot de karakterstructuur van Commodus. Zijn persoon is namelijk een paar maal beschreven door bevooroordeelde geschiedenisschrijvers (Cassius Dio, Herodianus, en de biograaf van de Augusta Historiae). Commodus zou een gestoorde, gewelddadige en perverse keizer zijn geweest. En dat is best vreemd, als wij dat beeld afzetten tegen het historische beeld dat wij van zijn biologische vader Marcus Aurelius hebben. Zowel Marcus Aurelius als Commodus kregen, voor zover wij dat kunnen nagaan in de bestaande historische bronnen, een min of meer zelfde opvoeding. Weinig echte affectie, zeer goede leraren en met een grote nadruk op intellectualiteit. Deze opvoeding was Marcus Aurelius kennelijk op het lijf geschreven, terwijl een zelfde opvoeding bij Commodus een volstrekt verschillende uitwerking had.

Commodus kon, door zijn abjecte en losbandige gedrag, geen goed doen bij de toenmalige romeinse elite. Hij omringde zich met lieden van geringe komaf, laaggeborenen die slechts ordinair materieel gewin voor ogen hadden. Commodus leidde, volgens de overigens sterk bevooroordeelde bronnen, een liederlijk, decadent en volstrekt ongeremd leven.

Volgens die geschreven bronnen was Commodus een wrede sociopaat. De materiële bronnen geven een iets ander beeld. Hij zou nog best wel geliefd zijn geweest bij het plebs en bij het leger.

Als maar een gering gedeelte waar is van wat over hem wordt geschreven dan nog hebben we hier kennelijk te maken met een gestoorde, genotzuchtige en ongeremde persoon die vrijwel zijn gehele leven wat wij nu crimineel gedrag zouden noemen, heeft vertoond. Het valt des te meer op als wij het wangedrag van Commodus vergelijken met de onbesproken en excellente handel en wandel van zijn vermeende biologische vader.

Hoe kan een zoon zo sterk van zijn biologische vader verschillen? Wat zijn de factoren die uiteindelijk leiden naar ongeremd, impulsief, gewelddadig en gewetenloos gedrag? Om de antwoorden op deze vragen te weten komen moeten we ons wenden tot de wetenschappers die zich NU met deze kwestie bezighouden. En misschien kunnen we dan een poging doen om te verklaren waarom Commodus zo van zijn biologische vader verschilde.

Toevallig is op dit moment het genoemde onderwerp zeer actueel. Er zijn vele wetenschappelijke onderzoeken die een antwoord trachten te vinden op de vraag of misdaad is “aangeboren” of “aangeleerd”. De bekende “Nature or Nurture” discussie. Ik heb dienaangaande kennis genomen van de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van neurobioloog Dick Swaab (“Wij zijn ons Brein”) en ik heb het boek “Appel en de Boom” gelezen van de psychiater Rene Kahn ( Hoogleraar Psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen).

Dick Swaab stelde middels zijn uitgebreide wetenschappelijk neurobiologisch onderzoek vast dat van een volledig vrije wil geen sprake kon zijn. Vele erfelijke factoren en omgevingsinvloeden tijdens de vroege ontwikkeling hebben door hun inwerking op onze hersenontwikkeling de structuur en de functie van de hersenen voor de rest van ons leven vastgelegd. Hierdoor hebben wij niet alleen allerlei mogelijkheden en talenten, maar ook vele beperkingen meegekregen. De aangeboren basis voor de kans op verslaving, de mate van agressie, onze gender-identiteit, seksuele oriëntatie en de aanleg voor ADHD, borderline-persoonlijkheidsstoornis, depressie en schizofrenie, laat zien en maakt duidelijk dat ons gedrag bij de geboorte al in belangrijke mate is vastgelegd. Door onze genetische achtergrond en alle factoren die vervolgens op onze, vooral, zeer vroege hersenontwikkeling hun permanente effect hebben gehad, zitten we vol met “interne beperkingen” en zijn we dus niet vrij om te besluiten te veranderen van gender-identiteit, seksuele oriëntatie, het niveau van onze agressie, van ons karakter, religie of onze moedertaal.

Wat aanleg voor de misdaad betreft kan worden gesteld dat sommige kinderen duidelijk veel agressiever zijn dan andere, en dat kan nogal eens leiden tot het plegen van strafbare delicten in hun verdere leven. Van alle jeugdige delinquenten zit 72% in de gevangenis voor een agressief delict. Opmerkelijk is dat bij deze delinquenten opvallend en zeer vaak psychiatrische stoornissen worden gevonden, bij manlijke adolescenten die gevangen zaten zelfs in 90% van de gevallen. De mate van agressie wordt, net als voor veel andere karaktertrekken, reeds in de baarmoeder vastgelegd, stelt dokter Swaab. Dat is geen nieuw concept, het was alleen maar een tijdelijk taboe om erover te praten in onze zgn. `maakbare maatschappij`. Al met al brengt dat de mogelijke invloed van ouders en al die andere goedwillende opvoedende instanties tot de juiste proporties terug. Aldus de neurobioloog Dick Swaab.

Psychiater Rene Kahn hanteert een ietwat gematigder standpunt. Net iets minder deterministisch en iets minder biologisch gefocust. Wel stelt Rene Kahn dat de hele discussie rond Nature of Nurture inmiddels een behoorlijk achterhaalde discussie is. Hij is van mening dat ons gedrag, denken en voelen, net als lichamelijke ziektes en eigenschappen, bepaald worden door een wisselwerking tussen aanleg (nature) en omgeving (nurture). Wie je bent is niet het gevolg van een in je genen geschreven noodlot, noch de consequentie van een onontkoombare omgeving. Aanleg speelt een essentiële rol bij vrijwel alle gedragingen en psychische ziekten, maar exclusief is die rol allerminst. Integendeel: onze omgeving beïnvloedt ons niet alleen onmiddellijk, maar zelfs tot diep in onze genen. Wat wij meemaken heeft om die reden niet alleen gevolgen voor ons eigen leven, maar ook voor dat van onze kinderen en kindskinderen.

Waarom weet ik niet, maar ik voel me wel aangetrokken tot de stellingname en de conclusies van Rene Kahn. Zij zijn solide wetenschappelijk onderbouwd en de resultaten van zijn onderzoek kunnen ons verder helpen naar een betere samenleving. Een samenleving waarin een belangrijk deel van ons “lijden “ kan worden geneutraliseerd door verstandig, wijs en wetenschappelijk geschraagd gedrag en de daaruit per definitie voortvloeiende optimalisering van onze leefomgeving.

Wat valt er in zijn algemeenheid te stellen. Zonder invloed van de omgeving is ons DNA dood materiaal, een volgorde van basen ( Een base of loog – ook wel alkali genoemd – in oplossing heeft een pH-waarde hoger dan 7 en zal lakmoespapier blauw kleuren. Een base is de tegenhanger van een zuur. Zuren worden door basen geneutraliseerd onder vorming van een zout en water. Zwakke basen, zoals aluminiumhydroxide, kunnen gebruikt worden voor het tijdelijk neutraliseren van het maagzuur. Sterke basen zijn even gevaarlijk of nog gevaarlijker dan sterke zuren en veroorzaken ernstige weefselbeschadiging. Een voorbeeld van een sterke base is natronloog.) Met dank aan die altijd en overal nuttige wikepedia!!!

zonder functie. Pas wanneer omgeving en genen interacteren, wordt ons erfelijk materiaal actief, worden de eiwitten gevormd die ons maken tot wie we zijn. Die omgeving, zo wordt nu duidelijk, heeft niet alleen een effect op onszelf, maar via de activiteit van onze genen ook op onze kinderen en kindskinderen en – als verlengde daarvan – op diezelfde omgeving die onze genen beïnvloedt. Zo zijn genen en omgeving door hun innige verstrengeling tot elkaar veroordeeld.

Tot zover, in zeer, zeer, algemene termen de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek van aanleg en omgevingsfactoren. Het is dus geen ‘nature of nurture’, maar ‘nature en nurture’!!

En dan nog even iets specifieker: het bekende onderzoek van Avshalom Caspi en Terrie Moffit ( Dunedin. 527 jongetjes en 510 meisjes geboren in de periode 1-4-1972 t/m 31-3-1973) in combinatie met het onderzoek van onze eigen Han Brunner ( Geneticus Radboud Universiteit Nijmegen) naar erfelijke aandoeningen levert het volgende op. Er bestaat een MAO – enzym ( mono- amino- oxidase) dat verantwoordelijk is voor de afbraak van drie van de belangrijkste boodschappermoleculen in het brein t.w. Serotonine, noradrenaline en dopamine. Eerdere studies hebben aangetoond dat de stofwisseling van serotonine (gemeten in de hersenvloeistof) afwijkend is bij agressieve en impulsieve individuen. Uit ander onderzoek was weer gebleken dat bij een derde van de bevolking het MAO-enzym minder actief is dan bij de rest van de mensheid. Dit is het gevolg van een kleine genetische variatie bepaald door de aan- of afwezigheid van één aminozuur. Van belang is dan te weten dat met name serotonine betrokken is bij het reguleren van agressie. De combinatie van een verminderde activiteit van het MAO-genotype en mishandeling in de jeugd (mishandeling dient hier in de breedst mogelijke zin van het woord gezien te worden) blijkt de kans op crimineel gedrag aanzienlijk te verhogen. De conclusie luidt dus dat het MAO – enzym, afhankelijk van de mate van activiteit, het effect van een omgevingsfactor als mishandeling, versterkt of verzwakt. Dit verhaal speelt alleen een rol bij de reactieve agressie. Agressie die vooral optreedt bij afwijzing. Ook hier zijn honderden laboratoriumproeven genomen om een en ander te staven.

Conclusie: mensen met het niet actieve MAO-gen blijken gevoeliger te zijn voor afwijzing. Niet alleen dat, ze zullen er ook sterker op reageren vanwege toegenomen prikkelbaarheid van het hersendeel dat gevoelens van ongenoegen registreert en ze zullen eerder uiting geven aan dit ongenoegen.

En dan nu weer terug naar het Romeinse Rijk, terug naar Commodus.

De Oud-Romeinse samenleving kenmerkte zich door extreme geweldadigheid. Oorlog voeren, burgeroorlogen, straatgeweld etc. waren de normaalste zaken. Te denken valt dat niet – gewelddadige personen eerder een uitzondering dan een regel waren. Marcus Aurelius was zo’n extreem beschaafde, niet gewelddadige persoon. Eigenlijk een fremdkörper in zo’n agressieve samenleving. Waarschijnlijk was Commodus iemand met een verlaagd actief MAO – enzym. Het was gezien zijn gewelddadige omgeving (hij reisde vaak mee met de legioenen van zijn vader, laatstelijk als mede-keizer, om de barbaren te bevechten) niet verwonderlijk dat zijn genetische predispositie betreffende gebrek aan impulsbeheersing en snelle gekwetstheid zich min of meer optimaal kon ontrollen. Commodus werd dan ook al snel de spreekwoordelijke slechte Romeinse keizer van het korte lontje, de fysieke gewelddadigheid en de liederlijke hedonistische levenswijze.

Hierbij valt nog aan te tekenen dat in een gewelddadige omgeving, in een samenleving waar slechts het recht van de sterkste geldt, en zo’n samenleving was die oude Romeinse samenleving wel, meestal de sterkste, relatief slimste en meest machtswellustige persoon kwam bovendrijven. Niet voor lang overigens, want hij werd op zijn beurt natuurlijk weer opgeruimd door de volgende gewelddadige machtswellusteling. Lees Steve Pinker en je weet dat we nu in de hemel leven.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized