Maandelijks archief: januari 2014

Buitenhof. Waarom ik dit programma de laatste tijd steeds minder leuk en interessant vind.

Buitenhof. 2014

 

 

 

Waarom.

Vandaag heb ik afgehaakt bij Buitenhof. De belangrijkste gasten waren voor de zoveelste keer mensen die met geld, banken of anderszins rechtsstreeks met de economie te maken hadden. Ik begrijp dat geld voor de meeste mensen best wel belangrijk is, maar om er een heel uur lang onafgebroken over te ouwehoeren gaat me nou net iets te ver. Geld betreft in feite niet de kern van ons bestaan. Geld is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel van het bestaan. Geld vertaalt zich in ons economisch systeem meteen naar bezit, macht, voedsel, veiligheid etc. Geld is in onze westerse wereld een intermediair, een ruilmiddel om op de vrije markt de vruchten van je eigen “arbeid” uit te wisselen tegen de opbrengst van de arbeid van anderen.

 

Wat is geld?

De reden van het ontstaan van het fenomeen “geld” ligt besloten in een dynamisch biologisch mechanisme dat ons bestaan op onbewust niveau stuurt en bedoeld is om onlustgevoelens (voortplantingsdrang, honger, behoefte aan sociale hechting etc.) die voortvloeien uit de evolutionaire drang om voort te bestaan, te neutraliseren. De diep in het onbewuste gewortelde angst om als individu, maar ook als soort, niet langer te kunnen voortbestaan, noemen wij de existentiële angst voor de dood. Deze evolutionaire, gedurende vele tienduizenden jaren, ontwikkelde angst leidt in een toestand van materiële overvloed, zoals dus het geval is in het huidige tijdsgewricht, tot overcompensatie van eerdergenoemde onlustgevoelens. In de werkelijkheid, o.m. in het leven van alledag, manifesteert die angst zich in het vergaren van (meestal totaal overbodige) luxe, in ziedende afgunst, in geweld, agressie en allerlei andere geluksbeperkende mechanismen. De recentelijke bij de zoogdiersoort “homo sapiens” ontwikkelde ratio, die leidde tot het individuele zelfbewustzijn, is een geducht wapen in de strijd om het bestaan. Het zou ertoe moeten dienen om deze intelligente zoogdiersoort voor uitsterven te behoeden. En tot nu toe lukt dat aardig goed. Homo sapiens is de onbetwiste winnaar van de strijd om het bestaan. Maar voor hoelang? Ik denk dat de oeroude reflexen, die leiden tot overcompensatie van zijn onlustgevoelens, de homo sapiens in de toekomst noodlottig gaan worden. En helaas, hij kan er niets aan doen. Hij is een willoos slachtoffer van blinde evolutionaire voortgang. Niks onbetwiste winnaar in de strijd om het bestaan, niks koning van de schepping!! De mens, in zijn huidige evolutionair afhankelijke, biologische hoedanigheid, zal hoogstwaarschijnlijk niets meer gaan betekenen dan een onbetekend miniscuul stofje in de oneindige werkelijkheid van het ruimtetijdcontinuum.

 

Wat bedoel ik nou eigenlijk?

Tot zover mijn uiteenzetting over de plaats van het zoogdier “mens” in de werkelijkheid. Terug naar het geld. Dat verdomde geld!

 

De èèn meent er dus veel van nodig te hebben. De ander kan met veel minder toe. Het hangt er helemaal van af hoe je in de jouw omringende werkelijkheid staat. En die situatie wordt bepaald door een combinatie van genetische overerving, opvoeding en opleiding, invloed van de directe sociale en materiele omgeving en, in mindere mate, invloed van de indirecte sociale omgeving.

De vrije wil is illusoir, hoe heftig de mens er ook naar smacht.

 

Bovenstaand verhaal begon met geld, maar eindigt met allerlei bespiegelingen en filosofieën. En dat zou ik nou zo graag terugzien in Buitenhof. Vroeger, toen Clairy Polak en Rob Trip in de keuken stonden, waren de onderwerpen veel smakelijker. Er was zelfs sprake van debat en discussie. Nu zie ik niets anders meer dan economen die over geld, banken, export en allerlei andere, voor mij totaal oninteressante zaken, palaveren. Ik troost me dan maar met de gedachte dat het overgrote deel van de kijkers naar Buitenhof blijkbaar wel genieten van al die economische items omdat zij geld, macht, aanzien etc kennelijk wel heel erg belangrijk vinden in hun leven.

 

Maar ja, tijden veranderen. Ik vind dat wij er op intellectueel gebied de laatste dertig jaar erg op achteruit zijn gegaan. Maar dat is geen wonder wanneer een schrijver als Kluun een groot literair talent wordt genoemd en wanneer een minister-president er trots op is dat hij geen visie heeft.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Sven Kokkelman, onze eigen zelfingenomen, opgewonden en humorloze Kuifje.

narcissus-caravaggio-265

Dit schreef ik in mei 2010:

s ‘Morgens de radio aan. Sven Kokkelman. Een enge opdringerige betweter. Ontbijten is niet meer nodig, want je hebt al gegeten en gedronken als je die onbescheiden razende reporter hoort schetteren en afbekken.

Nu heb ik de laatste tijd de moeite genomen om eens wat beter te luisteren naar Sven en wat me daarbij opvalt is dat hij zichzelf en zijn journalistieke taak overdreven serieus neemt. Hij is een niet aflatende onsympathieke waarheidsvinder. Met korte onvriendelijke vragen bestookt hij zijn slachtoffer. Tussen de antwoorden door hoor je hem ongedurig en afkeurend brommen en wee het slachtoffer dat hem niet serieus neemt of per ongeluk de verkeerde dingen zegt. Die is de klos. Met nu openlijk agressieve en uiterst onaangename vragen probeert Sven de ongelukkige in de hoek te drukken. Sven balanceert op het randje van onbeschoftheid. Wat denkt zo’n minkukel wel, hoor je hem bijna denken, om mij een beetje te schofferen en voor de gek te houden. Sven is nooit te betrappen op milde en relativerende beschouwingen. Sven is van de aanval. Van de directe aanval. Sven is een man zonder gebleken humor. Een zichzelf uiterst serieus nemende persoon die in de golven van zijn onversneden megalomanie de knoeiers, sufferds en bedriegers van deze wereld kopje onder duwt totdat zij proestend en bijkans stikkend hun onwetendheid en hun pretenties toegeven. Weer een scalp aan de brede glimmende kampioensgordel van onze ijdele Sven.

Sven vindt ook dat hij een mooie stem heeft. En ik moet toegeven, die stem mag er best zijn. Hij galmt in de hoge registers en resoneert prachtig bij de lagere tonen. Maar het blijft de stem van die humorloze en bijterige Sven. De man die geen tegenspraak of flauwekul duldt. En dat is heel jammer van die stem. Die stem verdiend een beter baasje.

In mijn beleving is er slechts één mediapersoonlijkheid die blijkt geeft van nog minder humor en zelfinzicht en dat is Mart Smeets. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen want we leven in een vrij land.

 

Nb. Bovenstaand stukje schreef ik in mei 2010 toen Sven radio 1 nog onveilig maakte. Per 1 januari 2014 is hij kennelijk, en voor mij gelukkig, uit het radiogebeuren verdwenen, waarschijnlijk met het doel om het Nederlandse volk met zijn interview-truucjes op de verrekijk te gaan verwennen. Hij doet dat in co-schap met een zekere Eva Jinek, de blonde ex-vriendin van de juridisch schuinsmarcherende meester Bram. Ik vind Sven en Bram trouwens wel iets van elkaar weg hebben.

 

Naschrift: ik moest weer aan mijn stukje uit 2010 denken toen ik een artikel over Sven in de Volkskrant van vandaag las. En in dit artikel word ik op overtuigende wijze bevestigd in het beeld dat ik al min of meer op subjectieve gronden van dit alfamannetje had.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

HET GAAT HELEMAAL DE VERKEERDE KANT OP.

moskee-hassan-2-casablanca

 

 

 

Het gaat helemaal de verkeerde kant op. De “gewone” Nederlander heeft geen goed woord meer over voor de jongere medemens van Marokkaanse afkomst en de jongere medemens van Marokkaanse afkomst doet niet echt moeite om van zijn/haar slechte imago af te raken. Als ingezetene van Nederland met een Brits paspoort valt mij op dat het botte en onverbloemde racisme binnen de Nederlandse samenleving een vrij normale zaak is geworden. De een is er natuurlijk meer uitgesproken in dan de ander, maar door de bank genomen is Nederland langzaam aan het veranderen in een akelige racistische samenleving. De oorzaken daarvoor laat ik even in het midden. Mijn opvoeding was dusdanig dat mij geleerd werd goed na te denken voordat ik iets zeg of schrijf. Bovendien werd mij, gedurende mijn jeugd, door de vele gesprekken met mijn ouders en met goede vrienden, duidelijk dat beschaving heel veel te maken heeft met zelfbeheersing en doorzettingsvermogen. Dat houdt in dat ik, ook in de intimiteit van mijn blogspot, het niet beschaafd vind om scheldend, insinuerend en veroordelend tekeer te gaan.
Mij is duidelijk geworden dat de migranten- en allochtonenproblematiek binnen de Nederlandse samenleving inmiddels dermate groot is geworden dat het vinden van humane en fatsoenlijke oplossingen steeds moeilijker wordt. Een tijdje geleden las ik het boek van meneer Robert O. Putnam over dit fenomeen en ik ben ervan overtuigd dat hij gelijk heeft. Het zal nog vele generaties duren voordat de tijd dit probleem min of meer vanzelf oplost. Tot die tijd is het te hopen dat het niet radikaal fout gaat. Hieronder plaats ik voor uw gemak even een samenvatting van de resultaten van het onderzoek van meneer Putnam. Zie Wikipedia! Het is in het Engels, maar ik ga ervan uit dat tegenwoordig iedereen de Engelse taal vodoende beheerst om dit te kunnen lezen:

In recent years, Putnam has been engaged in a comprehensive study of the relationship between trust within communities and their ethnic diversity. His conclusion based on over 40 cases and 30 000 people within the United States is that, other things being equal, more diversity in a community is associated with less trust both between and within ethnic groups. Although limited to American data, it puts into question both the contact hypothesis and conflict theory in inter-ethnic relations. According to conflict theory, distrust between the ethnic groups will rise with diversity, but not within a group. In contrast, contact theory proposes that distrust will decline as members of different ethnic groups get to know and interact with each other. Putnam describes people of all races, sex, socioeconomic statuses, and ages as “hunkering down,” avoiding engagement with their local community—both among different ethnic groups and within their own ethnic group. Even when controlling for income inequality and crime rates, two factors which conflict theory states should be the prime causal factors in declining inter-ethnic group trust, more diversity is still associated with less communal trust.

Lowered trust in areas with high diversity is also associated with:

Lower confidence in local government, local leaders and the local news media.
Lower political efficacy – that is, confidence in one’s own influence.
Lower frequency of registering to vote, but more interest and knowledge about politics and more participation in protest marches and social reform groups.
Higher political advocacy, but lower expectations that it will bring about a desirable result.
Less expectation that others will cooperate to solve dilemmas of collective action (e.g., voluntary conservation to ease a water or energy shortage).
Less likelihood of working on a community project.
Less likelihood of giving to charity or volunteering.
Fewer close friends and confidants.
Less happiness and lower perceived quality of life.
More time spent watching television and more agreement that “television is my most important form of entertainment”.

Putnam published his data set from this study in 2001[4][5] and subsequently published the full paper in 2007″

Gezien de conclusies van meneer Putnam heb ik, wat dit probleem betreft, totaal geen vertrouwen in de toekomst. Het zal alleen maar erger worden, ondanks goede bedoelingen van goedwillende mensen.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De waarschijnlijke, perfide en ethisch eroderende invloed van managementscursussen op het denken en handelen van een groot deel van de Nederlandse bevolking.

Managementboek

In 2008 plaatste ik onderstaand verhaal op mijn oude volkskrantblog. Het heeft , mijns inziens, nog niets aan actualiteit ingeboet.

De manieren om het werkvolk te disciplineren zijn in de loop der jaren steeds geraffineerder geworden. Anno 2008 (en nu t.w. 2014) denk ik dat ongeveer de helft van de werkende bevolking wel een of andere managementcursus heeft gevolgd en dus kennis heeft kunnen nemen van alle trucjes, handelingen en gedragingen die er voor moeten zorgen dat je ondergeschikten, zonder al te veel morren, gewoon doen wat jij ze opdraagt te doen. De ondergeschikte is het middel, het voorwerp dat er voor moet zorgen dat jouw project slaagt. Dat project moet slagen omdat jij anders weer op je donder krijgt van je baas. Waarom moeten de meeste projecten per se slagen? Omdat ze bijna altijd geld moeten opleveren voor de eigenaars van het bedrijf. Die eigenaars willen winst zien. Ze willen hun sterk materieel gerichte levensstijl minimaal op dezelfde voet kunnen voortzetten. Daarom wordt de loonslaaf als middel gebruikt om dat zeer banale doel te bereiken. De loonslaaf wordt in slaap gesust door hem projectleider te maken en hem een managementcursus te laten volgen die hem leert hoe hij, net als zijn bazen, zijn ondergeschikten om de tuin kan leiden teneinde te bewerkstelligen dat zij hun hele leven hun beste krachten inzetten om hun baas in staat te stellen een tweede huis te kopen, een zeewaardig jacht te bezitten etc.

  • Les een van de managementcursus: personeel is niet te vertrouwen. Bijvoorbeeld: als ze zich ziek melden zijn ze niet ziek en stellen ze zich aan, of ze hebben de arbeidsongeschiktheid aan zichzelf te danken door onvoorzichtig handelen.
  • Les twee van de managementcursus: ga niet op vertrouwelijk basis om met je personeel. Maak ze tot voorwerpen, dan kun je ze beter disciplineren.
  • Les drie van de managementcursus: zeg steeds dat je het zonder je personeel niet redt, al meen je er geen donder van. Het personeel gaat zich onmisbaar voelen en zal nog harder werken.
  • Les vier van de managementcursus: Ontsla onmiddellijk iedereen die je strevingen doorziet. Aan dwarsliggers heb je niks.
  • Les vijf van de managementcursus: voeg de grootste slijmballen onder je personeel toe aan je eigen gelederen, door ze adjunct directeur te noemen, door ze hogere managementcursussen te laten volgen en door ze uit dezelfde bron te laten graaien, als waaruit jij al jaren pleegt te graaien. Die bron wordt gevormd door het geld dat de onnozele loonslaaf voor jou verdient en door het geld dat de hebzuchtige conformistische consument wil betalen voor jouw, meestentijds volledig overbodige en waardeloze, producten.
  • Les zes van de managementcursus: probeer zoveel mogelijk je maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen als deze verantwoordelijkheid dreigt je werkelijk geld te gaan kosten. Dus: betaal geen of zo min mogelijk belasting. Al die belastingcenten worden toch merendeels uitgegeven aan nutteloze overheidsprojecten, dat wil zeggen, projecten waar jijzelf geen cent beter van wordt.

En zo kan ik natuurlijk nog wel een tijdje doorgaan. Zoals u gemerkt zult hebben chargeer ik de zaak een beetje en ben ik gematigd cynisch. Daar ben ik me heel wel van bewust. Desalniettemin denk ik dat er beslist een kern van waarheid zit in bovenstaande. Als je het gedrag en de denkbeelden van sommige “werkgevers” langs de meetlat van de persoonlijkheidsstoornissen zou leggen, vermoed ik dat er een niet onaanzienlijk aantal gekwalificeerd zou kunnen worden als min of meer gewetenloos en anti-sociaal. Dit houdt per definitie in dat een bepaald deel van de werkelijke macht, dat wil zeggen de rauwe economische macht, in handen is van dergelijke sociopaten. Ik vind dat beangstigend. De rotte appels bevinden zich, volgens mij, niet alleen in de politieke fruitmand, maar vooral ook in de fruitmand van het vrije bedrijfsleven, waar sommige CEO’s van multinationals dermate ethisch zijn geërodeerd dat de daaruit voortvloeiende werkwijze in feite niet meer wezenlijk verschilt van het denken en handelen van gewetenloze, criminele mensen met een fors gestoorde persoonlijkheid. En dan is het verontrustend te bedenken dat sommige deelgebieden binnen het politieke krachtenveld min of meer rechtsstreeks worden aangestuurd door deze duistere en gewetenloze mensen.

Gaarne zou ik willen weten welk effect die vermaledijde managementcursussen nu eigenlijk hebben op het ethisch gehalte van de Nederlandse bevolking. Waarschijnlijk hebben deze cursussen niet zo’n positieve invloed op het gevoel van solidariteit, op het empathisch vermogen of op de barmhartigheid. Wellicht is er zelfs sprake van een milde vorm van hersenspoeling, in stand gehouden door een complex van factoren, zoals hebzucht, machtswellust, statusjagerij. Dit alles hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op een substraat van existentiële angst. Zonder dramatisch te willen doen, denk ik dat deze gegeneraliseerde decadente ontwikkeling in de westerse wereld wel eens sneller tot de ondergang van onze westerse “beschaving” kan leiden, dan wij voor wenselijk en mogelijk houden. Het recht van de sterkste is aan de winnende hand en deze ontwikkeling zal ons linea recta leiden naar een Hobbesiaanse samenleving, waarmee vergeleken, uw ergste nachtmerries nog lieflijke dromen zullen blijken te zijn. U bent gewaarschuwd!

Het is dus zaak om deze ontwikkeling te bestrijden. Er bestaat een enorme urgentie voor het ontwikkelen van een nieuwe, meer liefdevolle en meer duurzame samenleving. De tijd dringt. Er moet NU wat gebeuren. Later kan niet meer. Luister naar de toespraak van meneer Jeremy Rifkin op joetjoep. Hij verwoordt de gevaren die ons op korte termijn bedreigen. Aan de slag!”

Naar mijn mening is de situatie sedert 2008 alleen maar verslechterd! Ik zie in ieder geval nog niet echt een begin van een meer duurzame en vreedzame wereld.

NB. Ik probeer al jaren weg te breken van dat verdomde sleurdenken. Probeer een werkplaats der creativiteit in mijn hersenpan op gang te houden. Maar de resultaten vallen steeds weer tegen. Het is om de donder niet makkelijk om niet na te papegaaien en om niet veilig en comfortabel achterover te leunen in de gemakkelijke fauteuil van het laffe en egalitaire groepsdenken. “Willen” gaat nog wel, maar “kunnen” is heel wat anders.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

HET KAN NOG VEEL TRIESTER. DE KLEINE APOCALYPS.

Atoombom en zo. 2014

 

 

Vanmiddag luidt de klok zijn dodenzang. Hij roept over velden en beemden de rouwenden ter kerke.

Voor in de kerk ligt de gestorvene opgebaard te midden van uitbundige bossen Aronskelken. Het licht van buiten is verpieterd tot loden glans en orgeltonen kruipen vermoeid tegen kerkmuren op.

Er is enig gehoest en geritsel van heen en weer schuivende mensen. Buiten houdt God de wacht met in beide handen een dwingend vlammend zwaard. Want de dode is niet zo maar een dode. De dode is de dode aller doden. De moeder van alle doden. De dode is namelijk de waarnemer van God op aarde. Hij werd door de mensheid geslagen met de stomheid des doods vanwege willekeur en afgunst. Eerst opgenomen in een bouwvallig krankzinnigengesticht en toen losgelaten na het bewijzen van zijn onschuld. Door een ziedende mensenmassa is Hij toen aan stukken gescheurd. De mensen hadden immers al een God. Een God die ze zelf hadden gemaakt. Een veel betere God dan de prutser die zich “de waarnemer” noemde. De brutaliteit alleen al!!

God heeft na de teraardebestelling het recht in eigen Hand genomen en de aarde geteisterd met nucleair vuur. Niemand werd gespaard. De aarde bleef achter als een verkoolde sintel, op een heel klein groen plekje na. Ergens in Nederland. Want daar was de waarnemer gestorven. En de mensen die na het armageddon nog restten werden door God op straffe van totale vernietiging gedwongen ter kerke te gaan ten einde hetgeen dat nog was overgebleven van de waarnemer op passende wijze aan een vers gedolven graf toe te vertrouwen.

Weinig konden zij bevroeden dat het hun laatste daad zou zijn. God houdt niet van moordenaars en godslasteraars en heeft na de begrafenis ook hen op passende wijze van het leven beroofd.

Na zijn daad is God weer verder getrokken en vertoeft nu ergens in de buurt van Rigel. Hij is net bezig een leuke en gezellige planeet de kolonialiseren. Hij zal dezelfde fout niet nog eens maken.

En op de oude aarde woedt voor eeuwig het nucleaire vuur van de hel en hoor je soms, als de wind goed staat, de gestorvenen, in diepe ellende en gegeseld door de satanische tortuur, klagen en kermen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Mark Rutte, Willie en Maxi van Oranje, en Edith Schippers gaan naar zootsie om voor het bedrijfsleven nog te redden wat er te redden valt en de schade beperkt te houden.

the Olympic Plaza at Sochi

Meneer Rutte, Willie en Maxi, en de minister van sport reizen af naar zootsjie om onze oranje sporters aan te moedigen in een extreem homofoob land met een navenante wetgeving. Om over persvrijheid aldaar nog maar te zwijgen. Ik vind dat niet juist. En ook niet echt beschaafd. Volgens mij is het vrijwel zeker dat deze verkapte VVD-delegatie aan de Russen wil laten zien dat er met ons best valt te handelen. Geld, macht en imago vormen immers de opperste zin van het leven! Het slechte imago van de moerasdelta dient te worden opgepoetst en dus doet deze verkapte VVD-delegatie net of hun neus bloedt en gaan ze lekker in dat homofobe Rusland van de sport genieten. Meneer Rutte heeft geen visie, dat wil hij ook niet hebben. Een visie betekent o.m. een brede blik, veel omvattend of bijzonder inzicht. Het hebben van een visie spreekt meneer Rutte kennelijk niet aan. Ik denk dat hij visie verwart met een – isme en wel, meer specifiek, met het socialisme of, nog smeriger, met het communisme. Misschien is het gewoon een misverstand, een gebrek aan kennis bij meneer Rutte. Stel je toch eens voor dat je als neoliberaal in de buurt van dat vieze socialisme komt! Afschuwelijk! Je hele imago meteen naar de gallemiezen! Nee, meneer Rutte c.s. gaan lekker gezellig met zijn allen naar zootsie om onze jongens en meiden aan te moedigen. Hup Holland, hup! En de mensenrechten moeten dan maar even wijken.

Wanneer krijgen we nu eens eindelijk wijze, rationele en empathische bestuurders in plaats van het zootje egoistische winstjagers en cynische politici waar we het nu mee moeten doen?

 

Nagekomen overwegingen:

Als Rutte en het koningspaar zo graag naar onze sporters willen kijken laten ze dan privé gaan en op eigen kosten!

Sport en economie zijn al sedert dertig jaar niet van elkaar te scheiden omdat in veel gevallen sport gewoon economie is.

Als de russische homobeweging vriendelijk vraagt om alsjeblieft niet al te zware politieke delegaties te sturen, waarom stelt Nederland er dan genoegen in om met de zwaarste politieke sportdelegatie aller tijden te komen. Dat is op zijn minst een vervelende provocatie.

En als je echt zelf wat wilt doen moet je niet naar al die ijspret op de verrekijk gaan kijken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Hemelvaartsdag. Hoe het noodlot mij bij de kloten kreeg!!

Softly, softly

Softly, softly

 

 

Er ligt altijd wel ergens gevaar op de loer. Het leven gaat desondanks zijn gang en voert mij op vreemde paden naar onbekende doelen. Ik kan wel plannen maken, maar ingrepen van buitenaf verstoren telkens weer de geplande duurzaamheid van mijn goede voornemens. Houdt u mij ten goede, mijn ruggengraat is weliswaar sterk en mijn kin oogt behoorlijk weerbarstig en ik ben zeker niet voor een kleintje vervaard, maar desondanks boezemt het noodlot mij wel degelijk vrees in en is het een van de meest angstaanjagende metgezellen op mijn levensweg.

En zo strompel ik voort. Ik kijk links. Ik kijk rechts. Voor me. Achter me. Maar wat er onder en boven mij gebeurt weet ik niet. Dat gaat mij te ver boven mijn pet. Ik beweeg mijzelf dus bij wijze van spreken in een twee-dimensionale ruimte. De andere dimensies zijn er wel, maar ik percipieer ze niet. Ze behoren niet tot mijn werkelijkheid. En daarom gaat het dan ook geregeld mis. Vaak totaal onverwacht slaat het noodlot toe. Zo ook deze morgen.

Ik ben bezig met mijn dagelijkse beslommeringen als de sirene van het luchtalarm gaat. Geen oefening. Het is Hemelvaartsdag. Donderdag dus. Zestien uur drieënveertig. Ik snel naar buiten om te zien wat er aan de hand is. De kleur van het zwerk is diep rood geworden. Alle wolken zijn verdwenen. Uit de lucht komen vreemde gekleurde ballen vallen die geluidloos openspringen als zij de grond raken. De ballen hebben alle kleuren van de regenboog. In elke bal zit een engel. Groter dan een mens. Zij zijn stralend wit. Ook hun gezichten. Alleen hun ogen schijnen met een gouden gloed en verspreiden overal waar zij kijken een zweem van gele mist. De engelen zijn meer dan drie meter groot. Met machtige ruisende vleugels. Zij gaan de huizen langs en nemen mensen mee. Sommige mensen mogen blijven. Anderen moeten dus meekomen. Samen met de engelen varen de mensen ten hemel. Zij verdwijnen langzaam in de rode gloed die nu boven de aarde hangt.

Ik ga mijn huis weer binnen. Ik wil thuis zijn als er een engel aanbelt.

Om de tijd te doden zet ik de radio aan en hoor vrijwel meteen de stem van God. Een lieve, zachtaardige stem. Hij zegt steeds hetzelfde. Goede mensen moeten mee komen. Slechte mensen blijven achter en zullen het moeilijk gaan krijgen. Echter, voor hen is nog niet alles verloren. Als zij in staat mogen blijken de aarde weer in een paradijs te veranderen zal hij ook hen komen halen. Over een paar miljoen jaar.

God zegt niet wat goed is en wat slecht is. Maar een goed verstaander heeft genoeg aan een half woord. Het woord paradijs zegt mij genoeg.

 

Er belt geen engel aan mijn voordeur. Zij gaan mijn huis voorbij. Ik word niet meegevoerd. Ik ben dus slecht en moet afwachten wat de toekomst mij gaat brengen. Ik hoef niet lang te wachten. De aarde onder mijn voeten begint te trillen en te golven. Ik snel het huis uit. Met donderend geraas storten alle huizen in elkaar. Ik word op de schokkende grond gesmeten. De wolken zijn weer terug. Het is aardedonker geworden. Bliksem doorklieft het zwerk. Regen geselt de puinhopen. Kermend ga ik in knielende houding zitten, gooi mijn hoofd achterover en brul met getormenteerde stem mijn angst en schaamte de lucht in. Het is voorbij!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized