Maandelijks archief: december 2012

De Antichrist.

DSC_0260

Zijn besluit staat vast. Hij vertrekt. Nog nooit heeft hij het zo zeker geweten. Hij gaat weg. Na de zoveelste knallende ruzie met zijn partner is het welletjes geweest. Hij voelt zich al jaren geketend en niet vrij. De kinderen op school kunnen hem ook niet meer boeien. Zij worden steeds dommer en oppervlakkiger, zo lijkt het wel. De wis- en natuurkunde die hij onderwijst ontkiemt niet langer in vruchtbare aarde, maar verdroogt in de dorre bodem van de anti-intellectuele puberale oppervlakkigheid alwaar het tot stof vergaat en wordt meegevoerd op de schrale wind van de volledige desinteresse. De sociale media veranderen de leerlingen in agressieve, banale, conformistische zombies. Nee, het plezier is eraf. Hij gaat. Dat staat vast.
Vannacht heeft hij zijn rugzak al gepakt. De spullen die hij nodig heeft tijdens zijn voorgenomen tocht had hij reeds in huis vanwege de ontelbare survivaltochten die hij in zijn leven al maakte. Hij zal naar de bergen lopen. Naar de plek waar hij een tijd terug getuige was van een wonderbaarlijk verschijnsel. Aan hem verscheen toen een in lompen gehulde zwerver die een knoestige herdersstaf in zijn hand hield. De grond trilde en het licht vervormde tot een draaikolk van schittering en veelkleurig geflonker. De zwerver sprak maar er was geen geluid geweest. Toch wist hij wat die zwerver had bedoeld. Hij zou hier eens terugkomen om een belangrijke boodschap in ontvangst te nemen. Over dertig jaar. En die tijd is nu om. Hij gaat op weg. Naar de bergen.
Om half vijf s’morgens trekt hij de deur achter zich dicht. Zijn partner slaapt nog. In een brief op de keukentafel staat de reden van zijn vertrek. Zij mag hem niet achterna komen. Zij mag hem ook niet gaan zoeken. Dit is zijn missie. Hij moet dit helemaal alleen doen.
Door oneindig rivierenlaagland trekt hij te voet naar het zuiden. Nu en dan moet hij met behulp van een brug of een oude scheef hangende veerpont de brede rivier oversteken. Na twee weken lopen worden in de verte de donkere contouren zichtbaar van het immense gebergte waarvan sommige grillige kartelpieken bijna ongemerkt oplossen in laaghangende grijsblauwe wolkenflarden. Het landschap begint langzaam te hellen en hij merkt dat het hem meer moeite kost om vooruit te komen. Vals plat. De stadjes zijn ouder. De mensen norser. Het begint te regenen. De omgeving wordt groener. Grauwbruine koeien, waarvan sommigen potsierlijk grote bellen om hun nek dragen, laten hun sonore, melancholieke, en verontrustende geloei horen. Het geluid lijkt van alle kanten komen. Hij wordt bevangen door een onbestemd angstig gevoel. Zijn wereld begint te kantelen. Alles begint te veranderen.
Hij loopt nu over de alpenweide waar hij de zwerver ooit ontmoette en onder een bouwvallig ruwhouten afdak voor koeien ziet hij hem daar nu weer zitten. De wolkenflarden boven de alpenweide beginnen te draaien en te kolken. De onooglijk en nietig uitziende vagebond wordt weer, net als toen, door het sissende, flonkerende, en glinsterende licht omgeven. Zijn uiterlijk verandert. Zijn gezicht krijgt in een langzaam vloeiende metamorfose de esoterische en nobele trekken van een engel die wel de afgezant moet zijn van het verheven panopticum der onaardse hemelwezens. De engel draagt nu een wit gewaad afgezet met biezen van puur goud en op zijn hoofd verschijnt een tiara van platina afgezet met robijnen en diamanten. In zijn rechterhand houdt hij het tweesnijdend zwaard der hemelse gerechtigheid en zijn ogen gloeien met de kracht van het louterende en sacrale vuur van de usgeisnan.
In het hoofd van de man dondert een stem. Hij gooit zich ter aarde en bedekt zijn gezicht met zijn handen.

“Voorwaar, hoor mij aan, gij nietswaardige, onbeduidende en bevlekte sterveling, ik ben de god van het begin en het einde, ik ben de boodschapper van uw schepper, ik breng u berichten over glorie en vervloeking. Aan u is de taak toegevallen om dit universum naar zijn einde te leiden. U zal immense krachten ontvangen. U zult de wereldkoning zijn. Uw einde zal zich voltrekken in gruwel en in onheil. Hoor mij aan, u zult zich naar het middelpunt van deze wereld begeven en van daaruit de mensheid betoveren met uw legenden en sagen over geld, macht en respect. Uw wil zal geschieden en u zal, gelijk het perverse gouden kalf, aanbeden worden door de heffe des volks. U zult ieder het zijne geven en u zult ieder ter verantwoording roepen. Ga heen en verricht de daden die nodig zijn om dit universum te doen oplossen in de heerlijkheid van hem wiens naam niet gezegd mag worden!!”

Na de laatste woorden van de aartsengel klinkt luid en aanhoudend hoorngeschal. De man wordt een vervreemdende gemoedstoestand gewaar. Iets in zijn binnenste lijkt zich te herschikken en de werkelijkheid treedt even terug om plaats te maken voor een visioen van ongekende pracht, gepaard aan een vervreemdend gevoel van eenwording met alles dat was, dat is en dat nog zal zijn.
Hij treedt op zijn schreden terug en gaat in het eerstvolgende slaperige stadje naar het stille marktplein alwaar hij een albasten hoorn steekt en het oeroude signaal van weemoed en doem afgeeft waar de stedelingen wel op af moeten komen. Hij staat in een oude, scheef gezakte, muziektent en voor hem wachten de samengedromde mensen op wat komen gaat. Hij laat vuur op zijn handen dansen en vlinders vliegen uit zijn mond. Dan heft hij zijn handen en ziet, alle huizen van het stadje veranderen in paleizen. De mensen zingen zijn lof en keren terug naar hun paleizen waarin onvoorstelbare schatten liggen opgestapeld. En de man weet dat het goed is. De man weet dat zijn zegeningen 1000 jaar gaan duren. Hij heft zijn ogen ten hemel en uit zijn mond klinkt het droefste gehuil dat ooit op aarde werd gehoord.

Na negen jaar buigen alle groten der aarde voor zijn gezag en verzamelen de grootste geesten zich voor zijn aardse troon. Hij belooft hen onsterfelijkheid en almacht. Hij verklaart de oorlog aan zijn vijanden en hij begint een kruistocht tegen het verborgene. De Liefde zaagt aan de poten van zijn massief gouden zetel en zijn vier ruiters der duisternis rijden over de aarde en brengen rampspoed al waar zij gaan. Precies tien jaar na de verschijning op de berg daalt de herboren Messias af naar de aarde. Naast zich de aartsengel, die met een slag van zijn machtige vleugels de aarde van al zijn zwarte ongerechtigheden ontdoet. De eens uitverkoren man wordt met zweren geslagen; zijn ledematen verlammen en zijn aardse rijk verkruimelt in het aangezicht van de Messias die was, is en zal zijn. De met zonden overladen volgers van de man worden in het kolkende en ziedende hellevuur geworpen alwaar zij voor eeuwig de helse pijnen der duivelse verbranding moeten ondergaan.

Dit leerzame verhaal werd gemaakt naar aanleiding van het gezegde: “Boontje komt om zijn loontje”.
Maar wanhoopt niet, want u zal immens geluk en grote rijkdom ten deel vallen en uw vijanden zullen sidderen in de aanschijn van uw liefdevolle meedogenloosheid. Als je iets echt wilt, kun je het ook bereiken.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

“A Fish called Cliff”.

caribische-rifhaai-1

De Amerikaanse samenleving wordt bedreigd door een enorme “Fish called Cliff”. Hij zwemt op en neer voor de oostkust ter hoogte van New York en hij kan elk moment aan land gaan om zijn gulzige tanden in Wall Street te zetten. De Amerikanen zijn ten einde raad. Boze tongen beweren dat Cliff door de Republikeinen is los gelaten om de Democraten van Obama een lesje te leren. Weinig konden zij bevroeden dat het gigantische monster zich ook tegen henzelf zou keren. De “National Guard” heeft strategische posities ingenomen en zal proberen het beest onschadelijk te maken zodra hij aan wal wil komen. Uit betrouwbare bronnen wordt vernomen dat het op 1 januari 2013 zover zal zijn.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kerstgroet voor alles en iedereen!!!

Staat u mij toe om u vanaf deze gezellige plek een kerstgroet toe te werpen. Buiten heerst een natte dweilen temperatuur en valt de regen met bakken uit de hemel!! Zandzakken voor de deur en evacuatieplannen uit de kast a.u.b.!

En nog steeds verwonder ik mij bovenmate over het feit dat er nog steeds mensen zijn die mijn blog bezoeken, alwaar de hele droeve stoet van mijn melancholieke wangedrochtelijke hersenspinsels ongecoördineerd naar het beeldscherm vluchten om daar de klaagzang van het eeuwige menselijke tekort voor u ten gehore te brengen!
Onbegrijpelijk, maar desalniettemin nogmaals een prettige kerst toegewenst.

NB. Over Oud en Nieuw kom ik nog te spreken!DSC_0207

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Waartoe is de mens op aarde?

DSC_0150

DSC_0119

DSC_0136

De menselijke relaties worden voor een groot deel bepaald door de seksuele/voortplantingscomponent, ook daar waar je dat helemaal niet vermoedt. De diepste en krachtigste drijfveer van de mens, de belangrijkste factor in zijn leven, is uiteindelijk de tomeloze drang om zich te willen voortplanten, de onontkoombare biologische drijfveer om de soort te continueren. Het evolutionair gegroeide dwangmatige plezier in seks is het ijzersterke instrument van deze voortplantingsreflex. En geslachtelijke verkeer tussen man en vrouw (inclusief alle bizarre kunstmatige varianten) is nog steeds noodzakelijk om de mens als soort te laten voortbestaan. Alles wat de mens doet is gericht op voortplanting. Mensen die geen seks (meer) kunnen hebben noemen wij oud of gehandicapt. De dood is afschrikwekkend omdat de dood de weg naar voortplanting definitief onmogelijk maakt. Oude mensen die voor voortplanting niet langer geschikt zijn en mensen die door pathologisch lichamelijke en of psychische omstandigheden niet in staat zijn zich voort te planten worden door een beschaafde samenleving gedoogd en mogen in de periferie van de maatschappij nog wat aanmodderen. Zij worden wel in leven gelaten. Maar hen wordt wel op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat zij niet langer nodig zijn. Men spreekt dan over gehandicapten en over het grote grijze probleem. Kortom, hier wordt gesproken over de afgeschreven beklagenswaardige onrendabelen der maatschappij.
Het vitale middelpunt van een samenleving bestaat uit een grote groep gezonde, relatief jonge, vrije vrouwen en mannen in de kracht van hun leven die meestal extreem actief zijn als het gaat om gedrag dat rechtstreeks voortvloeit uit de evolutionair ontwikkelde en in het oeroude reptielenbrein zijn oorsprong vindende voortplantingsreflex. Zonder dat we het eigenlijk goed beseffen wordt de aard en het wezen van de gehele samenleving volledig beheerst door de reflex die onophoudelijk aanzet tot gedrag dat uiteindelijk moet leiden tot voortplanting. Zonder die reflex zouden we binnen een paar generaties zijn uitgestorven. De sterkste genen overleven uiteindelijk

Dus in het kort: jonge man vindt seks fijn en zoekt in heftige concurrentie met andere jonge mannen, die seks uiteraard ook fijn vinden, het in zijn ogen voor voortplanting geschikte jonge vrouwtje die op haar beurt seks natuurlijk ook fijn vindt en alleen dat mannetje toelaat waarvan zij denkt dat hij de sterkste genen heeft. Zij krijgen daardoor een kind als evolutionair beoogd resultaat. Tot zover de primitieve ongebreidelde lusten.

Er is echter ook nog het verstand, die goeie ouwe ratio, die ons in staat stelt om de “verborgen” lusten, die direct of indirect samenhangen met de alles overheersende drang tot voortplanting, te breidelen. De ratio gaat op geraffineerde wijze te werk. Het verstand is in staat om de oerdrang van onze lusten te verpakken in schijnbaar wijze besluiten en een rookgordijn te leggen over onze snode seksuele bedoelingen. Ratio verpakt de voortplantingsdrang in verstandig lijkende en cultureel volstrekt acceptabele pogingen om geld, bezit en macht te verzamelen, om daarmede vervolgens een hoge (seksueel aantrekkelijke) sociale status te bemachtigen met behulp waarvan de individuele postitie op het slagveld van de voortplanting kan worden verbeterd. Meneer Freud voelde dit alles al heel goed aan en heeft er bijzonder boeiend over geschreven. Helaas kon hij het allemaal niet wetenschappelijk bewijzen en dat is dan weer reuze jammer. Trouwens, het valt, denk ik, ook niet wetenschappelijk te bewijzen. Ik vrees dat het altijd wel èèn van de vele meningen inzake de condition humaine zal blijven. Maar daarom natuurlijk niet minder grappig.

Desalniettemin: “Leve de evolutionair biologen!!!”

Nee, dan hebben die vrome gelovigen het veel makkelijker. Die hoeven niets te bewijzen. Die weten zeker dat wat zij zeggen de Waarheid is.
Alvast een prettige kerst toegewenst!

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kersttoespraak. Thema: Is de “gemiddelde Nederlander” een conformistische laffe meeloper?

DSC_0110

Tijdens mijn middelbare schoolperiode (jaren zestig) en tijdens mijn meer dan veertig jaar durende arbeidsperiode ben ik veel te weten gekomen over de morele hoedanigheid van de “gemiddelde” mens. En nou aub niet modieus gaan zeuren dat de gemiddelde mens niet bestaat, want dat weet ik ook wel. U begrijpt hopelijk best wat ik bedoel! Tijdens mijn middelbare schoolperiode was ik de laatste drie jaar steeds klassenvertegenwoordiger en zat ik in de zgn. schoolraad Tijdens mijn werkzame leven was ik lange tijd voorzitter van de ondernemingsraad. Het waren beide functies waarin ik eigenlijk volstrekt geen macht had, maar wel op geregelde basis intensief contact had met echte machthebbers. Ook was ik tijdens mijn studententijd in Utrecht een tijdje een soort vertrouwensman voor studenten met allerlei problemen.
Door het uitoefenen van deze functies ben ik, naar ik denk, vrij goed in staat geweest om voor mijzelf een globaal beeld te vormen van de algemene morele menselijke hoedanigheid. Ik heb bemiddeld bij vele honderden sociale conflicten, arbeidsconflicten en allerlei meningsverschillen in het algemeen.

Mijn conclusie is dat de mens een moreel zwak wezen is. Hij is sterk vatbaar voor de verlokkingen van geld en macht en is meestal vrij snel bereid om daarvoor zijn, toch al wankele, morele principes op te offeren. Ik ben in al die functies maar heel weinig echt authentieke, en betrokken mensen tegengekomen die stonden voor wat ze zeiden en die niet wensten te buigen voor de intrinsieke onredelijkheid van de macht. De meeste mensen blijken uiteindelijk, als puntje bij paaltje komt, te zwichten voor groepsdwang en machtsontplooiing en ontpoppen zich daarbij dan gewoonlijk als meelopers, meelachers, pluimstrijkers, vleiers en opportunisten. Kortom, mensen waaraan je, als je echt moet doorpakken om iets te bereiken, helemaal niets hebt. De meesten blijken als de dood zo bang te zijn voor hun eigen economische en sociale hachje.

Dit alles laat onverlet dat er goddank ook nog moreel sterke mensen zijn op wie je door dik en dun kunt vertrouwen, die bereid zijn om vanuit hun betrokkenheid persoonlijke offers te brengen voor de “goede” zaak en met wie je samen verder kunt bouwen aan de nodige vernieuwingen en veranderingen.
Ik heb wel moeten constateren dat het er, jammer genoeg, niet zo erg veel zijn, maar dat je ze overal kunt aantreffen, in alle lagen van de bevolking. En aan deze kleine groep mensen ontleen ik toch de hoop dat er, uiteraard bij voldoende inzet, wel degelijk een redelijke toekomst is weggelegd voor onze kinderen en kleinkinderen.

De mens zal zich, hoe moeilijk dit ook moge zijn, moeten ontworstelen aan de vaak verstikkende en destructieve groepsdwang en zal een eigenstandige, sterk verinnerlijkte, individuele moraliteit dienen te ontwikkelen gebaseerd op de liefde voor zijn medemens, met behulp waarvan hij machtsmisbruik, corruptie, angst en hebzucht kan neutraliseren. Mijn belangrijkste levensles is dat het niet zozeer gaat om wat je zegt, maar veel meer om wat je doet.

Kijk, ik kan ook best wel een soort kersttoespraak maken. Al is het dan een beetje een rare en boze kersttoespraak. Als de dominee in mij wakker wordt dan ben ik niet meer te houden. Maar……, de soep wordt nooit zo heet opgediend als hij wordt gegeten en daar troost ik me dan maar mee!

NB. En al die heibel over die aangespoelde walvis is te gek voor woorden. Men maakt elkaar over en weer, geheel toepasselijk, uit voor rotte vis. Het bericht dat een aangespoelde walvis de voorbode is van veel ellende en rampspoed wil ik, met 21-12-2012 in het achterhoofd, maar even niet gelezen hebben.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Het rubberen masker op de bodem van de drenkplaats van de schapen.

Rubberen duivelsmasker 2012

Met een lichte huiver begin ik aan het schrijven van dit verhaal in het besef dat het de lezer op een ongemeen intense wijze zal schokken. Wat ik nu ga vertellen werd nog door geen mensenoog waargenomen. Het is eigenlijk te angstaanjagend om aan het papier toe te vertrouwen. Maar het gaat over een zaak van leven en dood. Dus ik moet wel. Ik kan niet anders.

Het licht heeft te maken met dromerige pasteltinten van de vroege lente en hult de bossen en weiden in een mysterieus schemerig lichtgroen. Een soort groen dat eigenlijk meer naar bruinachtig goudgroen neigt. Ik betwijfel of u begrijpt wat ik bedoel.
Tegen de bosrand, die als een donkere streep als het ware gestapeld ligt op het paarse vlak der heide staan schapen elk individueel scherp wit afgetekend. Het geruis van het rukken aan de heidestruiken door veelvraterige schapenbekken bereikt nauwelijks het oor van de vroege wandelaar.
De vroege wandelaar namelijk die met de hengel over zijn schouder op weg is naar de grote zwartwaterige poel die in de omgeving bekend staat als de drenkplaats der schapen. Hij weet dat er ook menig mals visje te verschalken valt. Inmiddels drijft de dobber op het water en zit de vroege wandelaar op een visstoeltje naar de zich langzaam uitbreidende waterkringen te kijken. De stilte slechts nu en dan verbroken door de stuurse roffel van een opgewonden specht. De atmosfeer is schier paradijselijk en het heil kan niet ver af zijn.
Plots wordt de dobber ruw onder water gerukt. Daar zul je het hebben. De vroege wandelaar hanteert op vaardige wijze de hengel nu het er op aan komt. Laten vieren, weer inhalen, weer laten vieren. Een opwindend spel tussen mens en vis. Dan, plotsklaps, schiet het gewicht van de hengel alsof de vis zich heeft vrijgevochten. De hengel komt omhoog en aan het haakje hangt een onbestemd voorwerp. Druppels als flonkerdiamanten vallen in het water en de vroege wandelaar kijkt met verbazing naar zijn verschalkte prooi. Inhalen en nader bekijken. Het is een masker. Een rubberen masker. Hij kijkt nog eens goed. Alle kleuren zitten er nog op. Het is een masker dat de duivel moet voorstellen. Hij haalt het van de vishaak en legt het in de zon te drogen.
De hoorntjes liggen er wat verfomfaaid bij. Het duivelshoofd is fel rood.
De vroege wandelaar eet zijn brood en drinkt zijn koffie. Hij pakt het masker, dat inmiddels droog is en zet het op zijn hoofd. En dan voltrekt zich het wonder. Het masker smelt samen met het lichaam van de wandelaar. Het vervangt zijn eigen hoofd. De wandelaar is satan geworden. Zijn gebrul dreunt over de heide en door de bossen. De dieren des velds vluchten en beseffen dat er iets helemaal is fout gegaan. Het is niet alleen maar het hoofd van de wandelaar dat wordt vervangen, nee, het gehele lichaam van de wandelaar ondergaat een afschuwelijke metamorfose. De huid kleurt fel rood. De voeten worden stampende hoeven en vanuit zijn bilspleet groeit een keiharde scherpe pijlstaart die wild zwiepend het nabije struikgewas ranselt. De wandelaar zelf bestaat niet meer. Hij is totaal verdrongen door het personage van de satan. En daar blijft het niet bij. De satan begint te groeien. Hij rijst boven de bomen uit. Hij wordt met angstwekkende snelheid steeds groter. Zijn woeste kop reikt inmiddels tot de wolken en het gaat door. Binnen een paar seconden doorklieven zijn horens de stratosfeer en reiken zijn woeste klauwen naar de maan.
Zijn stampende hoeven teisteren de aarde. Zij verwoesten hele wereldsteden. Het supersonische gebrul bereikt een climax. Zijn geklauwde poten omvatten de aarde en proppen deze in zijn gulzige liederlijke muil. Hij vreet in een oogwenk de hele aarde op. Dan is de zon aan de beurt. Ook die moet er aan geloven en verdwijnt in de maag van Mefisto.
Uiteindelijk zuigt de duivel het hele universum naar binnen en is de werkelijkheid weer teruggebracht naar de sfeer van het onbestaanbare.

Nog duizelig van de diepe slaap waaruit ik net ben ontwaakt, wankel ik naar het venster en schuif het zware donkergroene fluwelen gordijn opzij. Ik aanschouw een prachtige zonovergoten lentemorgen en ik mompel in mijzelf dat dit is een uitgelezen dag om een visje te gaan verschalken bij de drenkplaats der schapen.

Dank u voor uw aandacht.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Een gevalletje van pesten op het vroegere Marnix College te Ede.

DSC_0147

DSC_0244

Mijn oudste dochter is in de eerste klas van het gymnasium gepest. Dat is bijna dertig jaar geleden. Het lager onderwijs genoot zij op een kleine gezellige dorpsschool. Zij was, onder aanmoediging van haar ouders, gewend om op te komen voor de zwakkeren van deze wereld. Dat werd haar min of meer, ook op de lagere school, met de paplepel ingegoten. Zij kon, mede in verband met een maximale Citotoetsscore, naar het Gymnasium. Zij kwam terecht op het Marnix College in Ede. De reden dat zij daar gepest werd was gelegen in het feit dat zij het, zoals zij dat in al haar naïviteit steeds gewend was te doen, opnam voor een zwakkere in de vorm van een licht autistisch klasgenootje dat zich als gewillig slachtoffer had aangediend bij haar pesters. Het betreffende meisje werd van school genomen toen het pesten echt bizarre vormen begon aan te nemen en -uiteraard – werd mijn dochter toen het doelwit van de pesters. Toen wij dit als ouders bemerkten, heb ik contact opgenomen met een van de conrectoren van het Marnix College, een zekere meneer Ketman. Deze deelde mij mede dat je een klas kon vergelijken met een roedel wolven d.w.z. een strakke sociale hiërarchie met alfamannetjes en wat niet al. Op mijn mededeling dat wij als mensen, zij het via een evolutionair proces, toch ook onze ratio hebben ontwikkeld en dat we, door deze ratio aan te wenden, misschien wel in staat zouden zijn om het pesten te benoemen en mogelijk met de juiste maatregelen te neutraliseren, volgde een schamper lachje. Hij deelde mede er verder niets aan te willen doen. Het zou vanzelf wel overgaan. Wij hebben toen contact gezocht met de ouders van de pesters. Het bleek dat de ouders van de hoofdpester verwikkeld waren in een uiterst vervelende scheiding, waardoor de vader in kwestie totaal overspannen thuis zat. Voor de hoofdpester was binnen dit tragische gezin daardoor totaal geen aandacht. Echter, de moeder heeft desondanks, na overleg met ons, de nodige actie ondernomen en binnen twee weken was het pestprobleem geheel opgelost.
Wat mij echter tot op de dag van vandaag bezig houdt is de a-sociale houding van meneer Ketman, conrector van het Marnix College te Ede, die later zelfs nog wethouder en raadslid was voor de PvdA in de gemeente Ede.
Nu moet ik er wel aan toevoegen dat het Marnix College in Ede toen, en bij mijn weten, nog steeds, bekend staat als een zgn. liberale “laissez-faire”- school, dat wil zeggen een school voor kinderen van de nouveaux riches afkomstig uit de kringen van de hogere middenklasse. Deze kinderen krijgen les en verder zoeken zij het maar uit. Mijns inziens een achterhaald standpunt.
Met mijn oudste dochter is het goddank goed gekomen. Zij werkt met heel veel oprechte betrokkenheid als, hoe kan het ook anders, maatschappelijk werkster bij J.M.W. in Amsterdam. En toch zegt zij door die pest-periode van nog geen jaar wel een beetje te zijn veranderd. Kunt u zich voorstellen wat het is om je hele leven gepest te worden?

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized