Maandelijks archief: april 2012

Zijn we dan eindelijk verlost van die grote twitteraar? Nationale Feestdag!!!!

Hij vertrekt. De grote twitteraar. De grote gedoger. Halleluja!! Hij vertrekt. Ik kan het ternauwernood geloven. De man die Nederland kapot heeft gemaakt vertrekt. Ik ga er een borreltje op drinken. Mijn dag is helemaal goed. Op naar nieuwe verkiezingen!! Allemaal op Groen Links of op de SP stemmen alstublieft.
Geef het politieke uitschot geen tweede kans. Nederland moet zo snel mogelijk gerepareerd worden. Er is werk aan de winkel!

PVV weg wezen!! En gauw een beetje. Wat een opluchting!

Twee topmensen van de PVV likken hun wonden.

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Een wonder dat niet als zodanig werd herkend.

Mogelijk ergens in de buurt van Oosterbeek of Wolfheze.

De man moet wel opvallen. Hij staat tussen allemaal westerse politieke mensen. Al die politieke mensen luisteren naar een meneer die achter een katheder staat en hoog opgeeft over democratie en het plegen van abortus en euthanasie. Achter de spreker hangt een groen bord met witte tekens. Een letter en twee cijfers. Het derde cijfer ontbreekt. De aanwezige politieke mensen zijn het allemaal met elkaar eens. Zij luisteren naar een door henzelf verzonnen verhaal en zij weten dat het goed is. In ieder geval beter dan de verhalen van andere politieke mensen. Mensen die zij niet zo goed kennen maar over wie ze wel heel veel hebben gehoord op de radio of op de verrekijk of over wie ze wel eens hebben gelezen in dagbladen, weekbladen of hele geleerde boeken. Soms zelfs wel heilige boeken.
De man heeft een lange grijze baard, op zijn hoofd staat een fel rood wollen mutsje en hij is gehuld in een soort fel groene jurk. Op de voorkant van het rode mutsje is in gele hoofdletters het woord “IK” geborduurd. De man kent ze allemaal. Hij kent iedereen. Hij stapt op iemand van de bewaking af en vraagt of hij iets mag laten zien aan de aanwezige mensen. De meneer van de bewaking schrikt. Dit moet een terrorist zijn, denkt hij. Hij slaat alarm. Hoofden worden gewend. Er wordt gefronsd. Er wordt luid van afkeer blijk gegeven. Armen pakken de man beet en voeren hem weg. Hij wordt zolang in een klein kamertje gezet. In afwachting van de echte politie.
Het volgende ogenblik staat de man naast de spreker op het podium. Niemand weet hoe het kan. Naast de man staat een korf met twee stokbroden en een fles met water. Hoe is het mogelijk! Wat hebben de toeschouwers gemist. Eerst was er dus niets en opeens staat daar die man. De spreker kijkt verschrikt opzij. De man glimlacht en zegt: “Vreest niet. Ik ben het maar. Vind u het goed als ik iets laat zien?” De spreker wenkt de bewaking om in te grijpen. Maar de meneer van de bewaking kan zich plots niet meer bewegen. Niet dat hij dood is of zo. Nee, helemaal niet. Maar hij kan zich gewoon niet meer bewegen.
De man wendt zich tot de verzamelde westerse politieke mensen. “U wenst allen een stokbrood?” En ziet, plots heeft elke aanwezige een stokbrood onder zijn arm. Maar dat is nog niet alles. Op elk hoofd staat een alpinopet. En er is nog meer!! Want iedereen heeft plots een glas rode wijn in de hand. En als uit een keel zingen men “Douce France, cher pays de mon enfance”. En niet eens zo slecht. Het is echt wel om aan te horen.
De man met het wollen mutsje naast de spreker glimlacht en zeg: “Zo raar kan het dus lopen. Eerst vertrouw je alleen op je eigen ogen en vervolgens blijk je je eigen ogen niet meer te kunnen vertrouwen. Ik ben de verbuiger van de werkelijkheid. Ik ben de sloper van waarheden. Ik heb u gemaakt. Maar ik ben een zachtmoedige maker. Ik heb erbarmen met al mijn schepsels. Dus vreest niet. Gaat heen in vrede en weest bescheiden, want de bescheidenen zullen eens de aarde beërven”.
En ziet, de werkelijkheid herneemt zijn vertrouwde loop terwijl de laatste tonen van het chanson nog naklinken. De westerse politieke mensen zijn weer gewone westerse politieke mensen. Zij kijken elkaar aan. Is het werkelijk gebeurd. De man is verdwenen. Er staan alleen nog een korf met twee stokbroden en een fles water. De bewaker kan weer bewegen. En de spreker spreekt verder.

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Moordenaar, drugshandelaar en President. Suriname verandert in een autoritair bestuurde bananenrepubliek.

Het orgel van het Begin en het Einde

Ondanks de geluiden van het orgel van God gaat de President ten onder aan de verleiding van het genot.

 

In Suriname, een land hier ver vandaan, hebben ze een president die vijftien moorden op zijn geweten heeft. Suriname was vroeger van Nederland. In de tijd dat wij, Nederlanders, nog volstrekt onethische en arrogante kolonialisten en slavenhandelaren waren. Wij kregen Suriname destijds in bezit in ruil voor voor Nieuw Amsterdam, dat kleine stukje grond met dat grappige eilandje aan de monding van de Hudsonrivier. Waar nu New York ligt, zeg maar. In 1975 werd Suriname zelfstandig en op 8 december 1982 vermoordde Desi Bouterse, de huidige gekozen president van Suriname, 15 vooraanstaande leden van de Surinaamse gemeenschap. Omdat hij bang was dat ze aan zijn macht zouden gaan knabbelen. Desi Bouterse is dus een moordenaar. Maar op basis van de juridische werkelijkheid wordt hij alleen nog maar “verdacht” van die moorden. Dus, zuiver juridisch gezien, is hij (nog) geen moordenaar. Jarenlang slaagde hij erin om door politieke manipulatie en intimidatie aan berechting te ontkomen.
En pas nu is er in Suriname een strafproces gaande om de rol van Desi Bouterse bij die massamoord te onderzoeken. Er zijn getuigen die beweren dat zij Desi Bouterse in eigen persoon hebben zien moorden. Hij zal hoogstwaarschijnlijk wel schuldig worden bevonden. Daarom hebben corrupte aanhangers van die rare Bouterse in het parlement als de wiedeweerga een amnestiewet aangenomen die hem zijn straf, bij schuldig bevinden, kwijt gaat schelden op grond van verjaring of zoiets.

Eigenlijk gaat het in die bizarre bananenrepubliek net zoals het bij ons ging met misdadiger Holleeder. Die maffe topcrimineel, door zijn collega’s ook wel gekscherend “de neus” genoemd, heeft het bloed van vele mensen aan zijn handen kleven, maar op grond van een wankele juridische werkelijkheid wordt hij alleen maar verdacht van die moorden. En, op basis van die zelfde wankele juridische werkelijkheid, dat nog niet eens, geloof ik.
Het feit dat Desi Bouterse in Suriname de gekozen President is, is net zo gek als wanneer wij misdadiger Holleeder in vrije verkiezingen tot minister-president zouden bombarderen. Maar Nederland is goddank (nog) bananenrepubliek(??). Wat wel vast staat is het volgende:

Holleeder en Bouterse zijn beide gewetenloze en uiterst gewelddadige criminelen met hoogstwaarschijnlijk vele moorden op hun geweten. Beiden vormen een niet weg te denken deel van de brute onderwereld in hun eigen land. Van die onbarmhartige, ranzige, keiharde en liefdeloze onderwereld waarin drugs, prostitutie, mensenhandel en het witwassen van geld verkregen uit voornoemde criminaliteit, een hoofdrol spelen. Beide topcriminelen zijn agressief en volstrekt liefdeloos uitschot dat in feite in de gevangenis hoort te zitten.

Maar Bouterse is president van Suriname en Holleeder is een vrij man. Het recht heeft kennelijk zijn loop gehad of gaat zijn loop nog krijgen.

Zo, dat gezegd zijnde, ga ik er even voor zitten om een acceptgiro uit te schrijven om een boete te betalen voor te hard rijden op een verlaten vierbaansweg binnen de bebouwde kom om 02.00 uur ’s nachts. Na correctie 53 kilometer per uur. Ook in dit geval moet het recht zijn loop hebben.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Paardenplaneet. Een tijdpoort opent zich naar 21-12-2012.

Alles lijkt nog rustig.

Nog donkerder dan de inktzwarte hemel staat de omtrek van de oude ijzerboom scherp afgetekend tegen het silhouet van de hoge kale berg. Het is nu even stil, maar zojuist hoorden we nog het gilschrille gezang van de plaatselijke ijsbewoners. Het is snijdend koud. Onze adem bevriest. In de verte wordt zo nu en dan op de witte vleugels van een vlagerige vrieswind het rommelende gedonder van duizenden paardenhoeven meegevoerd. De paarden trekken weer. Zij gaan de zomer alvast tegemoet. Wij blijven voorlopig hier om het basiskamp te bewaken. Onze buit ligt veilig opgeborgen in zware gecodeerde kisten van nano-titanium. Die buit zal ons rijk maken als we weer op bewoonde werelden zijn. De Zeusmaan plakt kille blauwe schaduwen op de contouren van de omgeving waardoor wij de vijandigheid van deze planeet eens te meer voelen. De osmotische energieschilden die ons moeten beschermen tegen inwerkend geweld van buitenaf kleven als vanzelfsprekende huidlagen aan ons stoffelijke lichaam. Zij maken ons, materieel gezien, nagenoeg onaantastbaar. Onoverwinnelijk. Zij kunnen het geweld van een nuclaire explosie weerstaan.

De paarden zijn hier, op deze specifieke planeet, oneindig lang geleden door ons uitgezet. Zij zijn voorzien van een uiterst solide genetische code waarop de evolutie geen greep kan krijgen. Na al die miljoenen jaren lopen de vele tienduizenden paarden hier nog steeds ongemuteerd rond. Zij kennen het oeroude verschil nog tussen het mannelijke en vrouwelijke. Slechts het gezamenlijk voorkomen van beide soorten kan i.c. de voortplanting garanderen. Dit wonderbaarlijke genetische mechanisme heeft hier al die jaren ongewijzigd kunnen overleven. Als zodanig is ons experiment geslaagd. Maar wel achterhaald, aangezien wij er lang geleden reeds  in slaagden om ons voorplantingsmechanisme in die zin te wijzigen dat wij als schier onsterfelijke zielen de spookachtige berijders zijn geworden van biologische robots. Robots die, vreemd genoeg, nog steeds het evenbeeld zijn van de vroegste beschaafde mens. Onze immateriële zielen, echter, zijn oud. Heel oud. Zij leven in een dwingende symbiose met het biologische robotlichaam. De biologische robot moet ongeveer om de tienduizend jaar vervangen worden. De noodzaak voor voortplanting is daardoor grotendeels verdwenen. In het voor ons bereikbare en toegankelijke universum leven nu ongeveer dertig miljard zielen. Meestal in menselijke vorm, maar ook in nuttiger vormen als de omgeving daar om vraagt.
Wij vingen honderden jaren geleden signalen op van de Paardenplaneet. Verontrustende signalen, maar tegelijk ook opwindend. Desondanks reageerden wij niet direct. De mobiussignalen bleven echter komen. De huidige queeste beloonde ons vorstelijk. Naast een duidelijk fors in aantal toegenomen en genetisch volstrekt intacte paardenpopulatie vonden wij de massa-omvormers in een bizarre schuilplaats ver onder het oppervlak van de planeet. Wij ontdekten esoterisch-biologische formules om massa dusdanig te manipuleren dat er een effect van relatieve zwaartekrachtopheffing ontstaat. De steen der wijzen. Formules die bedacht waren door andere bewoners van dit ruimtetijdcontinuum. Bewoners waarvan wij het bestaan nooit hadden vermoed. Bewoners die eens in een oneindig ver verleden, ruim twee miljard jaar na het ontstaan van de tijd, dit ruimtetijdcontinuum bewoonden.
Een automatisch in werking gesteld mobiusbaken leidde ons naar een ondergrondse ruimte van onvoorstelbare omvang. Vele honderden kilometers hoog en diep. In die ruimte troffen we bizarre vormen aan. Gigantische hologrammen van onverklaarbare biologische machines. Precies in het midden van de ruimte bevond zich een tempel van diamant. In het binnenste van de tempel lag op een diamanten zuil een dofzwarte kubus. Het aanraken van de duistere kubus evokeerde instantaan begrip van de onvoorstelbare esoterisch-biologische formules.

Nu zijn we op de terugweg naar de bewoonde werelden. Op weg naar de lokale tijdpoort. Wij staan op het punt om alles te doorzien. De paarden trekken verder. Wij wachten tot de tijd rijp is om toe te slaan. Op aarde is het 20-12-2012 lokale tijdsbepaling.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Intuïtieve kritiek op conformistische en gemaniereerde arty-farty-reutel-snobs en oeverloos geouwehoer over arbitraire ijkpunten voor literatuurkritiek.

De weg naar nergens.

Boeken lezen is dingen meemaken die je zelf niet meemaakt. Boeken kunnen aanspreken. Boeken kunnen ook afkeer inboezemen (Bonita Avenue van Peter Buwalda). Maar, nog erger, ze kunnen je ook volledig koud laten (De man zonder eigenschappen van Musil). En dan is er iets helemaal fout met het boek. Denk ik, arrogant als ik ben. Natuurlijk weet ik ook wel dat het helemaal aan mij ligt, maar ik vind het nou eenmaal leuk om het boek de schuld te geven. Ik heb gemerkt dat moderne trendy boeken (Koch, Kluun, Verhoef, Noort etc.) die door bijna alle lezers goed gevonden worden door mij bijna altijd worden afgewezen. Ik kan dat soort moderne boeken niet verdragen. Die boeken doen me niets. Ik noem ze voor het gemak maar cliché-boeken. Er lijken er steeds meer van te komen en dat feit stemt mij zeer verdrietig.

Er zijn blijkbaar veel vragen die bij het lezen van boeken gesteld dienen te worden . Op geleide van die vragen wordt er vervolgens eindeloos veel geouwehoerd over literatuur. Echt walgelijk. En altijd weer dat zelfde arrogante geneuzel en betweterige gesnater over eigen smaak en voorkeur.
Volwassen mensen kunnen het kennelijk niet laten om te oordelen en te veroordelen. Of ze het nou willen of niet. Dat is betreurenswaardig en soms zelfs uitzonderlijk tragisch. Mensen willen hun mond maar niet houden. Ze blijven bijvoorbeeld maar doorzeuren over al die bekende veel verkochte boeken die ze met zoveel plezier en bij tijd en wijle overmand door emoties gelezen hebben. Ik zou zulke discussies graag willen vermijden en ergens ver weg in een uitgestrekt en eenzaam bos willen wonen waardoor de kans dat ik zulke mensen tegenkom erg klein wordt. Ik krijg de laatste tijd trouwens een steeds grotere afkeer van rare agressieve en conformistische mensen met vreemde en feitenvrije meningen. Ze kunnen mij niet meer raken. Ik heb het nu wel gezien. Voor mij is de tijd aangebroken om er tussenuit te trekken. Om eens echt van mijn leven te gaan genieten. En daar kan ik een ander nauwelijks meer bij verdragen. Dat mag dan misschien vreemd zijn, maar het is wel mijn waarheid. Voor mij geldt in toenemende mate: “L’autre, c’est l’enfer”.

Maar terug naar die vermaledijde boeken.

Wat is nu werkelijk belangrijk als je een boek wilt beoordelen. Lees maar eens wat hieronder staat en hou dan verder je grote mond alsjeblieft.

“Altijd wordt er een waardeoordeel over het boek uitgesproken, dat in het beste geval met argumenten wordt onderbouwd. De argumenten kunnen verschillen, en vaak komen ze in combinatie voor:

Esthetische (Is het boek mooi of verrassend geschreven?)
Morele (Handelen de personages goed of slecht?)
Structurele (Zit het boek logisch in elkaar?)
Literair-historische (Zorgt het boek voor vernieuwing?)
Emotionele/emotieve (Raakt het boek mij?)
Realistische (Is het boek geloofwaardig?)
Intentionele (Wat is de boodschap?)
Stilistische (Is de stijl en formulering bijzonder/goed?)

Dergelijke kritiek reikt verder dan een samenvatting en een waardeoordeel: ze analyseert en interpreteert het boek en plaatst het in een ruimer kader. Als de klemtoon valt op het werk zelf, spreekt men van ergocentrische kritiek (vergelijk close reading). Wanneer de criticus zich vooral bezighoudt met de persoon en de ideeën van de schrijver, spreekt men van personalistische kritiek. Dit staat in de Nederlandse literatuur bekend als de ‘Vorm of vent’-discussie.”

Bovenstaande limitatieve opsomming zou u minimaal moeten raadplegen bij het verwoorden van uw literatuurkritiek. Het betreft een advies van “deskundigen” en ik ben het zomaar eens een keer met hen eens.

Maar inzake het uitspreken van oordelen over boeken wil ik u, overigens net als inzake al die andere kritische oordelen die u steeds weer meent te moeten uitspreken over een diversiteit aan, qua inhoud vaak media-gestuurde, onderwerpen, de volgende wijze raad meegeven:

“Als u zo nodig over alles en nog wat een mening wilt hebben, zorg dan in ieder geval dat u de noodzakelijke objectieve kennis en informatie betreffende het onderwerp van uw kritiek hebt verzameld en hebt begrepen. Ik ben al die stomme agressieve, ongefundeerde en sterk persoonsgebonden schijtopinies inmiddels zo spuugzat geworden dat ik er wel van kan kotsen”.

Lieve mensen, bedenk wel dat wat hierboven door mij is geschreven, een duidelijk tijdgebonden en strikt persoonlijk gekleurd sfeerbeeld reflecteert van mijn vaak uiterst melancholische, altijd tegendraadse en grilgrimmige gemoedstoestand die mede teweeg wordt gebracht door mijn licht narcistische karakterstructuur. Morgen kan het zo weer anders zijn. Niets is hier wat het lijkt. U zult het niet bevredigend kunnen plaatsen in het causale sequeel van uw alledaagse stimuli die op ieder moment onophoudelijk en strikt werktuigelijk worden geregistreerd en verwerkt door uw saaie, edoch “gezonde” boerenverstand. Uw werkelijkheid is een illusie al hebt u daar zelf, in uw gebruikelijke waanwijze neerbuigendheid, natuurlijk een hele andere mening over. Maar u doet maar!!!! Mij laat dit alles volkomen koud. Ik trek mijn eigen irrationele plan!

NB. Als u zich danig heeft geërgerd aan dit krankzinnige egodocument dan heb ik mijn doel bereikt. “Hodie vivendum, omissa praetorium cura”.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized